Buitenland

Italië - De Nederlandse Tuin in Livorno

 

In mei 2018 brachten twee medewerkers van stichting Dodenakkers.nl op uitnodiging van de Nederlandse ambassade een bezoek aan het Italiaanse Livorno. Doel was een opname te maken van de aanwezige historische Nederlandse grafmonumenten op de cimetero della Congregazione Olandese Alemanna en de historische waarde daarvan te bepalen.

Daarnaast heeft stichting Dodenakkers.nl kansen in kaart gebracht voor samenwerking tussen de verschillende organisaties die betrokken zijn bij de begraafplaats en de Nederlandse ambassade. De resultaten zijn gepresenteerd in een rapport. Vooruitlopend op een uitgebreid artikel van de hand van een Italiaanse onderzoeker over de Nederlandse begraafplaats en zijn voorgangers, is onderstaand artikel een korte schets van de geschiedenis.

Zeeslag Livorno 1653

De Toscaanse havenstad Livorno deelt een eeuwenlange geschiedenis met Nederland. Al vanaf het midden van de zestiende eeuw trokken kooplieden en zeevaarders uit de toenmalige Nederlanden naar de handelsstad aan de Ligurische Zee. In 1653 vond voor de kust van Livorno een zeeslag plaats tussen Engelse en Nederlandse schepen, hierbij verloor Jan van Galen het leven. Het hoogtepunt van de Nederlandse aanwezigheid lag in de zeventiende eeuw, daarna kregen kooplieden uit met name Engeland de overhand.  Veel sporen van de Nederlanders zijn verdwenen, niet in de laatste plaats door de zware bombardementen die Livorno in de Tweede Wereldoorlog te verduren kreeg. Wel bestaat nog de negentiende-eeuwse ‘chiesa Olandese’, de Nederlandse kerk. Het gebouw behoeft dringend restauratie, maar behalve de naam heeft het gebouw weinig met Nederland te maken. Daarnaast bestaat er nog een begraafplaats waar tientallen achttiende-eeuwse grafmonumenten van Nederlanders liggen. De cimetero della Congregazione Olandese Alemanna staat ook wel bekend als 'de Nederlandse begraafplaats' of 'de Nederlandse tuin', verwijzend naar de eerste begraafplaats die de Nederlandse protestanten midden zeventiende eeuw in gebruik namen.

Kaart Livorno situatie begin zeventiende eeuw

De groei van Livorno

Midden zestiende eeuw wilden de heersende Medici’s een moderne staat maken van Toscane, waarbij aansluiting moest worden gezocht bij de veranderingen die er in de wereldhandel gaande waren. Toscane moest het middelpunt worden van de internationale handel in het Middellandse Zeegebied. Vanaf 1547 werden Joden en Grieken uitgenodigd om zich in Livorno te vestigen. In 1551 werd ook Turken, Armeniërs, Moren en Perzen bepaalde privileges in het vooruitzicht gesteld als zij zich als handelaar zouden vestigen in Florence of een andere Toscaanse stad.

In 1577 gaf Franceso I de aanzet voor de bouw van een vesting rond de stad Livorno en de uitbouw van de haven ter aanvulling op het eerder door de heersers van Pisa gebouwde kasteel. De volgende decennia kwam de handel tot bloei, waarbij de nieuw opgebouwde haven naar voorbeeld van de haven van Antwerpen een belangrijke plek innam. Omdat in Genua de voorwaarden voor vestiging veel minder gunstig waren en het daar bovendien aan opslagcapaciteit ontbrak, bleek Livorno een aantrekkelijke plaats voor handel. Ferdinando I had grote belangstelling voor de handel met Azië en wilde daar met hulp van de Nederlanders een positie verkrijgen. Door de Nederlanders werd echter niet toegestaan dat iemand anders buiten de VOC handel dreef met Azië en daarmee ontstond voor de Toscaanse handel een grote afhankelijkheid van de Nederlanders. Die afhankelijkheid werd versterkt door de rol die de Nederlanders speelden in de zeevaart binnen Europa in die periode. Doordat in het laatste decennium van de zestiende eeuw bovendien veel oogsten waren mislukt, was er een grote behoefte aan graan uit Noord-Europa.

Versterkingen Livorno 1702

Vanaf 1590 riep de groothertog Livorno uit tot vrijhaven waardoor hier zonder tol gehandeld kon worden. Voor de Nederlanders was de stapelmarkt in Livorno interessant omdat men hier de producten uit de Levant kon halen, terwijl men er afzet vond voor graan en andere handelsproducten. Tot de laatste behoorden ook slaven die gevangen waren genomen van Barbarijse of Turkse schepen. In Livorno kon men ook tot slaaf gemaakte christenen vrijkopen. Waren de kooplieden zowel afkomstig uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, de zeelieden kwam vrijwel uitsluitend uit de Noordelijke Nederlanden. Voor rijke kooplieden uit in eerste instantie de Zuidelijke Nederlanden, maar al snel daarna de Noordelijke Nederlanden, was Livorno een winstgevende vestigingsplek, waarbij men verbeterde toegang kreeg tot de handel met de Levant en Noord-Afrika. De handelaren werden allerlei vrijstellingen van belastingen geboden en genoten bovendien een zekere mate van godsdienstvrijheid. Waren de eerste Nederlanders nog katholiek, al snel werden ze in aantal ingehaald door de protestanten uit het noorden van de Nederlanden en de noordelijke Duitse staten.

De buitenlandse handelaars verenigden zich in zogenaamde naziones, naties. Aanvankelijk begroeven deze hun doden op de begraafplaats van de stad, maar gedurende de zeventiende en achttiende eeuw kregen de verschillende naziones en geloofsgemeenschappen de beschikking over eigen begraafplaatsen. Al rond 1600 hadden de Joden een eigen begraafplaats. Het zou echter nog lang duren voordat de Nederlanders een eigen begraafplaats kregen.

De begraafplaatsen van de nazione Olandese Alemanna

Nederlandse kapel in de chiesa della MadonnaDe Nederlandse en Duitse handelaren vonden elkaar qua geloof in 1607 ook in een gezamenlijke nazione. In dat jaar werd verzocht om een kapel op te richten in de chiesa della Madonna. Pas in 1622 werd de nazione geïnstitutionaliseerd en zorgde men voor de verdere financiering van de kapel en een grafkelder in de kerk. De nazione was in eerste instantie bedoeld als begrafenisvereniging. Het was de bedoeling dat in de Madonnakerk de katholieke leden van de nazione zouden worden begraven. Tot die tijd werden de katholieken begraven in andere kerken of op de plaatselijke begraafplaats. Voor de protestantse leden was het uiteraard niet mogelijk om in de kerk te worden begraven. In de jaren ’10 van de zeventiende eeuw had de Vlaamse koopman Lambert Constant daarom buiten de stadspoort, langs de weg naar Pisa, een tuin aangekocht. De tuin was omgeven door een hoge muur en niet herkenbaar als begraafplaats. Hierdoor werd de begraafplaats toch gedoogd. In 1653 werd het hart van Jan van Galen hier begraven, nadat hij was omgekomen in een zeeslag met de Engelsen voor de kust. Zijn lichaam werd vervoerd naar Nederland waar het werd bijgezet in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Plattegrond oude protestantse begraafplaatsen LivornoDe tuin bood ook plaats aan geloofsgenoten van andere nationaliteiten. Nadat Lambert Constant was overleden in 1648, vroeg zijn erfgenaam John Watering voor elke begrafenis een vergoeding. Dit zinde de nazione niet en vanaf dat moment ging deze op zoek naar een eigen stuk land. Het zou echter tot 1683 duren voordat men toestemming kreeg om een eigen begraafplaats in te richten, maar toen werd een stuk grond naast de bestaande tuin aangekocht om deze te bestemmen tot begraafplaats. In 1685 eiste de aartsbisschop dat de grond niet ommuurd zou worden en dat het niet als begraafplaats bestempeld mocht worden. Pas in 1695 kreeg men formeel de toestemming om hier officieel doden te begraven. De benaming bleef ´tuin´ ondanks dat er nu toestemming was voor een protestantse begraafplaats. Nadat men vanaf 1840 kon beschikken over een nieuwe begraafplaats werd de tuin niet meer gebruikt. Na de Eerste Wereldoorlog werd de oude begraafplaats onteigend en eind jaren twintig is er een school op het terrein gebouwd.

De begraafplaats van de congregazione Ollandese Alemanna

Toegang begraafplaatsDe groei van de stad liet de oude begraafplaatsen niet ongemoeid. De Griekse, Armeense, Joodse begraafplaatsen en ook die van de protestanten werden alle verplaatst. Sommige, zoals de Armeense, werden niet vervangen. De protestantse dodenakker dus wel. In 1840 werd de huidige begraafplaats in gebruik genomen, een stuk verder van de stad gelegen. De nazione verkreeg samen met de Griekse gemeente een stuk grond dat ingericht kon worden als begraafplaatsen voor beide gemeenschappen. Aan de weg werd door de protestanten een woning met afscheidsruimte gebouwd en omdat de Griekse kerk door de stadsuitbreidingen ook gesloopt moest worden, bouwden de Grieken op hun begraafplaats een nieuwe kerk. Rondom het terrein werd een hoge muur gebouwd en tussen de twee begraafplaatsen kwam een lage muur met daarop een gietijzeren hekwerk in neogotische stijl. De protestantse begraafplaats werd sober maar doelmatig ingericht. Qua opbouw en uitstraling kan deze vergeleken worden met Duitse begraafplaatsen. Dat was niet geheel onlogisch omdat de nazione rond die tijd veelal bestond uit Duitsers en Zwitsers en nauwelijks nog uit Nederlanders. Livorno was tegen die tijd niet meer de grote vrijhaven van weleer, maar er woonden nog steeds veel nazaten van families uit den vreemde. In 1861 veranderde de naam van de nazione in de congregazione di Ollandese Alemanna. Nadat met de inlijving van Toscane bij het Koninkrijk Italië in 1861 de verschillende kerkelijke gezindten gelijk waren gesteld voor de wet, besloot de congregazione een kerk te stichten. Het geld werd bijeengebracht door de congregazione, maar kreeg men kreeg ook veel financiële steun van protestanten uit Noord-Europa. In 1864 werd de bouw van de kerk voltooid. En hoewel er nog nauwelijks Nederlanders aanwezig waren in Livorno, kreeg de kerk de naam chiesa Olandese.

Grafmonument Jan BoogermanRond 1920 werd de oude begraafplaats geruimd en werden veel grafzerken overgebracht naar de nieuwe begraafplaats. Enkele stenen werden ingemetseld in de muur van het gebouw, waaronder die van kapitein Jan Boogerman. De stoffelijke resten van de Nederlanders en anderen die begraven waren op de oude begraafplaats werden bijgezet in een ossuarium op het oudste deel van de begraafplaats.

Situatie 2018

Na een lange tijd van verval is er de laatste jaren weer volop aandacht voor de begraafplaats en de nalatenschap van de congregazione. Er wordt op de begraafplaats hard gewerkt aan het zichtbaar maken van het verleden. Veel groen is verwijderd en in mei 2018 werd officieel het gerestaureerde deel van de muur opgeleverd. Ruim twintig grafzerken bevatten nog een verwijzing naar de Nederlandse kooplieden en kapiteins die in Livorno leefden. De zerken, waarvan de meeste zijn vervaardigd uit het lokale marmer uit de heuvels bij Pisa, maar ook enkele uit het meer kostbare Carrara-marmer, vertonen sporen van verwering door hun ouderdom. Wat echter het meest opvalt, is de ligging van de stenen. De zerken zijn destijds op een wijze neergelegd zodat ze de paden markeerden die in het oude plan zichtbaar zijn. Rond het jaar 2000 waren er plannen om de zerken in de muur op te nemen, maar dat is niet doorgegaan. Een ander opvallend onderdeel, of juist het gebrek daaraan, is de afwezigheid van ´roeven´. Dit zijn de verhogingen waarop de zerken zeer waarschijnlijk hebben gelegen op de eerdere begraafplaats. Met uitzondering van zerken in kerken is het gebruikelijk om zerken op een roef te leggen, waarbij de hoogte van de roef kan verschillen. Zonder die roef is de originele context niet meer compleet aanwezig. De teksten op de zerken zijn over het algemeen nog wel leesbaar, al wordt de directe leesbaarheid bemoeilijkt doordat het oppervlak van veel stenen vervuild is. De teksten zelf leveren een bijdrage aan de geschiedenis van de Nederlandse aanwezigheid, doordat ze niet alleen de namen van de begravenen tonen, maar in veel gevallen ook laten zien wat hun rol was.

Grafmonument CalckbernerDe meest opvallende steen is die voor consul Giacomo (Jacobus) Calckberner, overleden in 1706. Diens zerk van Carrara-marmer valt niet alleen op door de grootte, maar ook door de manier waarop deze gedecoreerd. Het wapenschild mist en ook de bijbehorende versierselen missen, deze waren waarschijnlijk van gepolychromeerd marmer. De zerk heeft een bovenzijde die ongeëvenaard is als het gaat om Nederlandse grafzerken, waar ook ter wereld. Deze zerk wijkt sterk af van de andere zerken die meer overeenkomen met het type dat we sporadisch ook nog in Nederland aan kunnen treffen. Niet uitgesloten kan worden dat de zerk in eerste instantie verticaal heeft gestaan tegen een muur. Naast het Nederlands zijn veel grafteksten gesteld in het Italiaans of het Latijn wat wijst op een sterke integratie binnen de Italiaanse leefwereld.

OssuariumNaast de zerken die vooral op het eerste en oudste deel van de begraafplaats liggen, is er nog een belangrijk element op de begraafplaats aanwezig. Centraal op het oude deel staat namelijk een ossuarium waarin de beenderen zijn bijgezet van alle begravenen van de tweede begraafplaats. Hun namen zijn op drie grote platen opgenomen. Het ossuarium is een octogonale constructie die boven de knekelput is gebouwd. Het geheel is van beton en bestaat uit een open constructie waarin aan de achterzijde oudere natuurstenen familiewapens zijn opgenomen. Onbekend is in welke opstelling deze familiewapens zich op de vorige begraafplaats hebben bevonden. Onbekend is ook wat er met de overblijfselen van de begravenen op de eerste begraafplaats is gebeurd. In totaal zijn de stoffelijke resten van 337 overledenen bijgezet in het ossuarium. Van 325 daarvan zijn de resten afkomstig zijn van de vorige begraafplaats, de tweede begraafplaats. Twaalf overledenen zijn van na 1880, dus die resten moeten afkomstig zijn van de huidige begraafplaats of een andere begraafplaats. Het merendeel van de 337 stoffelijke resten stamt uit de negentiende eeuw en is niet-Nederlands van oorsprong. Een voorzichtige schatting is dat 40-45 van die 337 overledenen Nederlanders betreft. Voor het grootste deel zijn die gestorven tussen 1700 en 1800. Daarna zijn het vooral Duitsers en andere nationaliteiten die begraven werden op de (vorige) begraafplaats.

Overzicht begraafplaatsIn het artikel van G.J. Hoogewerff uit 1927 is een overzicht opgenomen van ‘Nederlanders, wier grafzerken op het “Hollandsche kerkhof” te Livorno worden bewaard”. Het betreft een lijst van 29 zerken. De oudste zerk op de lijst betreft het monument voor Wilhelmus de Weert (†1698), de jongste het monument voor Johannes Franciscus Bouwer (†1777). Tijdens het bezoek in mei 2018 is het niet mogelijk geweest al deze zerken te identificeren, aangezien verschillende zerken sterk vervuild waren. Op de begraafplaats zijn naast volledige grafzerken her en der ook resten van grafmonumenten zichtbaar. Deels zijn deze gebruikt om het pad aan te vullen bij het ossuarium, maar brokstukken van grafmonumenten worden ook gebruikt als perkafscheiding.

Voor het advies over de begraafplaats is tevens onderzoek gedaan hoe de begraafplaatsen en de grafmonumenten zich verhouden tot andere begraafplaatsen in Livorno en Nederlands funerair erfgoed elders in het Middellandse en Egeïsche Zeegebied, zoals Izmir in Turkije, maar ook de rest van de wereld. Door het voortdurende onderzoek dat stichting Dodenakkers.nl doet naar Nederlandse begraafplaatsen in den vreemde wordt steeds duidelijker dat de Nederlanders maar weinig van hun bestaande grafcultuur meenamen naar het buitenland, in de meeste gevallen werd gebruik gemaakt van lokale materialen en steenhouwers. Afgaande op het gebruikte materiaal, de uitbeelding van symboliek en de wijze waarop de tekst is weergegeven, pasten de Nederlanders zich ook in Livorno aan naar wat lokaal gebruikelijk was.

Voor Nederlandse begrippen, de bijzondere geschiedenis van Livorno daarbij in acht nemend, moeten de resten van de oude begraafplaats niet alleen als uniek, maar zeker ook als zeer bijzonder worden gezien. Dat geldt enerzijds als verwijzing naar de geschiedenis van de Nederlanders in Livorno, maar ook als een van de weinige tastbare herinneringen naast de tekeningen en documenten die zich in het archief in Livorno bevinden.

 

Literatuur

  • I “Gardini” della Congregazione Olandese-Alemanna – Memoria e fede nella Livorno delle nazioni, Giangiacomo Panessa, Mauro de Nista (2004)
  • Merchants, Interlopers, Seaman and Corsairs – The ‘Flemish’ Community in Livorno and Genoa (1615-1635), Marie-Christine Engels (1997)
  • De nazione olandese-alemanna – De Nederlandse handelsgemeenschap te Livorno rond 1650, Ewout F. Kieckens (1993)
  • ‘De Nederlandsch-Duitsche gemeente te Livorno en haar kerkhof’, G.J. Hoogewerff in: Meededelingen van het Nederlands Historisch Instituut te Rome, zevende deel p. 147-182 (1927)
  • Un archivio di pietra: l’antico cimitero degli inglesi di Livorno – note storiche e progetti di restauro, red. Matteo Giunti en Giacomo Lorenzini (2013)
  • De Nederlandse Tuin in Livorno. Advies Nederlandse grafmonumenten op de Cimitero della Congregazione Olandese Alemanna, Livorno, Leon Bok en René ten Dam (2018, ongepubliceerd)

 


© 2018 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.