(Herdenkings-)monumenten WOII

Kamp Amersfoort

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de Duitse bezetter in Nederland verschillende gevangenenkampen in gebruik. Nadat een kamp bij Schoorl te klein bleek, werd een bestaand barakkencomplex bij Amersfoort in gebruik genomen. Na de oorlog werd Kamp Amersfoort volledig ontmanteld en bleven er enkel resten van fundamenten over. Anno 2018 is het voormalige kamp een Nationaal Monument met een gedenkplaats waarmee de herinnering levend wordt gehouden aan wat zich tijdens de oorlog in en rondom Kamp Amersfoort heeft afgespeeld.

Een belangrijk onderdeel tijdens de jaarlijkse herdenking op 19 april van de overdracht van het kamp aan het Rode Kruis is de kranslegging bij het monument ‘Gevangene voor het vuurpeloton’, beter bekend als 'De Stenen Man'.

Kamp Amersfoort

Het voormalige Kamp Amersfoort is ontstaan uit barakkenkamp Appelweg, een mobilisatiekamp uit 1939 dat uit zes barakken bestond. De barakken waren bestemd voor militairen die op de Leusderheide oefenden en ook werden ingezet bij de aanleg en verbetering van de verdedigingsgordel rondom Amersfoort en de Grebbelinie. Na de capitulatie in mei 1940 diende het kamp als recuperatiekamp voor troepen van de Duitse Wehrmacht. Later dat jaar werden er permanent Duitse troepen gelegerd, tot in mei 1941 de Sicherheitsdienst het kamp vorderde om er een Schutzhaftlager, een straf- en doorgangskamp, van te maken. Daarmee kwam het kamp onder bevel van de SS. Vanaf dat moment stond het kamp bekend als Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (PDA).

Toen begin 1943 Kamp Vught gereedkwam voor gebruik werden de meeste gevangenen in Amersfoort overgebracht naar Vught en werd het kamp gesloten. Omdat de stroom van arrestanten aanhield, opende het kamp enkele weken later weer zijn deuren. Hoewel de naam van het kamp in het voorjaar van 1943 werd veranderd in Erweitertes Polizeigefängnis Amersfoort, bleef het kamp in de volksmond bekend staan als PDA.

Kamp Amersfoort 1945In de eerste fase van het kamp leden de gevangenen honger en werden ze er wreed behandeld. In de tweede fase verbeterden de omstandigheden enigszins, onder andere doordat de gevangenen voedselpakketten mochten ontvangen. Gedurende het laatste halfjaar van de bezetting werden die vooral verstrekt door Loes van Overeem van het Nederlandse Rode Kruis. Zij bezocht het kamp elke vrijdag. Tijdens de oorlog werden meer dan 37.000 gevangenen officieel ingeschreven in Kamp Amersfoort, waarvan meer dan 19.000 op transport naar Duitsland zijn gesteld. De gevangenen waren overwegend mannen, maar soms ook vrouwen, die veelal zonder proces of veroordeling in het kamp terecht waren gekomen. De gevangenen kwamen uit alle delen van het land en hadden uiteenlopende achtergronden. Er verbleven ook geallieerde krijgsgevangenen en soms werden groepen gijzelaars gevangengezet. De omstandigheden in het kamp waren mensonterend. Lichamelijke geweld was voor iedereen en in het bijzonder voor Joden aan de orde van de dag. Als represaille of als straf voor overtreding van de speciale regels voor Joodse Nederlanders waren er strafplaatsen voor Joodse mannen, die een 'speciale behandeling' kregen. Er werden tevens gevangenen afgevoerd om in Duitsland te moeten werken of om in concentratiekampen te verdwijnen. In september 1941 arriveerden 101 Sovjetsoldaten in het kamp. Begin april 1942 waren 24 van hen al overleden. De overgebleven 77 krijgsgevangenen werden op 9 april bij zonsopgang gefusilleerd. Alleen bij Woeste Hoeve werden na de aanslag op Rauter meer mensen doodgeschoten tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In het kamp en haar omgeving hebben tal van (schijn)processen plaatsgevonden en vele doodvonnissen of represaille-executies zijn bij het kamp of op nabijgelegen locaties uitgevoerd. In dit verband kan Kamp Amersfoort de grootste executieplaats van Nederland tijdens de oorlogsjaren genoemd worden, executies waarvan nog niet alle locaties zijn gevonden.

Op 19 april 1945 werd het kamp met het oog op de komst van de geallieerden, overgedragen aan het Rode Kruis. De bewakers vertrokken en namen ongeveer negentig gevangenen mee, honderden gevangenen bleven achter.

Na de oorlog werd het voormalige kamp in eerste instantie gebruikt als repatriëringskamp, ook voor teruggekeerde gevangenen uit Duitsland. Vervolgens werd het kamp nog ingezet als bewarings- en verblijfskamp voor collaborateurs. In het begin zelfs op hetzelfde moment. Vanaf september 1946 werd het terrein weer een militair complex voor verschillende eenheden en in 1968 werd er een politieschool gevestigd. In 2000 kreeg Kamp Amersfoort uiteindelijk de status van Nationaal Monument.

De schietbaan

Bergingswerkzaamheden schietbaanNa de bevrijding werd duidelijk welke gruwelijkheden zich hadden afgespeeld in het kamp en de directe omgeving. Ten minste 658 gevangenen zijn overleden in het kamp, waarvan meer dan 428 in de nabije omgeving zijn geëxecuteerd. Op 22 juni 1945 werd het eerste massagraf bij het voormalige PDA geopend. Het betrof 49 slachtoffers die aan het einde van de schietbaan waren begraven. De slachtoffers waren doodgeschoten als represaille op de al genoemde mislukte aanslag op Rauter enkele maanden eerder. Ook op andere plaatsen langs de schietbaan werden massagraven en individuele graven gevonden.

Nadat in april 1947 het voormalige kamp door de Nationale Monumenten Commissie werd aangewezen als locatie voor een nationaal monument kocht de familie De Beaufort, die eigenaar was van de percelen waarop het kamp gevestigd was, de door gevangenen in het landschap ingegraven schietbaan. In 1950 werd besloten een monument te plaatsen aan het einde van de schietbaan, pal voor de kogelvanger, op de plek waar het massagraf met 49 slachtoffers was gevonden. Als voorlopig monument werd op 23 september 1950 een monument in de vorm van een teakhouten kruis bovenop de kogelvanger geplaatst.

Het monument

Het ontwerp voor een permanent monument kwam van Frits Sieger, een Amsterdamse beeldhouwer. Gedurende de oorlog had hij geruime tijd gevangen gezeten, waarschijnlijk voor zijn aandeel bij de Februaristaking in 1941. Hij ontwierp het beeld van een gevangene op een sokkel op een zwart-wit plaveisel met vijf vredesduiven die elk een oorlogsjaar symboliseren. Het plaatselijke Propagandacomité lukte het vervolgens om 35.000 gulden in te zamelen om het beeld te bekostigen. De Provinciale Commissie ging akkoord, maar de Centrale Commissie die de minister adviseerde was een ander oordeel toegedaan. Zij meende dat “de kwaliteit van het beeldhouwwerk in alle opzichten te kort [schoot] en zeker niet beantwoordde aan de eisen die voor een zo belangrijk monument gesteld diende te worden.” De verantwoordelijke minister, Cals, gaf echter toestemming.

De manfiguur stelt een sterk vermagerde kampgevangene voor die voor een denkbeeldig vuurpeloton staat. Zijn gebalde vuist staat symbool voor de machteloze woede en een ongebroken wil. De open hand beeldt de vertwijfeling uit. Het beeld is 3,5 meter hoog en is gemaakt van Vaurion, een zachte Franse kalksteen. De sokkel is van basaltlava.

Stenen manHet beeld werd op 14 mei 1953 plechtig onthuld door toenmalige Minister-president Drees. Aan het begin van de schietbaan werd een gedenkteken geplaatst met de tekst: “Zij die in de jaren 1940-1945 hier werden omgebracht hebben met hun bloed deze grond geheiligd hun offer zij het nageslacht een lichtend voorbeeld”. Op 1 januari 1954 werd het terrein van de voormalige schietbaan in altijddurende erfpacht aan de gemeente Leusden gegeven, tegen het symbolische bedrag van 1 gulden. Het onderhoud van het terrein werd afgekocht met de gelden die overgebleven waren na de inzameling.

In 1997 werd het beeld door beeldhouwer Jan Tolboom gereinigd en gerestaureerd. In 2002 werd het monument tijdelijk ontmanteld en door beeldhouwer Laurens Demmer gerenoveerd. Daarna werd het beeld in Duitsland met acrylhars geïmpregneerd om zo beter bestand te zijn tegen de weersinvloeden. In dezelfde periode werd het terrein rondom de schietbaan en de aansluiting daarvan op de gedenkplaats vernieuwd. In maart 2003 werd het beeld weer op zijn plek gezet.

Resten lijkenhuisje

Restanten lijkenhuisje Kamp AmersfoortVan het oorspronkelijke kamp is weinig bewaard gebleven. Wat rest is ondermeer de muurschildering die de kampcommandant door een aantal gevangenen liet maken en een wachttoren. Daarnaast zijn er op tal van plaatsen fundamenten te vinden. Buiten het eigenlijke kamp bevond zich een lijkenhuisje dat bestemd was voor de tijdelijke berging van overleden gevangenen. De meeste van de doden waren overleden aan de gevolgen van ondervoeding en mishandeling. In enkele gevallen werden de lichamen van de overledenen teruggegeven aan de familie, maar in de meeste gevallen werden ze begraven in een massagraf in een nabijgelegen dennenbos. Daar werden de lichamen met ongebluste kalk bedekt. Van de stoffelijke resten is in de meeste gevallen niets meer teruggevonden. Toch zijn er in de omgeving nog honderden slachtoffers geborgen en geïdentificeerd. De identificatie van de slachtoffers vond plaats door de Dienst Identificatie en Berging (DIB) op het terrein zelf. Vanaf 1945 werkte de DIB vanuit twee voormalige brakken die zich naast het lijkenhuisje bevonden. Tot 1945 waren deze barakken bestemd voor de werkcommando’s van het kamp.

BarakkenDe DIB had twee pelotons in Amersfoort. Vanaf oktober 1945 was de dienst ondergebracht bij het Militair Gezag. Toen deze werd opgeheven kwam de dienst bij het Ministerie van Oorlog. In 1951 werd de dienst ontbonden en werden de werkzaamheden overgenomen door de Gravendienst van de Koninklijke Landmacht. Deze dienst heet tegenwoordig de Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL). In Amersfoort deed de dienst niet alleen onderzoek naar de slachtoffers van Kamp Amersfoort, maar verzorgde ook de opgravingen en identificatie van oorlogsslachtoffers in midden-Nederland. Ook verzorgde de afdeling het opgraven van in Duitsland of elders omgekomen verzetsmensen. Na de opgraving werden hun stoffelijke resten naar Amersfoort overgebracht voor onderzoek en identificatie. De kosten van bergen en herbegraven waren voor de Staat, waarna in overleg met de familie werd bepaald waar het slachtoffer werd begraven.

 

Polygoon 1946 opgravingen KA van Kamp Amersfoort

Nadat de dienst in 1951 vertrok, werden de barakken opgeknapt en deden ze dienst als Protestants Militair Tehuis en Katholiek Militair Tehuis. In die tijd werden de beide barakken ook aan de buitenzijde witgeschilderd. Na het vertrek van defensie eind 1967 werden de barakken gesloopt en werd het hout door boeren gebruikt om er veestallen van te maken. 

Voormalige begraafplaats

Tijdelijke begraafplaatsToen na de bevrijding van Nederland in 1945 de verschillende slachtoffers rondom Kamp Amersfoort werden geborgen, werden ze in eerste instantie begraven op een tijdelijke begraafplaats vlakbij de schietbaan, achter de kogelvanger. Een aantal van hen werd herbegraven op de nabijgelegen begraafplaats Rusthof, anderen werden begraven in hun laatste woonplaats. In 1951 werden de laatste slachtoffers overgebracht naar Ereveld Loenen, daarna werd deze tijdelijke begraafplaats gesloten.

Anno 2018 is de tijdelijke begraafplaats nog steeds herkenbaar (zie foto header). De begraafplaats is bereikbaar vanaf de schietbaan via de trap bij het monument ‘Gevangene voor het vuurpeloton’ of via het pad rechts parallel aan de schietbaan.

 

Literatuur

  • Beuzekom, Ingrid van, Roland Blijdenstijn, Rob van Olderen, Oorlogsmonumenten (1995)
  • Kreuning, Karel, ‘De Stenen Man & Frits Sieger’ in: Nieuws (2011 – nr. 35)
  • Informatiepaneel ‘Achter schietbaan’, Kamp Amersfoort.
  • Informatiepaneel ‘Restanten – Lijkenhuisje’

Internet

  • Kamp Amersfoort  (geraadpleegd 18 april 2018)
  • Leusden, Nationaal Monument Kamp Amersfoort op 4en5mei.nl (geraadpleegd 18 april 2018)
  • Archief Eemland Collectie Foto's 
  • Nationaal Archief, Den Haag, Bureau/Sectie Gravendienst van de Afdeling Sociale Zaken van het Ministerie van Oorlog/Defensie, Dienst Identificatie en Berging (DIB) van de Koninklijke Landmacht, nummer toegang 2.13.5220 
  • Kamparchieven.nl  (geraadpleegd 19 april 2018)

© 2018 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.