Gelderland

Ermelo - Grafkelder familie Van Schermbeek

 

Op landgoederen in Nederland treffen we regelmatig grafkelders. Veel daarvan dateren uit de negentiende eeuw, maar ook in de twintigste eeuw werden ze nog wel aangelegd. Zo ligt in het bos bij Oud-Groevenbeek ten zuiden van  het Gelderse Ermelo een grafkelder uit het laatste kwart van de twintigste eeuw. De grafkelder ligt inmiddels nagenoeg heel verborgen in de ondergroei. Als je niet weet waar je moet zijn, is de plek bijna niet te vinden.

Jacob Hendrik van Schermbeek (1855-1926)

Het landgoed op de topografische kaart van Nederland rond 1920.In 1858 werd een maatschap opgericht ‘tot ontginning van woeste gronden en tot voortzetting van reeds aangevangen ontginningen’. Jacob Hendrik van Schermbeek, eigenaar van het landgoed Schoonderbeek in Putten, sloot zich later bij deze maatschap aan. Hij trouwde met mevrouw Schimmel-Ubbink, die weduwe was en al kinderen had. In 1902 kregen zij samen een zoon: Pieter Adriaan. Een jaar later kocht Van Schermbeek het landgoed Oud-Groevenbeek. Het ligt op de grens van Putten en Ermelo en is 115 hectare groot. De tuin, in Engelse landschapsstijl, is vermoedelijk door tuinarchitect Copijn ontworpen. Bestaande lanen en akkers werden in het ontwerp opgenomen.

Een nieuwe woning

Villa Oud-Groevenbeek vandaag de dag (foto auteur).Het landhuis bleek echter te klein voor het gezin en er werd bij de gemeente Ermelo een vergunning aangevraagd voor de bouw van een nieuw landhuis. In 1907 werd begonnen met de bouw van een ruimere villa in art nouveau-stijl volgens ontwerp van het architectenbureau Van Essen en Van Zeggeren te Harderwijk. Kenmerk van art nouveau is de asymmetrie. Elke gevel ziet er anders uit. In 1908 werd het huis opgeleverd. Het is gemetseld met witte verblendsteen, een type holle baksteen, op een plint van rode baksteen. Het huis wordt gekenmerkt door veel typische details: tegels met bloemmotieven onder de dakgoten en boven de ramen. De woning heeft een toren met een koepeldak en daarop een kleine klokkentoren. Na 2009 is het geheel gerestaureerd en het gebouw is nu opgesplitst in vijf vakantiehuizen met een duurzame verwarmingsinstallatie. De voormalige dienstingang vormt nu de ingang naar de bovenwoning. Het oorspronkelijke interieur van het landhuis is grotendeels bewaard gebleven. In het huis bevinden zich nog overal marmeren vloeren en schoorsteenmantels, Er zijn prachtige plafonds en veel glas-in-lood.

Ook de tuin werd aangepast, waarbij de zichtassen tussen het landhuis en de omgeving een belangrijk oorspronkelijk element vormen. Het terrein direct rondom het landhuis heeft een tuinaanleg gekregen met gazons en sierbeplanting, waaronder rododendrons.

Pieter Adriaan van Schermbeek (1902-1980)

Een van de vele artikelen die Van Schermbeek inzond aan de krant (via Delpher.nl).Zoon Pieter Adriaan van Schermbeek schreef over zijn jeugd: 'Dat waren nog eens tijden! Drie kamermeisjes, meneer! Eén gouvernante, één huisknecht, één chauffeur-koetsier en schrik niet … veertig à vijftig bosarbeiders in vaste dienst'. Houtproductie was een belangrijke inkomensbron van de familie Van Schermbeek. Na het overlijden van zijn vader werd Pieter de beheerder van het landgoed. Hij was bosbouwkundig ingenieur, veldbioloog en jager. Van Schermbeek was daarnaast een actief schrijver en reageerde herhaaldelijk op actuele zaken door middel van ingezonden brieven naar het Algemeen Handelsblad, waaronder over de jacht en faunabeheer. Hij trouwde in 1948 met Gerarda Mathilda Costerus (1901-1982). Het huwelijk bleef kinderloos.

In de dertiger jaren was hij een verwoed verzamelaar van prehistorische grafgiften. Hij liet nogal wat grafheuvels openen en dat gebeurde niet altijd even deskundig. Bovendien kocht hij 'grafgiften' van Hendrik Ruiter. Ruiter werkte als arbeider bij de opgravingen en ging thuis zelf met klei aan de slag. Hij kreeg steeds meer kopers en het duurde tot 1939 voor hij tegen de lamp liep. Van Schermbeek kocht tassen vol van Ruiter en kwam kastruimte te kort. Nadat duidelijk was dat hij bedrogen was door deze RuiterLuchtpost van de verongelukte Uiver uit 1934 uit de verzameling van Van Schermbeek (www.snipfan.nl)., verflauwde zijn belangstelling. In 1996 had het Rijksmuseum van Oudheiden in Leiden een tentoonstelling over de vervalsingen van onder meer deze 'Potjeshendrik'.

Van Schermbeek had nóg een bijzondere hobby. Hij verzamelde luchtpost van bijzondere vluchten, zowel feestelijke als treurige, dus enveloppen met vrolijke stempels en zegels, maar ook enveloppen met grote brandplekken. In de zeventiger jaren stonden er regelmatig advertenties van hem in de krant. Zijn oudste poststuk was uit 1924, van de eerste KLM-vlucht tussen Amsterdam en Batavia.

Aanvraag en overdracht

Van Schermbeek wilde op zijn eigen landgoed Oud Groevenbeek in een bestaande grafheuvel begraven worden en dus deed hij op 15 maart 1964 een aanvraag bij de gemeente Ermelo. Volgens de Wet op de lijkbezorging mocht hij op eigen terrein een graf laten aanleggen. Voorwaarde was dat het graf minstens 50 meter van de bebouwde kom zou komen te liggen. Wél moesten B&W toestemming geven en zij gingen te rade bij het Bureau Rijksdienst Nationale Plan. De grafheuvel bleek een archeologisch monument. Hij kreeg geen toestemming en er werd hem geadviseerd een andere plaats te kiezen. Op 3 juni 1965 deed hij een tweede aanvraag en op 7 februari 1966 werd die goedgekeurd.

Het werd uiteindelijk in financieel opzicht steeds moeilijker om het landgoed te beheren. Het echtpaar Van Schermbeek verkocht in 1968 het landgoed aan de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten onder voorwaarde dat zij in het landhuis mochten blijven wonen tot hun overlijden.

De grafkelder

Overzicht grafzerk en kei in 2016 (foto Leon Bok)Het is een heel eenvoudige grafkelder geworden, alleen voor Van Schermbeek en zijn vrouw. Vier muurtjes en een zerk zonder opschrift. Achter de zerk staat een grote kei met alleen de namen van het echtpaar. Zij overleden in 1980 en 1982, maar geboorte- of sterfdata ontbreken op de kei. Later zijn er rododendrons om het graf geplant, zodat het graf aan het zicht werd onttrokken.  En vervolgens heeft de natuur zijn werk gedaan. De begroeiing rukte op en een paadje is niet meer te vinden. Nabestaanden zijn er niet. Wie zou het graf nu nog willen zien?

Voor de kisten waarin de landgoedeigenaar en zijn vrouw zijn begraven, heeft Van Schermbeek zelf een eik uit zijn bos uitgekozen en deze laten verzagen. De planken stonden al jaren voor zijn dood klaar in de houtschuur.

 

Literatuur

  • Allersma, Wineke; Een levend landgoed, in: Monumentaal, nr 4 2017

Bronnen

  • Correspondentie Oudheidkundige Vereniging Ermeloo, Theo Koster
  • Landgoed Oud-Groevenbeek.
  • Diverse advertenties via Delpher.nl
  • Beschrijving rijksmonument Oud Groevenbeek (complexnr. 523870) via het Monumentenregister.
  • Aanvulling Archief Gemeentebestuur Ermelo 1913-1971 inventarisnummer 693 (te vinden in het Streekarchivariaat Noordwest Veluwe, locatie Ermelo)

© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.