Gelderland

Warnsveld - Een grafzerkfragment uit de Martinuskerk

 

 

Op vrijdag 15 februari 2019 treft een aantal leden van de Werkgroep Bouw Historie Zutphen (WBHZ), een werkgroep van de Historische Vereniging Zutphen, op een zolder van de toren van de Martinuskerk te Warnsveld een hardsteenfragment met reliëf aan. Hardsteen is een veelvuldig voor grafstenen gebruikt materiaal. Zou dat hier ook het geval zijn en zo ja, van wiens grafsteen?

Het puzzelstuk

Het gevonden fragment.Gelet op de verwering van het fragment heeft het na de slijtage op de vloer van de kerk lange tijd buiten gelegen voordat het op de torenzolder belandde. Het fragment vertoont een duidelijke rechte rand en twee breukvlakken. Het ornament bestaat uit een platte band langs de rechte rand en een daaraan vastzittende ‘krul’, waarover een riempje hangt. De krul is een typisch renaissanceornament en plaatst het fragment na het midden van de zestiende eeuw. Voor een verdere identificatie gaan de gedachten natuurlijk in de eerste plaats uit naar een steen uit de kerk van Warnsveld.

 

De steen van Boshoff

Het resterende deel van de grafsteen van Hendrik Boshoff tot Suideras.Gelukkig schreef Henk Demoed in het boek In en om de kerk. De geschiedenis van de Warnsveldse Martinuskerk het artikel Grafstenen in de kerk van Warnsveld. [1] Demoed behandelt in dat artikel uitgebreid de halve grafsteen van Hendrik Boshoff tot Suideras, die gekenmerkt wordt door een midden cartouche met vermelding van de overledene en daaromheen op heraldische wijze gerangschikt de wapenschilden van zijn voorouders.

Opmeting van de ornamenten op beide delen van de grafsteen. Maten in centimeters. Het handwerk van de steenhouwer zorgt vanzelfsprekend voor kleine maatverschillen.Deze wapenschilden hangen op deze grafsteen aan dezelfde ornamenten als op het gevonden fragment. Vergelijking van maten van de ornamenten op de halve grafsteen en het fragment tonen overtuigend aan, dat het hier om twee delen van dezelfde steen gaat.

Henk Demoed geeft in zijn artikel ook de volledige kwartierstaat van de familie op, waaruit blijkt welke wapenschilden ontbreken. [2] Gelet de horizontale balken zou het wapen van familie Van Goltstein heel goed het wapen op ons fragment kunnen zijn. Na 1814 werd de familie Van Goltstein opgenomen in de Nederlandse adel met een wapen, dat compleet met alle heraldische toeters en bellen werd omschreven als “gedwarsbalkt van acht stukken, goud en blauw. Een aanziende helm; een kroon van drie bladeren en tweemaal drie parels; dekkleden goud en blauw; helmteken: twee olifantstrompen volgens het schild; schildhouders: twee aanziende gouden leeuwen, rood getongd; het geheel geplaatst op een groen voetstuk.” [3]

Familie Goltstein

Wapen van het geslacht Goltsteyn zoals afgebeeld in het Wapenboek van de familie Rhemen.Stamvader Johan Goltstein (Hertogdom Gulick ± 1471 (?) -­ Zutphen 4 februari 1544) was een krijgsheer van Karel van Gelre, stadhouder van de hertog in Dokkum, burggraaf van Nijmegen, schepen van Zutphen en dus ook actief in onze streken. Sophia van Goltstein, dochter van Johan, was vrouwe van Suyrhuysen (Suideras). Via haar kwam dit goed aan Boshoff. [4]

We weten dat Hendrik Boshoff tot Suideras in 1637 niet meer in leven was en dat het fragment dus mogelijk uit de vroege zeventiende eeuw dateert. In ieder geval conform het initiële vermoeden na het midden van de zestiende eeuw.

Reconstructie van de steen

Henk Demoed geeft in zijn artikel verder aan hoe de wapenschilden van de stamvaders en ­moeders op heraldisch juiste wijze rond de centrale cartouche van de overleden Hendrik Boshoff tot Suideras geordend moeten zijn geweest (zie afbeelding hieronder).

Ordening wapenschilden rond de centrale cartouche.

Partiële reconstructie grafsteen van Hendrik Boshoff tot Suideras.Deze ordening maakt het mogelijk om de positie van het fragment ten opzichte van het restant van de steen te bepalen en zo een partiële reconstructie van deze grafsteen te maken. Het blijkt een bijzonder grote grafsteen, 143 x 228 cm, te zijn geweest, waarschijnlijk bestemd voor een grafkelder. De dikte van de steen (19 cm) duidt erop, dat hij rustte op de muren van de grafkelder en dat deze niet zoals gebruikelijk met een gewelfje overdekt werd, waarop dan zand lag met een steen van normale dikte (ca. 10 cm). Het is moeilijk voorstelbaar, dat een belangrijke familie in zo’n situatie en bij zo’n rijk bewerkte steen genoegen nam met een steen in twee delen. Hardsteen was bovendien een materiaal dat destijds in Nederland ruim voorhanden was en in allerlei verschillende kwaliteiten. Een gave steen van een flink formaat moet niet moeilijk te vinden zijn geweest. Hij zal om welke reden dan ook op enig moment (in de Franse tijd?) in twee stukken zijn gedeeld. [5]

Het einde van het graf en de steen

Al in de zeventiende eeuw gingen in verschillende Europese steden stemmen op tegen het begraven in de kerken en per decreet van 12 juni 1804 werd het door Napoleon verboden. Dat besluit werd na het inlijven van het Koninkrijk Holland in 1810 ook hier van kracht tot het na de Franse tijd weer terzijde werd geschoven. Bij besluit van 22 augustus 1827 werd het decreet weer van kracht waardoor het per 1 januari 1829 definitief verboden werd om in kerken en binnen de bebouwde kom te begraven. Daarmee gingen eigendomsrechten op bestaande graven in kerken niet automatisch verloren. Het was aan de kerkvoogdijen hoe daarmee om te gaan. De kerkenraad in Warnsveld verzocht haar leden in maart 1828 zich te melden wanneer zij een graf hadden op het kerkhof of in de kerk. [6] Dit verzoek werd gedaan op instructie van de burgemeester van Warnsveld; die waarschijnlijk handelde in de aanloop van de aangepaste wetgeving en alvast een lijst wilde voor de mogelijke schadeloosstellingen. De kerkenraad stuurt de burgemeester vervolgens een overzicht van de rechthebbenden:

De eigenaar van huize Voorst heeft zijn graf afgestaan aan de kerk

Van der Capellen tot den Dam

Eigenaar van het Meijerink

G. Zwavink

G.W. Brinkman

Eigenaar Eefdese molen

Koster P. Dekkers

Hr. Makkink

A.Graauwert

Heer van het Velde

Heer van Vierakker

Daar is geen familie van ‘onze’ steen bij, zodat het aannemelijk is dat de grafkelder al eerder (in de Franse tijd?) verloren is gegaan, waarbij de steen om wat voor reden dan ook zorgvuldig in twee stukken is verdeeld.

Reconstructie

De Martinuskerk te WarnsveldIn veel kerken werd in de loop van de negentiende eeuw de vloer herlegd, nadat de rechten van de graven aan de kerkvoogdij gekomen waren. Als we dan nogmaals naar de twee fragmenten van ‘onze’ steen kijken, zien we dat de rechter bovenkant van het nog in de kerk liggende halve­steenfragment een duidelijk breukvlak vertoont, terwijl de steen linksboven met een rechte lijn is beëindigd. Bij het herleggen van de vloer in de negentiende eeuw gebeurde wellicht het volgende: Van het kleinste (het onderste) gedeelte breekt de rechterbovenhoek af, maar men beoordeelt het restant alsnog bruikbaar als vloertegel. Het grootste gedeelte breekt in meerdere stukken, die men buiten neerlegt en één fragment daarvan belandt op zeker moment op de zolder van de toren, waar onze werkgroep het toevallig aantrof.

Ik verwacht daarom niet dat dat breken in 1954/1955 gebeurde bij de restauratie van de kerk, waarvoor de architecten J.G.A. Heineman en A. Warnaar in hun bestek van september 1954 onder sloop­ en breekwerken schreven: De rode estrich-vloeren met waar nodig ondervloeren, grafzerken, etc.. [7] Men had toen al goed hijsgereedschap om bij de uitvoering zulke zware brokken steen te hanteren. Als men toen twee nog intact zijnde helften had aangetroffen, dan zou men ze aan elkaar gepast in de vloer gelegd hebben, waar ze dan nu nog allebei hadden gelegen.

 

Johans Kreek (1948) is in 1974 als architect aan de TU Delft afgestudeerd met specialisatie restauratie op een moment dat het denken over monumentenzorg en de omgang met historische binnensteden een omslag maakte. Vanuit verschillende posities kon hij daarna een bijdrage leveren aan het behoud van de historische binnensteden van met name Kampen en Deventer.

 

Voetnoten:

  1. Henk Demoed, ‘Grafstenen in de kerk van Warnsveld’ in: J.C. Riemens (red.), In en om de kerk. De geschiedenis van de Warnsveldse Martinuskerk, Zutphen 2006, pp. 111-­114, Met dank aan Mirjam van Velzen-Barendsen (Regionaal Archief Zutphen) voor deze literatuurverwijzing.
  2. Demoed, Grafstenen, p. 114.
  3. De Nederlandse adel. Besluiten en wapenbeschrijvingen, ‘‘s­-Gravenhage, 1989, lemma Van Goltstein; Gelders Archief, toegang 0908 Familie Van Rhemen; Handschriften, inv.nr. 01.11: Wapen­boek uit de collectie van de familie van Rhemen (1701).
  4. Demoed, p. 114 en Wikipedia, lemma ‘Johan Goltstein’, geraadpleegd 2019­03­07.
  5. Vriendelijke mededelingen Leon Bok, Specialist Funerair Erfgoed Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
  6. RAZ, Archief van de Hervormde Gemeente Warnsveld (3004), inv.nr. 264.
  7. RAZ, Archief van de Hervormde Gemeente Warnsveld (3004), inv.nr. 331.

 

Dit artikel werd eerder geplaatst in Zutphen; Tijdschrift over de historie van Zutphen en omgeving, 2019-4, jaargang 38. 


© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.