Letteren

Roland Holst, Adrianus (Jany)

 

* Amsterdam 23 mei 1888 - † Bergen (NH) 6 augustus 1976

 

3arolandholstAdrianus Roland Holst, roepnaam Jany, was de zoon van Adrianus Roland Holst, verzekeringsagent, en Maria Elisabeth van Tijen. Na de lagere school en de H.B.S vertrok hij in 1906 naar Lausanne waar hij gedurende 8 maanden hoorcolleges geschiedenis en Franse literatuur volgde. Hij werkte korte tijd op het kantoor van zijn vader en ging in 1908 naar Oxford om political economy te studeren. In hetzelfde jaar debuteerde hij in De XXe Eeuw met enkele gedichten. Zijn verblijf in Oxford is voor wat betreft zijn dichterschap van essentiële betekenis geweest. Hij leerde er de Iers-Keltische literatuur kennen en raakte bekend met het werk van William Morris, William B.Yates en Lady Augusta Gregory. Niet alleen boeide deze tak van de literatuur hem bijzonder maar het gaf hem ook het gevoel of hij thuis kwam; het maakte, zoals hij zei, oude herinneringen in hem wakker. Omdat hij het schrijven van gedichten als een roeping voelde kende zijn vader hem een jaargeld toe waarvan hij zonder te werken kon leven. Hij brak zijn studie, die hem toch al niet boeide, in 1910 af en wijdde zich nu geheel aan de literatuur.

De zomer van 1911 bracht hij in Lynmouth door om te genezen van een longziekte. Het beviel hem daar zo goed dat hij er tot 1914 iedere zomer verbleef. In de herfst van 1911 verscheen zijn eerste bundel Verzen gevolgd door gedichten die in De belijdenis van de stilte zijn verzameld. Wederom door ziekte, een nieroperatie in 1916, moest hij opnieuw rust nemen. Hij wandelde veel op het strand van Bergen aan Zee wat tot gevolg had dat hij zich in 1921 in het nabij gelegen Bergen vestigde.
Van 1920 tot 1933 was hij redacteur van De Gids. Met gebruikmaking van Keltische verhalen schiep hij een eigen mythe waarin hij poëzie en leven op persoonlijke wijze verbond. De afspraak uit 1925 is daar een exponent van. Zijn in 1937 verschenen Een winter aan zee werd bekroond met de D.A. Thieme-prijs voor poëzie.

In mei 1940 sterven zijn vrienden Menno ter Braak en Charles E. du Perron; de eerstgenoemde door zelfmoord. Ter Braak had al jaren voor het opkomende fascisme gewaarschuwd en vreesde, naar later bleek niet ten onrechte, door de Duitsers te worden opgepakt. Als Roland Holst zich bij de Kulturkammer als lid moet aanmelden deelt hij mee zich naar de politiemaatregelen van de bezettende macht te zullen schikken maar dat "Uw afkeuring van mijn lidmaatschap door mij op hoogen prijs zal worden gesteld". Hij moet onderduiken, eerst bij Eduard Verkade in Breukelen, later bij zijn broer in Leiden. In die tijd gebruikt hij de naam Erik van Tijen, de familienaam van zijn moeder.
Na de oorlog, in 1946, benoemt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden hem tot lid en daarna tot erelid. Veel eer valt hem ten deel: de Constantijn Huygens-prijs (1948), de P.C. Hooft-prijs (1956), de Prijs der Nederlandse Letterkunde (1958). In het juryrapport van deze prijs wordt hij "de Prins der dichters" genoemd. De Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam wordt hem in 1961 en 1963 toegekend. Een regeringsopdracht voor een tekst op het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam is een parel op zijn kroon. In 1962 kent het Rijk hem een jaarlijks eregeld toe.
Naast vertalingen van toneelwerken van Shakespeare en literatuur van Yeates ging zijn eigen produktie onverminderd door in kleine dichtbundels zoals In Gevaar (1958) en 2rolandholstOmtrent de Grens (1960). Zijn 4-delig Verzameld Werk verscheen in 1982. Kenmerkend voor Roland Holst's dichterschap zijn de grote zeggenschap in een meeslepend taalgebruik en het gebruik van symbolen zoals de zee, de wolken, de meeuwen etc.


Door een depressie werd hij in 1964 tweemaal in de Valeriuskliniek in Amsterdam opgenomen. Hij moest zijn Bergense woning verlaten en vestigde zich in de plaatselijke verzorgingsflat Frankenstate waar hij door ouderdomsverschijnselen op 6 augustus 1976 overleed. Hij werd op 10 augustus 1976 begraven op de Algemene Begraafplaats in Bergen (Nh), graf 1L-01-K. Zijn grafschrift luidt "Wat was is geweest". (2002)

 

Literatuur

  • H.A. Wage: Roland Holst, Adrianus (jany) (1888 - 1976) - Biografisch Woordenboek van Nederland, deel 2 (1985)
  • G.A. van Oorschot: 'Na de dood van A. Roland Holst' in: Hij is reeds aan de overzijde - samengesteld door Jeroen Brouwers (1986)
  • Jacques Kruithof: 'Met de rug naar Europa' in: Hij is reeds aan de overzijde - samengesteld door Jeroen Brouwers (1986)
  • Hans Heesen, Harry Jansen, Ed Schilders: Waar ligt Poot? (1997)

 

 


© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.