Zuid-Holland

Katwijk aan Zee - Algemene begraafplaats aan de Zuidstraat

 

Het dorp Katwijk aan Zee stond al vroeg bekend om zijn visserij en binnenvaart. Via de Oude Rijn was niet alleen Leiden snel te bereiken, maar ook Den Haag en Amsterdam. In 1793 werd net buiten het dorp een zogenaamde buitenbegraafplaats aangelegd. Daarmee liep Katwijk vooruit op de latere ontwikkelingen. Halverwege de achttiende eeuw werd op last van Carolus Boers, de Schout en Baljuw van de beide Catwijcken en 't Sandtaan, een stuk grond aan de zuidoostzijde van het dorp in pacht gegeven aan de Kerkelijke gemeente van Katwijk aan Zee. Dit stuk grond werd bestemd voor de aanleg van een begraafplaats

De oude kerk van Katwijk aan Zee, hier mogelijk gefotografeerd voor 1900 (bron: Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).Toen deze begraafplaats in 1793 officieel in gebruik werd genomen, behoorde Katwijk aan Zee daarmee tot een van de eerste gemeenten in Nederland die hun doden niet meer in de kerk of op het kerkhof lieten begraven, maar op een begraafplaats buiten het dorp. Al veel eerder waren er nieuwe ideeën naar voren gebracht over het begraven in de kerken. Dit zou niet bevorderlijk zijn voor de algemene volksgezondheid. De geuren en dampen die vrijkwamen van de pas begraven lijken zouden een zeer negatieve invloed hebben op de kerkbezoekers. Dat zal voor de toenmalige kerkrentmeesters van de kerkelijke gemeente Katwijk destijds reden zijn geweest om te besluiten een Naast de ingang is de stichtingssteen uit 1793 ingemetseld.stuk duingrond te bestemmen voor de aanleg van een begraafplaats. In 1780 was er in de duinen bij Scheveningen een begraafplaats in gebruik genomen op grond van dezelfde overwegingen, onder de naam Ter Navolging. In Tiel werd in 1786 ook zo’n begraafplaats aangelegd en rond 1793 werden er ook in Hilversum, Muiden en Diemen nieuwe begraafplaatsen aangelegd. In Katwijk zijn de Franse verboden uit 1795 en 1810 op het begraven binnen de bebouwde kom en in kerken van geen betekenis geweest. Al met al liep men in Katwijk 35 jaar voor op het definitieve verbod dat Koning Willem I in 1829 bekrachtigde.

De begraafplaats

Kaart van Katwijk uitgebracht in 1903 met daarop nog de originele situatie van 1795.In de duinen werd een stuk grond geëgaliseerd ter grootte van circa 2.600 m2. Rondom werd een hoge muur gebouwd, deels om het zand te keren dat rondom lag en tegelijk om bij felle wind ervoor te zorgen dat er niet te veel zand de begraafplaats op waaide. Aan de noordzijde werd een toegangshek aangebracht en naar het zich liet aanzien werd de begraafplaats in twee delen verdeeld. Een gedeelte met grafkelders of eigen graven en een gedeelte waar van de armen begraven werd. Het lijkt erop dat niet meteen een groot veld van kelders werd gebouwd, maar dat er in sommige gevallen eerst in het zand begraven werd. Pas bij een volgende begraving werd dan een bakstenen grafkelder gebouwd. Na verloop van tijd bestond het zuidelijke deel van de begraafplaats uit een aaneengesloten veld met 319 grafkelders waarop grote grafmonumenten waren geplaatst. De kelders werden niet alleen gebruikt voor de welgestelde inwoners van Katwijk, maar ook door families uit Leiden, waaronder een groot aantal professoren die verbonden waren aan de Leidse universiteit.

Uitbreidingen

Het welvarende Katwijk groeide van 2.500 inwoners in 1793 naar 6.000 inwoners in 1899. Daardoor werd een uitbreiding van de begraafplaats noodzakelijk. Oorspronkelijk was het plan om een uitbreiding aan de westzijde te realiseren waar geen duinen lagen maar landbouwgrond. Er werd echter om verschillende redenen gekozen voor een uitbreiding naar de zuidzijde. Uitbreiding naar de westzijde zou betekenen dat de begraafplaats dan waarschijnlijk te dicht bij het dorp zou komen te liggen en men vreesde voor risico's voor de volksgezondheid omdat mogelijk de drinkwatervoorziening uit de duinen in gevaar zou komen. Verder wilden de kerkrentmeesters graag dat de symmetrie van het terrein zou worden behouden. Daarom werd gekozen voor een uitbreiding naar de zuidzijde. Om deze uitbreiding te realiseren werd aangeklopt bij de burgerlijke gemeente van Katwijk om financiële ondersteuning te krijgen. De kerkrentmeesters hadden op dat moment zelf te weinig financiële middelen beschikbaar. De inkomsten voor de kerk bestonden destijds met name uit de verhuur van zitplaatsen in de kerk en de opbrengsten uit de verkoop van grafruimten op de begraafplaats. De opbrengst daarvan ging bijna geheel naar het traktement van de twee predikanten. Daardoor was er onvoldoende financiële ruimte om een investering te kunnen doen voor het vergroten van de begraafplaats.
De uitbreiding is ongeveer net zo groot als de originele begraafplaats, maar werd echter anders ingericht dan het bestaande. Er werden wel weer kelders aangelegd (336 stuks), maar iets grotere en nu met enige ruimte tussen de kelders. Hierdoor is er rondom de graven wat meer ruimte ontstaan. In de uitstraling heeft dit nauwelijks effect omdat de paden tussen de graven weinig opvallen. Overigens werd een ander deel wel weer aaneengesloten aangelegd.

Nadat Baron van Wassenaer in 1908 officieel afstand had gedaan van de erfpacht op de grond, werd de gemeente Katwijk eigenaar van de grond. Daarmee mocht verantwoordelijk wethouder Meerburg voortaan optreden als sleutelbewaarder van de Algemene begraafplaats die dus gebruikt werd door de hervormde gemeente van Katwijk.

De begrafenis van een aantal Engelse zeelieden in 1914 geeft een blik op de begraafplaats.Een beeld van de begraafplaats in die tijd krijgen we van een foto waarop acht Engelse matrozen worden begraven die in 1914 aanspoelden op het strand bij Katwijk. Ze waren omgekomen bij wat later bekend werd als de Zeeslag van 22 september 1914. Drie Engelse pantserkruisers, de Aboukir, de Hogue en de Cressy, werden die dag ten westen van Scheveningen door een Duitse onderzeeër getorpedeerd. Daarbij vonden 1459 opvarenden de dood, terwijl 837 werden gered. In de dagen daarop spoelden langs de hele kust de lijken aan van de omgekomen zeelieden. Op 5 oktober spoelden vijf lijken aan op het strand bij Katwijk. Op 7 oktober werden ze plechtig begraven op de algemene begraafplaats. Op de foto die daarvan bewaard is, zijn veel Nederlandse militairen Op de plek waar de Engelse zeelieden begraven lagen is een herinneringsplaat geplaatst.zichtbaar. Een van de kisten, afgedekt met een Engelse vlag, laten de militairen in het graf zakken. Aan belangstelling is geen gebrek, zoals te zien is aan de grote schare op de muren van de begraafplaats. In de hoek is het oude lijkenhuisje zichtbaar. In 1918 werd ook nog een opvarende van de getorpedeerde torpedobootjager Scott begraven op de begraafplaats. Later zijn alle slachtoffers herbegraven op erevelden op andere begraafplaatsen waaronder dat op de gemeentelijke begraafplaats aan de Kerkhoflaan in Den Haag. Op de plek waar de zeelieden begraven waren is nu een herinneringssteen geplaatst.

In 1938 werd aan de zuidzijde nog een smalle strook met grafkelders aangelegd om de capaciteit te vergroten. In totaal werden 160 kelders aangelegd. Niet veel later werd een deel van waar de algemene graven lagen, omgezet in grafkelders. Deze werden gemetseld van bakstenen die in 1943 vrij waren gekomen bij de afbraak van woningen op last van de Duitse bezetter langs de Boulevard om de verdediging en het schootsveld van de stellingen, onderdeel van de Atlantikwall, te verbeteren. In totaal werden 128 kelders opgeleverd.

Problemen en kansen

Iets wat het beheer van de begraafplaats niet gemakkelijk maakte, was dat er nauwelijks groen aansloeg. In 1917 gaf de gemeente Katwijk opdracht aan de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij (KNHM) iets aan het groen te doen. Na onderzoek constateerde de KNHM dat de lage grondwaterstand ter plekke zorgde voor een zeer droge ondergrond waardoor de beplanting op de begraafplaats niet aanslaat. Ook de constante zeewind en het feit dat de ligging van de begraafplaats ten opzichte van de wind niet gunstig was, bleek een factor van belang. De omringende muren gaven te weinig beschutting voor bomen om goed te kunnen groeien. Het advies voor een nieuwe groeninrichting van de begraafplaats hield in dat er onder meer boksdoorn, vlier, Oostenrijkse den en berberis aangeplant zou moeten worden. De bronnen geven niet aan of dit advies ooit is uitgevoerd.

In maart 1940 hadden de kerkrentmeesters plannen voor de bouw van een rouwkapel op de begraafplaats. Uit het archief blijkt zelfs dat de bestektekeningen daarvoor al waren uitgewerkt door de architect. De inval van de Duitsers op 10 mei 1940 doorkruiste de uitvoering van deze plannen. Na de oorlog werden de plannen niet doorgezet. In de periode van wederopbouw werd gekozen voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats in het zuiden van Katwijk. Op die nieuwe begraafplaats is uiteindelijk een aantal jaren na de ingebruikname in 1952, wel een rouwkapel worden gebouwd.

Het jongste veld met grafkelders in 2014.In 1988 zijn beide begraafplaatsen ondergebracht in een stichting, voluit Stichting Begraafplaatsen Hervormde Gemeente te Katwijk aan Zee. In 2008 werd op de oude begraafplaats een bestaand grafvak voor algemene graven opnieuw ingericht. Naar een ontwerp van “Wille Landschaps- en Begraafplaatsarchitectuur” werd het vak ingericht met moderne grafkelders. Daarbij is ook het hoofdpad opnieuw ingericht. Het grafveld is aangelegd naar huidige maatstaven en eisen voor begraven, maar wel weer met grafkelders. De kelders werden nu niet meer opgemetseld maar gemaakt van beton. Door de ruimere opzet wijkt het grafvak wel af van het stramien en karakter van de oudere delen van de begraafplaats. Ondanks de bescherming als rijksmonument (zie verderop) waren er vanuit monumentenzorg geen bezwaren tegen deze nieuwe invulling.

Vanaf 2014 heeft de stichting de oude begraafplaats weer behoorlijk onder de aandacht gebracht. Het gebruik van de begraafplaats liep ondanks de vernieuwing uit 2008 terug en het onderhoud liet veel te wensen over. Naast een visie op het gebruik van de begraafplaats werd ook een plan van aanpak gemaakt waarbij restauratie van onderdelen, publiciteit en aanpassing van het reglement onderwerp van aandacht waren. Nadien zijn ook veel oude namen van ooit hier begraven professoren weer zichtbaar gemaakt, mede dankzij bijdragen van het Leids Universiteits Fonds.

Vandaag de dag

Luchtfoto uit 2017 van de begraafplaats en omgeving.De begraafplaats is inmiddels meer dan twee eeuwen oud en is al die tijd in gebruik geweest. De oorspronkelijke aanleg, een rechthoek, is rond 1900 vergroot tot een bijna vierkant grondvlak, ter grootte van iets minder dan een halve hectare. Op een luchtfoto uit 2017 van de begraafplaats is goed te zien dat bij de ingang (bovenin) het afwijkende grafvak uit 2008 is gerealiseerd. Dit is het jongste gedeelte van de begraafplaats. Op de luchtfoto is linksboven nog een gebouwtje zichtbaar. Deze loods wordt gebruikt voor opslag en dergelijke. Voor de loods liggen de knekelputten, vandaag de dag afgedekt met een monument. Verder zijn op de luchtfoto vier grote individuele grafvakken zichtbaar. Hoewel opgedeeld door paden, horen sommige delen historisch gezien bij elkaar. Ten zuiden van het brede middenpad ligt een strook kelders met oude afmetingen. Dit gedeelte heet het oud gedeelte, inclusief het gedeelte in de noordoostelijke hoek. In dit deel liggen de meest bijzondere grafmonumenten en ook de oudste. In totaal kent dit gedeelte 428 graven. Een groot deel daarvan (242 graven) ligt strak opeen en heeft een grafmaat die vandaag de dag een fatsoenlijke begrafenis niet faciliteert. Op dit deel bevinden zich ook enkele grotere grafkelders die meerdere graven beslaan (10).
Het deel met grotere grafkelders (met daartussen een smalle grasstrook) dat weer ten zuiden van het oude gedeelte ligt, heet het nieuwe gedeelte. Dit is aangelegd op het gedeelte dat in 1900 bij de begraafplaats werd getrokken. Hier liggen in totaal 240 grafkelders met voldoende tussenruimte en een deel zonder tussenruimte met 96 graven. Tussen het meest zuidelijke pad en de muur ligt dan nog het nieuwe gedeelte Zuidmuur. Hier liggen 193 keldergraven. Het meest recente grafveld dateert uit 2008 en telt een voorraad van 110 graven.

Zoals op de luchtfoto is te zien, is er nauwelijks begroeiing op de begraafplaats te vinden. Alleen in de omranding en bij de ingang zijn bomen en struiken te vinden. Het pad dat vanaf de ingang de begraafplaats oploopt en het nieuwe deel worden omzoomd door een lage taxushaag. Het grijs van de oude grafmonumenten overheerst daardoor nogal. Opvallend is verder, naast de fraaie ingang, de ommuring en de bebouwing rondom die de begraafplaats nagenoeg insluit.

Graven

De begraafplaats kent inmiddels in totaal zo’n 1.050 graven. Er zijn maar weinig graven te vinden die geen grafbedekking kennen. Behalve op het jongste grafvak waar nog uit te geven graven liggen, kent negentig procent van alle graven een grafbedekking. In tegenstelling tot veel andere begraafplaatsen in Nederland kent deze begraafplaats alleen keldergraven. Dit heeft ongetwijfeld te maken met het slappe duinzand waarop de begraafplaats is aangelegd. Elk graf betreft een gemetselde kelder, van oudsher bedekt met een gemetseld tongewelf, inmiddels meestal afgedekt met een betonplaat. De omranding van de graven is dan ook altijd voorzien van een rollaag (een rij op hun kant gemetselde stenen, van een steen hoog) van rode rijnsteen met daartussen ruimte voor het grafmonument. Dit deel wordt standaard voorzien van een opvulling met cement.

De oudere grafkelders zijn nog opgebouwd uit de echte authentieke rijnstenen met daartussen mortel. De nieuwere kelders zijn van meer moderne baksteen gemaakt en met portlandcement gevoegd. Bij oudere graven die niet voorzien werden van een monument, is het grafvak opgevuld met dezelfde baksteen, maar dan met de vlakke kant boven. Ook de rollagen verschillen, naar gelang de periode waarin ze aangelegd zijn.

Bijzondere graven en grafmonumenten

Doordat de begraafplaats is aangelegd in een periode waarin vooruitstrevende families zich niet meer in de stad wilden laten begraven, vinden we in Katwijk naast bekende Katwijkers ook veel graven van bekende Leidse burgers. Zo zijn er op de begraafplaats, zoals hiervoor al aangegeven, verschillende graven van hoogleraren van de Leidse Universiteit. Er ligt ook een aantal burgemeesters uit Leiden, dichters/schrijvers uit Leiden naast zeekapiteins en reders uit Katwijk, Katwijkse burgers en voorgangers. Een van de opvallendste grafmonumenten op de begraafplaats is de grafkelder van Johannes Kneppelhout (1814-1885), beter bekend onder het pseudoniem Klikspaan. Kneppelhout beschreef met zijn Studentenschetsen het dagelijks leven van de Leidse student anno 1830-1840 en kreeg daarmee grote bekendheid. Het familiegraf is enkele jaren geleden geheel gerestaureerd. Verder is hier ook het graf te vinden van Elias Annes Borger (1784-1820), hoogleraar theologie en letteren. Op diens grafkelder, waarin ook zijn beide in het kraambed overleden vrouwen zijn bijgezet, ligt een eenvoudige hardstenen zerk. Bijzonder is ook het graf voor Jacob Verkerk (1912-1936), werktuigkundige bij de KLM, die in 1936 omkwam bij de vliegramp met de Douglas DC-2 “Lijster”. Op de grafsteen is een vliegtuig te zien dat de zon tegemoet vliegt.

Naast bekende personen is een groot aantal grafmonumenten van belang vanwege hun verschijningsvorm, materiaalgebruik of uitdrukking van een periode. Daartoe kunnen, naast het monument van de familie Kneppelhout, de grafmonumenten van de volgende personen of families gerekend worden.

Opbouw op het graf van de families Kuijs en Bronckhuyzen. Helaas is het monument verdwenen.Op de grafkelder van de families Kuys en Bronkhuyzen ligt vandaag de dag een eenvoudige hardstenen zerk over twee kelders. Aan de rand rondom de zerk is te zien dat er ooit een hekwerk omheen heeft gestaan. Binnen een gietijzeren hekwerk stond ooit een van de meest fraaie grafmonumenten op de begraafplaats. Op de zerk stond een opbouw met zadeldak dat bovenop een fraaie voorstelling bevatte van funeraire symboliek met een gevleugelde zandloper met zeisen, bekroond met een schedel met knoken. Mogelijk dat de gehele opbouw van hout was waardoor het de weersomstandigheden niet overleefd heeft.
Op het oudste gedeelte steekt een omfloerste hardstenen zuil boven alle andere stèles uit. De zuil staat op een basement dat een van de zijden voorzien is van een slang die rond een staf kronkelt en drinkt uit een kelk. De slang is vanzelfsprekend een esculaap en verwijst naar de hier begraven Leidse arts Adrianus Nijkamp (1853-1899). In een aansluitende kelder ligt nog een aantal familieleden begraven.
Grafmonument voor directeur Boorsma van de Visserijschool in Katwijk aan Zee.Een opvallend grafmonument is dat voor K. Boorsma (1861-1911). Boorsma was de grondlegger van het zeevaartkundig onderwijs in Katwijk, medeoprichter en directeur van de Visserijschool aldaar. In 1909 kreeg hij de gouden Ruyter-medaille uitgereikt, welke in dat jaar ingevoerd was als koninklijke onderscheiding en als “Eereteken voor de Koopvaardij”. Op het graf zelf ligt een hardstenen tombe die sterk versleten is, maar op het hoofdeind staat een hoge zandstenen stèle met daarop een enorme krans met daarbinnen drie rozen boven een tekst en onder de tekst drie papaverbollen. De bloemen staan symbool voor het leven en de eeuwige slaap. De tekst in de krans luidt: AAN BOORSMA 1861-1911. Onder de krans is nog een tekst opgenomen: ZIJN LEERLINGEN met daaronder een sextant verwijzend naar de rol die Boorsma speelde in de zeevaartkunde. De zijden van de stèle zijn versierd met palmtakken.
Gerestaureerde grafmonumenten van predikant Krull en zijn vrouw.Net op de uitbreiding staan de grafmonumenten voor predikant Johannes Krull (1830-1910) en zijn echtgenote (1832-1912). Beiden zijn begraven in een eigen kelder en op de kelders staan elk twee identieke hardstenen stèles voorzien van marmeren tekstplaten. Rondom de graven staat een eenvoudig smeedijzeren hekwerk. In 2015 zijn de monumenten gerestaureerd. Samen vormen de grafmonumenten een fraai ensemble.

In het verleden is al eens een inventarisatie gemaakt van bekende personen die op deze begraafplaats hun laatste rustplaats hebben gevonden. Amateurhistoricus J.P. van Brakel heeft hier in het laatste kwart van de vorige eeuw onderzoek naar gedaan. Op de lijst van Van Brakel staan 133 graven op van belangwekkende families. Van 86 graven blijkt inmiddels het grafmonument verwijderd te zijn en is de grafruimte opnieuw uitgegeven. Hieronder de graven van tal van Leidse hoogleraren. Een deel is niet opnieuw uitgegeven, maar veranderd in een pad. De heruitgifte heeft grotendeels in de jaren vijftig van de twintigste eeuw plaatsgevonden.

Langs de muur bij de ingang staan nog enkele grafmonumenten die de stichting de moeite waard vond om te bewaren. Onder deze grafmonumenten een fraaie stèle en een zerk voor de familie Haasnoot.

In 2014 heeft de stichting een overzicht laten opstellen van te behouden grafmonumenten. Honderd graven met in totaal 83 grafmonumenten werden op een lijst geplaatst. Inmiddels is een aantal van de grafmonumenten die in slechte staat verkeerde, gerestaureerd. De stichting is zich bewust van de geschiedenis van de begraafplaats en het belang van de personen die er begraven zijn. Het ruimen van een groot deel van de graven van Leidse hoogleraren is niet terug te draaien, maar dat deze personen hier begraven hebben gelegen, is inmiddels aan de hand van naamstenen weer duidelijk gemaakt. Hardstenen platen met naam en jaartal en een universitair zegel laten nu bezoekers zien waar de hoogleraren begraven hebben gelegen.

Vergankelijkheid

Zoals ook al blijkt uit de nog resterende graven van de lijst van Van Brakel zijn door de tand des tijds en waarschijnlijk ook door het opzeggen van de rechten, verschillende grafkelders en grafmonumenten verdwenen. Voorbeelden hiervan zijn de grafzerken of grafkelders van Daniel Mounier, predikant van de Waalse gemeente in Leiden en Rudolph Wijckerheld Bisdom, een negentiende-eeuwse burgemeester van Leiden. Ook de grafstenen van de Leidse professoren Adriaan Kluyt, Jan Karel Krausz en Johannes Henricus van der Palm zijn helaas verdwenen. Vooral de persoon Kluyt spreekt tot de verbeelding omdat hij eind achttiende eeuw stelling nam tegen het begraven in de kerken. Hij kwam om bij de Leidse buskruitramp in 1807. De grafmonumenten zullen veel te lijden hebben gehad van weer en wind en wellicht ook de invloed van de zoute lucht. Het lot van het bijzondere grafmonument voor de families Kuys en Bronkhuyzen is daarbij tekenend.

Omgeving

Overzicht over de begraafplaats met de kerk op de achtergrond.Eerder is al aangegeven dat de ommuring en de omringende bebouwing een opvallend onderdeel van de begraafplaats vormen. Die bebouwing komt niet alleen dicht op de begraafplaats, maar maakt op verschillende plaatsen zelfs deel uit van de muur rondom. Een dergelijke ‘verstedelijkte’ situatie treft men zelden aan in Nederland. Van oorsprong lag de begraafplaats open in de duinen waarbij de rondom gebouwde muur het opwaaiend duinzand moest tegenhouden. Dat zal niet altijd gelukt zijn, getuige de vele verhalen over het lastige duinzand dat huizen binnendrong en soms hele straten blokkeerde. De huidige situatie is vooral in de twintigste eeuw tot stand gekomen. Op een foto die waarschijnlijk uit de periode van vóór de Tweede Wereldoorlog dateert, is te zien dat er rondom de begraafplaats nog ruimte was. De padenstructuur die we vandaag de dag ook nog kennen, is ook al te zien. De foto toont helaas niet zoveel details, maar duidelijk is dat er nog grote delen van de begraafplaats leeg zijn.

Geallieerde luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog tonen een compleet ingebouwde begraafplaats. De situatie met de ommuring zal dan ook in de periode voor de Tweede Wereldoorlog tot stand zijn gekomen. Delen van de muur zijn mogelijk nog origineel, net als de toegangspoort. Maar het overgrote deel is later al eens herbouwd en voorzien van een betonnen latei. Ongetwijfeld zal de muur van oorsprong voorzien zijn geweest van een ezelsrug. 

Rijksmonument

In 2015 is de nu van rijkswege beschermde muur gerestaureerd.De historische waarde van de begraafplaats werd in 1971 erkend door de aanwijzing van de begraafplaats als rijksmonument (nummer 23541). De eerste omschrijving “Oude Begraafplaats. Toegang 1791, op het kerkhof steen met namen van de kerkmeesters”, gaf feitelijk te weinig informatie over wat nu precies beschermd werd. Toen in 2014 plannen ontstonden om de muur te restaureren, bleek dat deze feitelijk niet beschermd was, terwijl dat toch duidelijk wel de bedoeling moet zijn geweest. Hierna werd een procedure gestart waarbij de omschrijving iets aangepast werd. Deze luidt nu: “Oude Begraafplaats met ommuring rondom. Een van de eerste buiten begraafplaatsen. Toegang 1791. In de muur naast de toegang is een steen met namen van de kerkmeesters ingemetseld. Gemetselde keldergraven”. Nadien is de muur met subsidie van het Rijk gerestaureerd.

 

Bronnen:

  • Panddossiers Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
  • Inrichtings-/aanpassingsplan Hervormde begraafplaats Zuidstraat, Katwijk aan Zee, Wille Landschaps- en Begraafplaatsarchitectuur, augustus 2006
  • Plattegrond van de begraafplaats (met dank aan Architectenbureau Piet Onderwater & Partners)
  • Aantekeningen van ing. J.P. van Brakel, in bewaring bij het Katwijks Museum, M. Vooijs Gzn, maandag 19 april 2004

 

Literatuur:

  • Belonje, J.; Het oude kerkhof te Katwijk-aan-Zee, in: Jaarboekje voor geschiedenis en oudheidkunde van Leiden en omstreken, Leiden 1949
  • Bureau Funeraire Adviezen; Karakteristiek en waardering algemene begraafplaats aan de Zuidstraat; geschreven in opdracht van de stichting Begraafplaatsen Hervormde Gemeente te Katwijk aan Zee, november 2014.
  • Korevaart, Korrie; Begraven in Katwijk. Frisse lucht voor Leidse leden van de Maatschappij…, in: Nieuw Letterkundig Magazijn, uitgave Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 35 (2017, nr. 2, p. 1-5).

 

Websites:


© 2019 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.