Recensies

Recensie 'Het begraafplaatsgevoel'

 

Sinds 2009 interviewt Anna Kroon bekende en onbekende Nederlanders voor de rubriek ‘Het begraafplaatsgevoel van…’ in het tijdschrift De Begraafplaats, een uitgave van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB). Dit ledenblad staat weliswaar ook open voor andere abonnees, maar het bereik van deze rubriek bleef al die tijd vooral beperkt tot beheerders, medewerkers, bestuurders, beleidsmakers en vakidioten (in de meest positieve zin). Daarom is het leuk dat met de bundel van Stichting Eindelijk een selectie van 38 interviews voor een groter publiek te lezen is.

Een tijdschrift dat De Begraafplaats heet, is natuurlijk haast vanzelf een pleitbezorger voor begraafplaatsen. Toch lag daar in 2009 al wel gelijk een uitdaging. Doe het namelijk maar eens: een interview over de dood en begraven in maximaal 750 woorden. Anna Kroon nodigde daartoe een keur aan mensen uit, zelf mocht ik dit jaar ook aanschuiven, voor een gesprek op een begraafplaats naar keuze over het begraafplaatsgevoel. Dat had makkelijk tot een herhaling van zetten kunnen leiden, een trucje waarbij de interviewer een checklist afwerkte met een reeks vaste vragen. Dat dit niet is gebeurd, maakt de rubriek mede tot een succes.

Cover Het begraafplaatsgevoelIn de bundel geen echte onbekende Nederlanders, maar onder andere schrijvers, dichters, predikanten, kunstenaars, artsen, filosofen en programmamakers. Die keuze voor meer bekende Nederlanders (en een Vlaamse) is natuurlijk te rechtvaardigen, want de meesten van hen kennen we vooral uit een andere context, hoewel het thema dood voor hen vaak geen onbekende is in hun werk. Zo opent de bundel met Maarten ’t Hart, wiens vader doodgraver was op de Algemene begraafplaats van Maassluis. ’t Hart verhaalt hierover in zijn roman De Vlieger. Het zijn ook dergelijke verhalen die je een inkijkje geven in de bezochte begraafplaats. Of het nu gaat om een persoonlijke herinnering of een binding met die plek.

Persoonlijk wordt het zeker bij een aantal van de geïnterviewden, wanneer we samen met hen aan het graf van hun geliefde staan, zoals met Kristien Hemmerechts. Maar nooit dat je je als lezer een voyeur voelt. De geïnterviewde vertelt, de interviewer begeleidt het verhaal en blijft op de achtergrond.

Niet alle gesprekken vonden plaats op een begraafplaats, wat ik persoonlijk wel jammer vind. Al heeft dat ogenschijnlijk nergens het gesprek gehinderd. De interviews gaan immers over het gevoel van de begraafplaats en het verhaal dat er bij hoorde. Een begraafplaatsgevoel draag je met je mee en is niet voor iedereen gebonden aan de fysieke plek. Frank Sanders: “Ik vond het de eerste jaren erg fijn om hier te komen: het is makkelijker om – in gedachte – het lijntje te leggen met iemand die dood is. Alles is hier dood, behalve de bomen natuurlijk, waardoor je dichter bij de dood bent. Maar het rare is dat ik nu anywhere die verbinding kan oproepen.” Toch voel ik zelf meer voor de woorden van Antoine Bodar: “Begraafplaatsen zijn tuinen die stemmingen versterken.”

Wie verwacht dat het boek enkel een bundeling is van verhalen over berusting en lofzang op het leven, kan gerustgesteld worden. Ook de worsteling met de dood komt ter sprake, bijvoorbeeld bij Cornald Maas, die zelf een bundel uitbracht van gesprekken over dood en rouw. Maas: “Dat vind ik ook wel moeilijk op een begraafplaats, het contrast tussen verzorgde en onverzorgde graven, dat drukt je wel met de neus op de vergankelijkheid.”

Een tegendraadse reflectie is te lezen bij, hoe kan het ook anders, Midas Dekkers: “We moeten af van het idee van eeuwigheid”. Maar ook bij Herman Vuijsje, die enerzijds begraafplaatsen bewondert als ‘een mooie specifieke cultuuruiting’, maar niet begrijpt dat mensen de behoefte hebben te herdenken bij een graf: “dat kun je ook binnenshuis doen met een foto op het dressoir, of een altaartje in huis”. Toch erkent hij dat de herinnering wel werkt, ook voor hem als hij de Amerikaanse begraafplaats in Margraten bezoekt. Bijzonder is om te lezen hoe ook voorstanders van crematie hun liefde voor begraafplaatsen kunnen uitspreken, zoals Karina Wolkers, de beschermvrouw van de Stichting Arboretum De Nieuwe Ooster in Amsterdam.

Sommige interviews zullen je raken vanwege het persoonlijke verhaal, andere zijn meer reflecterend of beschouwend. Deze bundeling is daarmee een kleurrijk palet van vertellingen en ervaringen, maar over het algemeen toch ook een betoog voor begraafplaatsen, als tuinen van cultuur en van verhalen over mensen zoals jij en ik. Zoals Hella de Jonge zegt: “Als je hier vaker bent, ga je er in groeien, ieder plekje heeft een verhaal”. Plekken die gekoesterd mogen worden voor wat ze ons als bezoeker bieden.

 

18 x 27 cm - 88 pagina's
Full color portretten van alle geïnterviewden.
€ 17,50 (incl. verzendkosten)
ISBN 978-90-808303-4-9

Bestellen kan rechtstreeks bij de uitgever.

Het begraafplaatsgevoel verschijnt 2 november a.s. 


© 2021 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.