De funeraire plek van...

De funeraire plek van... Anja Verbers

 

Het is best een lastige vraag: “wat is jouw funeraire plek?”. Dan gaan de raderen draaien bij wijze van spreken. Overal waar ik kom, ook met vakanties, bezoeken we kerkhoven en begraafplaatsen, omdat ze steeds zo verschillend en fascinerend zijn. Maar de afgelopen jaren heb ik beroepsmatig veel begraafplaatsen bezocht.

Ik werk namelijk als senior projectleider bij Landschapsbeheer Drenthe en in 2018 startten we met het project Noordergraf. Dit was een gezamenlijk project van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), het Erfgoed Huis Groningen en de Erfgoed consulenten van de drie noordelijke provincies. Vanuit Landschapsbeheer Drenthe organiseerden we in vier Drentse gemeenten de cursus “Noordergraf’, waarbij vrijwilligers werden opgeleid om een rol te spelen bij het beheer van begraafplaatsen. Focus lag daarbij enerzijds op het groen, maar zeker ook op het ‘grijs’, de grafstenen. Het belangrijkste was hen te leren dat ze terughoudend moeten zijn met beheer, en niet alle stenen ‘spik en span’ te willen schoonmaken. Vaak gebeurt dat door onwetendheid en gebruikt men best heftige schoonmaakmiddelen hiervoor. Veel grafstenen, of het nu stèles zijn of zerken, zijn van Belgisch hardsteen, een kalksteen uit groeves in de Belgische Ardennen. Maar ook komt marmer voor en zandsteen, en tegenwoordig steeds vaker graniet en gneizen. Als fysisch geograaf houd ik van stenen, zo zie je bijvoorbeeld in het Belgisch hardsteen vaak fossielen of algenmatten, omdat het versteende oude wadbodems zijn. De fossielen en algenmatten vormen de zwakke plekken in deze steensoort, waardoor vocht naar binnen kan en bij vorst uitzet en de steen breekt.

Terughoudendheid is dus het adagio op een begraafplaats: grijp alleen in als het echt nodig is, als de steen anders stuk gaat of andere beschadigen, of maakt alleen het beletterde deel schoon, zodat het leesbaar wordt.

Wat me opvalt is dat bijna elke begraafplaats of kerkhof zo zijn eigen charme heeft. Soms zie je stenen die geheel verdwenen zijn onder de begroeiing van oude bomen, coniferen of taxussen, soms zie je prachtig vormgegeven steles, of mooie teksten. Soms zijn er ook nog prachtige baarhuisjes aanwezig of mooie hekwerken rondom, of grote hagen.

De beuk op de begraafplaats van Gieten (foto Leon Bok)

En soms is er alleen maar bos. Zo dacht ik er sterk aan om hier te schijven dat de natuurbegraafplaats Hillig Meer, bij Eext, mijn favoriete begraafplaats zou worden. En dan niet zozeer vanwege de hierboven genoemde kwaliteiten, want op een natuurbegraafplaats zie je alleen dunne paaltjes met nummers. Maar dat is natuurlijk ook de bedoeling, een mens wil er ‘verdwijnen’ in de natuur. Nee, het zou dan zijn omdat het Hillig Meer een pingoruïne is en ik een bevlogen pingoruïne onderzoeker ben. Die combinatie is bijzonder, maar de focus nu ligt op begraafplaatsen. Daarom kies ik voor de begraafplaats in Gieten. De reden daarvoor is dat ik erg onder de indruk ben van de enorme treurbeuk die op de begraafplaats staat en die een heel besloten en serene sfeer vormt. Die sfeer past bij mijn beeld van hoe een begraafplaats zou moeten zijn. Een plek waar je graag naar toe gaat, tot bezinning kan komen en kunt genieten van het funeraire erfgoed dat we achterlaten.

Anja Verbers is senior projectleider bij Landschapsbeheer Drenthe, fysisch geograaf en onderzoeker pingoruïnes. 


© 2021 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.