Skip to main content

Tiel - R.K. Begraafplaats St. Dominicus

10 januari 2001

 

Van oudsher werden veel katholieke Tielse doden begraven op het kerkhof van de kerk van Zandwijk, gelegen aan wat tegenwoordig de Nachtegaallaan is. Aangenomen wordt dat Zandwijk los van Tiel is ontstaan en misschien zelfs wel ouder is. De kerk zou al in het jaar 695 zijn ontstaan toen de bewoners van dit gebied zich tot het christendom hadden bekeerd. Pas in 1006 wordt de kerk voor het eerst genoemd. Rond 1584 werd de kerk afgebroken, nadat deze zwaar was beschadigd door beschietingen op de stad. Eerst van de Geuzen, later van de Spanjaarden. De bevolking van Tiel bleef daarna rond de resten van de kerk begraven, zoals ze al eeuwen hadden gedaan. Het beheer van het kerkhof kwam echter in handen van de protestantse gemeente. Pas in 1828 werd het Zandwijkse kerkhof een algemene begraafplaats. Het kerkhof werd daarna vergroot van 1.305 m2 naar 1.881 m2. De protestanten zelf lieten zich al die jaren voornamelijk begraven in en rond de Sint Maartenskerk. In 1786 werd de buitenbegraafplaats Ter Navolging aangelegd, waar met name het patriottische deel van de bevolking zicht liet begraven.

In 1836 kreeg de katholieke gemeenschap van Tiel de beschikking over een eigen begraafplaats, aan de huidige J.D. van Leeuwenstraat. De grond hiervoor was ter beschikking gesteld door het echtpaar Nicolaas van den Heuvel en Anna van Baten. Het terrein was 19 roeden en 90 EL groot (bijna 1.300 m2 en 90 meter lang). Voor de begraafplaats in gebruik kon worden genomen, moest het terrein eerst opgehoogd worden. De grond kwam van molenaar J. Driessen, die deze zonder kosten ter beschikking stelde. De totale kosten voor de aanleg zouden 388,33 gulden bedragen, waarvan bijna 20 gulden was besteed aan jenever en andere dranken voor de sjouwers. De secretaris van het kerkbestuur schonk de beuken voor de heg om het kerkhof. Smid Van Baars verzorgde een ijzeren toegangshek, dat afkomstig was van een buitenplaats in Varik. Het opschrift 'Zalig zijn de dooden die in den Heer sterven' en het jaartal 1836 zijn aangebracht door Joh. Daal. Rond 1920 werd het smeedijzeren hek rond de begraafplaats geplaatst. Dit hekwerk was afkomstig van het oude kerkhof op de hoek van de Nachtegaallaan en de Grotebrugse Grintweg.

Toegangshek tot de begraafplaatsToegangshek tot de begraafplaats

Het ontwerp van de begraafplaats was eenvoudig van opzet en bestond uit een zestal grafvakken, drie aan iedere zijde van een centrale as, waarop in het midden een kapel werd gebouwd. Voor die bouw waren al snel de benodigde gelden bijeen gebracht en nog datzelfde jaar kon het werk voor 1.470 gulden worden aanbesteed. De kapel is opgebouwd uit baksteen, heeft een driezijdige sluiting, spitsboogvensters in neogotische stijl en een met koepeldak gedekt klokkentorentje. In de linkermuur kwam een steen als waardering voor de gulle gevers van de grond. Op 12 oktober 1836 werd de kapel met het kerkhof ingewijd. Ook werden de begrafenisrechten vastgesteld. Er kon worden begraven in 4 klassen, waarbij de kosten bovendien afhankelijk waren van de leeftijd van de overledene. De vierde klasse was bedoeld voor de onvermogenden. Er waren maar liefst drie verschillende tarieven voor jongeren: 'Beneden 3 jaren oud', 'Van 3 tot 10 jaren' en 'Van 10 tot 20 jaren'. Voor de jongsten was men 3 gulden schuldig voor een graf in de eerste klasse en 1 gulden in de derde klasse. Voor een volwassene was dat respectievelijk 8 gulden en 3 gulden. Daarnaast betaalde men uiteraard ook voor onder meer het grafmaken, het luiden en het gebruik van de baar. De totale kosten liepen op van 5,25 gulden voor het begraven van een kind jonger dan 3 jaar in de derde klasse tot 18 gulden voor het begraven van een volwassene in de eerste klasse.

In gebruik

Uit de begraafboeken blijkt dat er voor de inwijding van de begraafplaats kerkhof al 19 personen op het kerkhof zijn begraven. De eerste was Arnoldus Reuser, die op 23 april werd begraven. Hij was 67 jaar geworden. In het eerste jaar werd er niemand op de eerste klasse begraven en de overige begravenen betroffen vooral kinderen. De begraafplaats kende ook een ongewijd deel, hier werden de ongedoopte kinderen begraven, alleen al in 1840 zeven. Een enkele keer is daar een volwassene begraven. Het ongewijde deel lag direct achter de heg aan de linker- en rechterzijde van de ingang. Op een kaart uit 1920 is te zien dat dit deel met een haag was afgescheiden van de rest van de begraafplaats.

Verreweg de meeste personen werden begraven op de derde klasse. Zo werden er in de periode 1883-1889 512 personen begraven, waarvan 4 op de eerste klasse, 77 op de tweede klasse, 343 op de derde klasse en 44 op de vierde klasse. Hoewel de meeste begravenen afkomstig waren uit Tiel, werden er ook personen uit omliggende plaatsen als Drumpt, Echteld en Zoelen begraven, waar men niet de beschikking had over een katholieke dodenakker.

In 1865 was de begraafplaats te klein geworden. Een tweetal parochianen stelden grond beschikbaar aangrenzend aan de begraafplaats en ook werd nog een stuk grond aangekocht. Het jaar daarop werd Tiel getroffen door een cholera-epidemie, waarvoor de uitbreiding van de begraafplaats als geroepen kwam.

Vanaf circa 1910 werden er wekelijks missen opgevoerd op de begraafplaats. In de jaren twintig en dertig werden in de maand augustus missen gehouden ter ere van de Heilige Barbara. Deze heilige was de beschermheilige van de begraafplaats. Bij die gelegenheden werden ook de doden herdacht. Nadat in juli 1838 de parochiekerk was afgebrand, vonden daarna op twee zondagen de missen plaats op de begraafplaats.

Priestergraf met op de achtergrond de calvariegroep.Priestergraf met op de achtergrond de calvariegroep.

In 1924 werd de kapel gerestaureerd. Daarbij werd het houten altaar vervangen door een marmeren exemplaar. Ook kwam er op de begraafplaats een calvariegroep en een priestergraf. Voor die tijd waren er al een vijftal priesters op het kerkhof begraven, maar niet duidelijk is of zij een gezamenlijk graf hadden. In het huidige priestergraf werd Marianus van der Heijden als eerste bijgezet. Hij was in Tiel op vakantie, toen hij verdronk bij het zwemmen in de Waal op 3 augustus 1944. In 2008 is de oorspronkelijke zerk van het grafmonument vervangen.

Zustergraven

In 1855 stichtte zuster Catharina Gebel een Dominicanessenklooster in Tiel. Aanvankelijk betrokken zij het huis naast de kerk, maar vanaf 1874 een eigen kloostergebouw, waar de nonnen tot 2001 hun onderkomen hadden. In 1882 overleed zuster Agnes, die nog in een regulier graf werd begraven. In 1885 besloot het kerk- en armbestuur met pastoor Van Wees een aparte plek aan te wijzen op de begraafplaats voor de zusters. Nadien werden overleden zusters begraven op het zogenaamde zusterkerkhof, links achter de kapel. Er werd een kruis geplaatst met daarop de namen van de begraven zusters. Toen er geen ruimte meer was om zusters te begraven, werden zij in Voorschoten begraven. Op een plaquette op de basis van het kruis werden de namen van de zuster geplaatst die in Tiel zijn overleden. Later kwam er op de plek van het zustergraf een urnenveld, waarvoor de Dominicanessen hun toestemming hebben verleend.

Urnenveld binnen het oorspronkelijke zustergraf.Urnenveld binnen het oorspronkelijke zustergraf.

Tweede Wereldoorlog

Toen Tiel tijdens de meidagen van 1940 werd geëvacueerd, overleden daarbij drie personen. Johanna van Hoeven werd op 22 mei op de begraafplaats begraven, na enkele dagen eerder in Culemborg te zijn overleden. Vincentius Johannes Maria van Hesteren en Hendrik Blijdenstein werden op 10 december 1943 in Fort Rhijnauwen bij Utrecht gefusilleerd. Hun lichamen werden vervolgens in het crematorium in Velsen gecremeerd. Na de oorlog werden hun urnen in het Duitse Erfurt teruggevonden en op 16 juni 1948 bijgezet op de begraafplaats. In 2009 is de urn van Blijdenstein, samen met de resten van zijn vrouw, overgebracht naar Ereveld Loenen. 

Op 22 februari kwamen Cornelia Maria Petronella Manders (4 jaar) en Arnoldus Nicolaas Veldhuis (41 jaar) om bij het bombardement op Nijmegen. Willem C.F. Romijn overleed op 26 maart 1944 in een arbeidskamp bij Emmen. Alle drie zijn ze geen erkende oorlogsslachtoffers, in tegenstelling tot de 14 personen afkomstig uit Wamel die liggen begraven direct achter de kapel. Zij werden op 20 september 1944 als represaille door de Duitse bezetter in Tiel gefusilleerd en hier begraven. Na de oorlog, in december 1947, zijn er grafstenen op hun graven geplaatst.

De graven van de Wamelse oorlogsslachtoffersDe graven van de Wamelse oorlogsslachtoffers

Op 24 december 1944 werden vijf mannen als todeskandidaten op de binnenplaats van de gevangenis van Tiel doodgeschoten. Zij werden begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Zoelen en Kerk-Avezaath. Een van hen, Wilhelmus van den Boogaard, werd later op de katholieke begraafplaats van Tiel herbegraven.

Op 1 januari 1945 vonden heftige beschietingen plaats in Tiel, waarbij 18 doden vielen. Zes van hen zijn begraven op de katholieke begraafplaats. Het verhaal van een van hen, koster en begrafenisondernemer Theo Gennissen, is in het bijzonder tragisch. Hij werd tijdens het bergen van de doden dodelijk getroffen.

Toen de Tielse bevolking kort daarop voor de tweede keer in de oorlog moest evacueren, kwamen vader en dochter Van de Burgt op 22 februari 1945 om het leven bij een ongeluk. Aanvankelijk lagen ze in Zoelen begraven, maar in september 1945 zijn ze herbegraven in Tiel.

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was de begraafplaats praktisch vol. Het kerkbestuur vroeg aan de gemeente toestemming om de begraafplaats uit te breiden, maar die werd niet verkregen omdat de bestaande bebouwing te dicht op de begraafplaats was gelegen. Als alternatief stelde de gemeente de aanleg van een nieuw begraafplaats in het westen van Tiel voor, waar ook een deel voor de katholieke gemeenschap was bedoeld. In 1962 bleek het plan niet door te gaan. Uiteindelijk kocht de gemeente in 1964 de protestantse begraafplaats aan de Papesteeg en richtte hier een deel voor de katholieken in. In 1984 werd op verzoek van de parochie daar een kruis geplaatst. In 2008 waren er concrete plannen om de begraafplaats aan de J.D. van Leeuwenstraat alsnog uit te breiden aan de oostzijde. Uiteindelijk werd afgezien van de uitbreiding vanwege het aantal teruglopende begrafenissen en bood ruiming binnen de bestaande begraafplaats voldoende plek om te kunnen blijven begraven.

In 1983 werd de kapel nog eens gerestaureerd, daarbij werd het corpus dat eerder boven de ingang hing aan een nieuw kruis in de kapel bevestigd. Ook werden kapotte glas-in-lood-ramen vervangen door bruingetint glas en onder meer de toren vernieuwd. De ramen werden opgeslagen in de kelder van de kerk. Opvallend genoeg werd de toren in 2000 nog eens hersteld, waarbij ook de klok werd gerestaureerd. In 2016 werd het altaar uit de voormalige kerk van Rumpt in de kapel geplaatst. Het oude altaar kreeg op de begraafplaats een bestemming als verzorgingstafel voor bloemen.

In 1998 werd een urnenveld op de begraafplaats ingezegend, nadat er in 1976 al een goedgekeurd plan was om de kapel tot urnenbestemming te maken. Uiteindelijk is dat plan niet uitgevoerd.

In 2008 werd tussen de kapel en het priestergraf een monument geplaast voor de ongedoopte kinderen. Het monument, een huisje op twee ladders, werd gemaakt door kunstenares Guusje Kaayk en symboliseert geborgenheid.

Tegenwoordig

De begraafplaats is in ruim 150 jaar tijd intensief gebruikt. Oude en nieuwe grafmonumenten wisselen elkaar dan ook af. Het oudste bestaande grafmonument is voor het echtpaar Petronella Boeijen († 1873) en Franciscus van Waardenburg († 1893).

In 2018 werd de renovatie aan het hekwerk en de kapel op het kerkhof afgerond. Daarbij werden nieuwe ramen geplaatst met de originele glasplaatjes erin. Ook werden onder meer de deuren vervangen. Het interieur van de kapel werd voorzien van kerkbanken, afkomstig uit de Dominicuskerk.

De begraafplaats werd in 1971 aangewezen als rijksmonument (35581).

 

Literatuur

  • A.T.M Ruygt, Begraafplaats Ter Navolging Tiel (Tiel, 1998)
  • G.A. Overdijk, In Paradisum - De geschiedenis van het r.-k. kerkhof op Zandwijk (Tiel) 1836-2016 (z.j.)

 

Internet

  • Huub van Heiningen, Vergeten kerkhof op: de Tielenaar (geraadpleegd 5 januari 2022)
  • Britt van den Elshout, Renovatie van de R.K. Begraafplaats Tiel is volbracht op: de Tielenaar (geraadpleegd 5 januari 2022)

 

Bron

 

 

 

Aangepast: 10 januari 2022

Nieuw op de website