Letteren

Crone, Cornelius Carolus Stephan (Kees)

 

* Utrecht 26 december 1914 - † Arnhem 9 november 1951

 

Voor de Tweede Wereldoorlog kreeg Crone enige bekendheid met zijn werk, onder andere met de novelle Gymnasium en liefde dat in 1936 verscheen. Het bleek de aanvang van een moeizame carrière als schrijver die zijn droevige verhalen over het algemeen situeerde in de stad Utrecht.

Portret van C.C.S. Crone (via: https://www.culturelezondagen.nl/zondag/2018/uitfeest/programma/item-5103)Crone, geboren in een katholiek gezin, bedacht eerst dat hij priester wilde worden maar zag daar na ruim drie jaar opleiding vanaf. Hij ging daarna naar het lyceum maar voltooide deze niet maar wijdde zich aan het schrijven. Boekbesprekingen leverden een mager inkomen op en pas na het uitbrengen van zijn eerste novelle kreeg hij enige bekendheid wat hem ook opdrachten opleverde, zoals het samenstellen van De Vrolijke dichtkunst (1938), een bloemlezing met humoristische fragmenten uit de vaderlandse letterkunde. In de letterkundige tijdschriften uit die tijd volgden regelmatig publicaties van hem en langzamerhand groeide zijn bekendheid.

In 1939 verscheen Muziek over het water dat wel omschreven werd als een lange roman in compacte vorm. Hoewel de uitgave de nodige aandacht kreeg, viel de verkoop tegen. In 1941 kreeg hij een vaste aanstelling als letterkundig adviseur bij de Utrechtse uitgeverij Bruna. In 1943 ging hij over naar de Amsterdamse uitgeverij Strengholt en in datzelfde jaar trad hij in het huwelijk met Johanna Markenhof (1917-1992). Crone en Markenhof kregen twee zoons en twee dochters.

In 1947 verscheen bij Strengholt De schuiftrompet, zijn verzameld proza. In datzelfde jaar nam hij een baan als redacteur en copywriter bij de Algemene Kunstzijde Unie (AKU) en verhuisde hij naar Arnhem.

Op 9 november 1951 werd Crone in de ochtend opgenomen in het Sint-Elisabethziekenhuis in Arnhem. De middag ervoor was hij op kantoor onwel geworden. Kort na twaalf uur overleed Crone, nog maar 37 jaar oud. Later bleek dat Crone getroffen was door kinderverlamming. In de kranten verschenen direct daarna enkele “in memoria” die vooral zijn kwaliteit als schrijver loofden, maar treurden over zijn kwantiteit. Hij werd beschouwd als een vernieuwer, maar wel een uitgekiende en zonder veel ruchtbaarheid. Crone zelf werd omschreven als blijmoedig en melancholisch, iets wat volgens velen ook vertaald werd in zijn werk.

Het grafmonument van Crone op begraafplaats Moscowa.De begrafenis van Crone vond plaats op 13 november op de Arnhemse begraafplaats Moscowa. Aldaar werd Crone begraven op de tweede afdeling van het katholieke gedeelte (graf RK-II-760). Het grafmonument dat het graf siert bestaat uit een eenvoudige zerk op een lage roef. De zerk heeft wel wat weg van een laatgotische zerk door de aanwezigheid van een wapenschild en een randtekst. De tijd is zeer ongunstig geweest voor het zachte materiaal waaruit de steen is vervaardigd. De tufsteen heeft veel van zijn oorspronkelijke bewerking verloren en sommige delen van de tekst zijn nog maar nauwelijks te lezen.

Op het bidprentje voor Crone werd een gedicht van Jan Engelman opgenomen. Engelman was een oom van Crone. In het gedicht verwijst Engelman naar het werk dat hij deed als redacteur van het AKU-personeelsblad.

In 2015 werden plannen gemaakt om de steen te herstellen, met ondersteuning van het Fonds Perzik van Onsterfelijkheid van het Prins Bernhard Cultuurfonds. De werkzaamheden zijn tot op heden nog niet uitgevoerd.

Hoewel het oeuvre van Crone niet meer dan 150 bladzijden beslaat, wordt het beschouwd als uniek in de Nederlandse literatuur. Naast verschillende herdrukken van De schuiftrompet is aan Crone ook een kroniek gewijd en is in Utrecht een boekje verschenen met vijf wandelingen door de stad aan de hand van de verhalen van Crone. In 2001 is in Utrecht de tweejaarlijkse gemeentelijke literatuurprijs naar Crone vernoemd en er is ook een C.C.S. Crone-stipendium dat bestaat uit een aanmoedigingsbedrag voor beginnende schrijvers. In Utrecht is ook een beeld te vinden van 'Man met schuiftrompet' van Hans Bayens.

 

Meer informatie over het Fonds Perzik van Onsterfelijkheid

 

Literatuur:

  • Heesen, Hans, Harry Jansen en Ed Schilders; Waar ligt Poot? Over de dood en de laatste rustplaats van Nederlandse en Vlaamse schrijvers, Baarn 1997
  • Bork, G.J. van en P.J. Verkruijsse; De Nederlandse en Vlaamse Auteurs, 1985

Internet:


© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.