Noord-Holland

Sint Maartensbrug – Gemeentelijke begraafplaats

 

Het dorp Sint Maartensbrug ligt in een rustige polder die vandaag de dag weinig meer van de eeuwenoude dynamiek ter plekke verraad. Eeuwenlang bood een duinenrij bescherming voor het erachter liggende hoogveen waar bewoning en landbouw mogelijk waren. Dat veranderde tussen de twaalfde en veertiende eeuw, toen door stormvloeden de relatief kleine openingen in de duinenrij sterk werden verbreed. Tussen Petten en Callantsoog ontstond een zeegat dat bekend kwam te staan als de Zijpe. Grote delen land kwamen onder water te staan en veroorzaakten schade aan de dijken die onder meer Alkmaar beschermden. In de zestiende eeuw werden maatregelen genomen, maar de eerste pogingen tot bedijking van de Zijpe mislukten.

Mede dankzij de toenemende rijkdom in Holland kon in 1597 de Zijpe drooggemaakt worden. Daarmee ontstond de Zijpe- en Hazepolder met een oppervlak van 6.750 hectare. Voor de afwatering van de polder was centraal in de polder de Grote Sloot aangelegd. In de polder ontstonden al snel een aantal buurtschappen zoals Burgerbrug, Oudesluis, Schagerbrug en Sint Maartensbrug. Die laatste plaats ontstond bij een brug over de Grote Sloot waar de weg naar Sint Maarten de sloot kruiste. Daar, in Sint Maartensbrug, werd de enige begraafplaats in de hele polder aangelegd.

De kerk

In 1613 werd noordelijk van de brug een houten kerk gebouwd. Die werd in 1696 vervangen door de huidige kerk. Er is een aantal oude prenten waarop de kerk is afgebeeld. Op een prent uit 1726 is een toren aan de westkant te zien. Prenten uit het eind van die eeuw laten een afgeschuinde achterzijde zien met op het dak een klokkentoren. Een van die prenten laat een interessant tafereel zien met aan beide zijden van de kerk een dicht woud aan vermoedelijk houten stèles. Dit is met name zo interessant omdat een andere prent uit nagenoeg dezelfde tijd slechts een drietal verspreid staande stèles toont.

De kerk te Sint Maartensbrug met kerkhof en rechts het toegangshek. Tekening van 1790 door H. Tavenier.De kerk te Sint Maartensbrug met kerkhof en rechts het toegangshek. Tekening van 1790 door H. Tavenier.

Meteen vanaf het begin van de zeventiende eeuw zal hier begraven zijn, mogelijk al voordat de kerk ter plekke werd gebouwd. In de kerk is nog een oudere zerk te vinden, daterend van voor 1696. De meeste bewaard gebleven zerken dateren uit de achttiende eeuw en een aantal uit het eerste kwart van de negentiende eeuw. Geen van de andere gehuchten had een kerk waar begraven werd, dus alle bewoners uit de polder begroeven hun doden op deze plek.

Voor zover we weten, lag het kerkhof aan beide zijden van de kerk, wat ook blijkt uit een van de prenten. Niet duidelijk is, of er verschil werd gemaakt in wie waar werd begraven. Op het kerkhof dateren tegenwoordig nog een aantal grafmonumenten uit de negentiende eeuw, waarvan de oudste teruggaat tot een begrafenis in 1842. Het oudste monument op het kerkhof, daterend uit 1830, staat niet meer op zijn oorspronkelijke plaats, zoals we nog zullen zien. Veel andere grafstenen zijn allang verdwenen.

Op de kadastrale kaart van Sint Maartensbrug van ± 1830 is het oorspronkelijke kerkhof nog goed te zien.Op de kadastrale kaart van Sint Maartensbrug van ± 1830 is het oorspronkelijke kerkhof nog goed te zien.

Veranderingen in de negentiende eeuw

Omdat het kerkhof aan de rand van het dorp lag en Sint Maartensbrug nooit meer dan duizend inwoners heeft gehad, kon het dorp ter plekke blijven begraven na 1829. Vanaf dat jaar waren alle gemeenten in Nederland met meer dan 1.000 inwoners verplicht een begraafplaats buiten de bebouwde kom aan te leggen. Wel moest het begraven in de kerk gestaakt worden. De begraafplaats viel sinds 1825 onder de gemeente Zijpe. In 1828 schreef de gouverneur van Noord-Holland aan de gemeente waarom men nog geen aanvraag voor een nieuwe begraafplaats had gedaan. De gemeente kwam daarna met een plan tot vergroting van het kerkhof dat de goedkeuring van Gedeputeerde Staten kreeg. De gemeente riep meteen ook alle eigenaren van graven in de kerk op om zich te melden. Op 1 december 1828 meldde de gemeente dat het nieuwe gedeelte gereed was en dat alle eigenaren een graf op het nieuwe deel hadden gekregen. Om de status van dit deel aan te geven, is het perceel mogelijk in 1828 omgeven met een laag (later vernieuwd) bakstenen muurtje. Aan de voorzijde ligt een hardstenen tekstplaat met daarop de tekst dat de eerste steen hier gelegd is in 1828 door Willem Blaauwboer, 10 jaar en Gerrit Blaauwboer, 6 jaar, zonen van Gerrit Blaauwboer, burgemeester van de gemeente Zijpe tussen 1826 en 1841.

De steen die herinnert aan de aanleg van de uitbreiding in 1830.De steen die herinnert aan de aanleg van de uitbreiding in 1828.

Uitbreidingen

Terwijl op de begraafplaats de uitgifte van graven en begravingen in bestaande graven gewoon doorging, was waarschijnlijk eind negentiende eeuw de nog beschikbare grafruimte onvoldoende. Overigens had de gemeente Zijpe er in de jaren zestig van de negentiende eeuw twee begraafplaatsen bij gekregen. Dit waren de katholieke begraafplaatsen in ’t Zandt en in Burgerbrug. Het dorp ’t Zandt was in de loop van de achttiende eeuw ontstaan en groeide door de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal rond 1824. Bij de katholieke kerk uit 1863 werd meteen een begraafplaats aangelegd. In Burgerbrug werd in 1864 een katholieke begraafplaats aangelegd. Ongetwijfeld zullen katholieke inwoners van de gemeente nadien niet meer hebben gekozen voor een graf in Sint Maartensbrug.

Een grote uitbreiding werd rond de eeuwwisseling aangelegd rechts van het ommuurde gedeelte. Hier zijn nu vooral nog grafmonumenten uit de eerste helft van de twintigste eeuw (nieuwe kerkhof A) te vinden. Nog voor de Tweede Wereldoorlog werd een volgende, veel grotere, uitbreiding aangelegd achter de begraafplaats (nieuwe kerkhof B). Qua volume werd het kerkhof nu bijna verdubbeld. Wel was er een verschil met de eerder aangelegde delen: alle graven werden nu aan een pad gelegd terwijl dat op het oude deel niet het geval was. Op dit nieuwe gedeelte werd, aan het eind van een korte hoofdas, een nieuw baarhuisje gebouwd. Niet duidelijk is waar het oude baarhuisje gestaan heeft. Het baarhuisje staat op een vierkante plattegrond en is opgetrokken uit baksteen. Het gebouwtje is onder een tentdak gebracht dat belegd is met rode pannen. Op het hoogste punt staat een piron. De goten zijn achter een lijst verborgen die fors oversteekt. In de voorgevel is centraal een spitsboogvormige deur opgenomen onder een dito strekkenlaag. Links en rechts zijn kleine spitsboogramen opgenomen met glas in loodvensters. De strekken zijn bovenin voorzien van een natuurstenen sluitsteen. De plint en de strekken zijn in het zicht gelaten terwijl de rest van de gevel gewit is. De zijgevels zijn blind. In de achtergevel is centraal een hemelwaterafvoer opgenomen en links en rechts twee ramen zoals aan de voorzijde. De grove dennen die centraal op dit vak staan bij het baarhuisje vormen samen een fraai decor.

Na de Tweede Wereldoorlog was wederom uitbreiding nodig. Die vond achter het eerder aangelegde perceel plaats. Dit deel is in 1949 in gebruik genomen (nieuwe kerkhof 1949). Omdat de sloot achter de eerdere uitbreiding in stand werd gehouden, is als verbinding tussen de twee delen een brede dam aangelegd met aan weerszijden een soort brugleuning met daarop een stalen geleiding. De beide uitbreidingen uit de twintigste eeuw kennen dezelfde opbouw met graven die alle aan paden liggen.

In de jaren zeventig is het perceel achter de begraafplaats nog verder doorgetrokken. Daar werd tegelijk een nieuwe ontsluiting aangelegd, zodat de begraafplaats vanuit de daar ontwikkelde nieuwbouwwijk bereikbaar was. Op deze uitbreiding werd in 1976 een aula gebouwd. Bij de aula is een urnenmuur gebouwd. Door alle uitbreidingen en doordat er op de oude gedeelten nauwelijks is geruimd, is de begraafplaats van Sint Maartensburg nu de grootste begraafplaats in de gemeente Schagen (waar Zijpe in 2013 in opging).

De laatste uitbreiding met rechts achterin de aula is in 2022 nog niet in gebruik genomen.De laatste uitbreiding met rechts achterin de aula is in 2022 nog niet in gebruik genomen.

Huidige aanzien

De begraafplaats van Sint Maartensbrug kent vandaag de dag feitelijk meerdere grafvelden met elk hun eigen verschijningsvorm. Allereerst is daar het Oude kerkhof, een klein perceel links van de kerk. Hier wordt het beeld gedomineerd door veel hardstenen stèles met een negentiende-eeuwse vormgeving, alle op rijen. Hoewel veel grafmonumenten zijn verdwenen, maakt dit deel nog een historische indruk. Die indruk wordt versterkt door de samenhang met het kerkgebouw en de monumentale ingang voor de kerk, bestaande uit een dubbel smeedijzeren hekwerk tussen forse bakstenen pijlers. Helaas is dit deel niet via de andere grafvelden te benaderen.

Het kleine grafveld links van de kerk op een foto uit 1967 (foto G.J. Dukker, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).Het kleine grafveld links van de kerk op een foto uit 1967 (foto G.J. Dukker, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Rechts van de kerk is een deel van de sloot langs de weg gedempt en is een kleine parkeerplaats met twee moderne metalen toegangspoorten aangelegd. Deze geven toegang tot de rest van de begraafplaats. Wie de linker ingang gebruikt, ziet links de kerk met daarvoor het oude gedeelte waar mogelijk al in de achttiende eeuw werd begraven. Hier staan nog veel negentiende-eeuwse grafmonumenten, maar daarnaast zijn er tussendoor ook jongere grafmonumenten te vinden uit de twintigste eeuw. Hardsteen overheerst, vaak in de vorm van stèles, maar tussendoor liggen hier ook nog zerken, waaronder een enkele van marmer. Direct achter de ingang, centraal op dit deel, ligt een met een lage bakstenen rand afgeperkt gedeelte. Hier ligt een aantal grote en bijzondere grafmonumenten met klassieke vormgeving en veel funeraire symboliek. Hier kregen de rechthebbenden van graven uit de kerk een of meerdere graven aangewezen.

Op de uitbreiding uit 1828 staan fraaie grafmonumenten en er worden nog gewoon nieuwe tussen geplaatst.Op de uitbreiding uit 1828 staan fraaie grafmonumenten en er worden nog gewoon nieuwe tussen geplaatst.

Het nieuwe kerkhof A, rechts van de moderne ingang, is duidelijk van jongere datum met nog wel oudere type grafmonumenten, maar ook veel jongere, zoals stèles van graniet. Op dit deel vinden we ook een tweetal graftrommels die zeer tijdsbepalend zijn. De grote uitbreiding, nieuwe kerkhof B genaamd, verschilt sterk van de voorgaande velden. Niet alleen omdat hier nu alle grafmonumenten langs paden liggen, maar vooral omdat de grafmonumenten een zeer tijdsgebonden beeld uitstralen qua vormgeving en materiaalgebruik. Hier liggen ook veel graven uit de periode rond de Tweede Wereldoorlog. Het materiaal bestaat hier nauwelijks nog uit hardsteen, maar er komt juist veel graniet, marmer en andere kalksteensoorten voor. De grafcultuur op het gedeelte uit 1949 is meer modern qua stijl en uitstraling. De uitingen op de monumenten zijn oppervlakkerig en minder typerend voor de plaats of regio. Nog een decennium later kwamen de confectie-stenen op en is het onderscheid tussen Sint Maartensbrug en een willekeurig andere begraafplaats nauwelijks nog te maken. Hoe bijzonder de vroeg-negentiende grafcultuur was, kan afgeleid worden van het grafmonument voor Willem ’t Hart dat naar dit deel verplaatst is. Hij stierf in 1830 en kreeg een stèle die niet alleen verwees naar zijn leven, maar ook typische funeraire symboliek kent.

Grafmonumenten

Zoals al aangegeven is, zijn op de begraafplaats nog een redelijk aantal grafmonumenten te vinden uit de negentiende eeuw. Een oude grafpaal die op de begraafplaats te vinden was, is helaas verdwenen. De grafpaal uit 1781 wordt vermeld in Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Holland, beschreven door mr. P.C. Bloys van Treslong Prins en mr. J. Belonje en te boek gesteld in 1930. In het boek wordt nog een aantal grafmonumenten genoemd, waaronder dat voor Willem ’t Hart (1750-1830). ’t Hart was een kapitein van de koopvaardij en had behoorlijk fortuin gemaakt met de handelsvaart op West-Indië. In 1803 vestigde hij zich aan de wal en vanaf 1815 rentenierde hij in Sint Maartensbrug. Hij bewoonde een van de betere huizen nabij de brug over de Grote Sloot. Zijn vrouw, die in 1817 stierf, werd begraven in de kerk. Het grafmonument voor ’t Hart stond jaren geleden nog bij de kerk, maar is verplaatst naar een opvallende plek in het centrum van het hoofdpad dat naar de aula loopt. Daar staat het op een getrapt basement van gele baksteen. De hardstenen stèle is vrij bijzonder, want niet alleen is de tekst vrij scherp gebleven, maar ook de afbeelding van een driemaster op volle zee in de top van de stèle. Bijzonder is tevens de boogvormige beëindiging waarin centraal een soort sluitsteen is opgenomen met daarop een doodshoofd met daaronder beenderen. Het grafmonument is op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.

Het grafmonument van schipper 't Hart tegen de muur van de kerk (foto Zijper Museum).Het grafmonument van schipper 't Hart tegen de muur van de kerk (foto Zijper Museum).

Er zijn veel meer interessante voorbeelden van grafmonumenten te vinden, zoals dat voor Engeltje Verkroost (1872-1928) en haar man Karel Bos (1873-1939). Hier gaat het om een fraai uitgevoerd hekwerk dat wellicht al eens hersteld is. Nabij staat ook een klassieke grote stèle voor landbouwer Nicolaas Kruijer (1775-1859), echtgenote Catharina Kater (1781-1834) en hun zoon Cornelis. In het timpaan staat het jaartal 1859 en het geheel wordt bekroond door een gesluierde urn.

Binnen het gedeelte dat omgeven is met een lage bakstenen rand, staan ook veel interessante grafmonumenten. Niet alleen vanwege de verschillende materialen die toegepast zijn, maar tevens vanwege de uiteenlopende rijke vormgeving. Noemenswaardig is het familiegraf van C. Paarlberg. Op de niet al te grote hoofdopstand is een paardenkop van oranje keramiek aangebracht wat dit grafmonument een uniek voorkomen geeft. We vinden hier ook een groot grafmonument met een afgebroken zuil en marmeren tekstplaten. Dit is een grafteken voor de familie Thomasz. De oudste begraving in dit graf dateert van 1868 en is voor een dochter van Cornelis Jacob Thomasz, korenmolenaar in Schagerbrug.

Op de begraafplaats waren tot voor kort nog drie graftrommels te vinden. Vandaag de dag zijn daar nog twee exemplaren van over. Een op het graf van notaris Sjoerd Wilhelm Wegener Sleeswijk (1882-1931). De tweede trommel kan gevonden worden op het graf van de jong overleden Aldert Kater Sz. (1894-1931). De verdwenen trommel kon in 2010 nog aangetroffen worden op het graf van Guurtje Stam (1872-1931). De trommel verkeerde toen al in een slechte staat. De nog resterende trommels zijn eenvoudige exemplaren, maar wel beide met een tekstband van aluminium letters.

Voorts noemenswaardig zijn de graven van drie personen die omkwamen in de oorlog. Het graf voor Arij Muntjewerf (1920-1940) is voorzien van een standaard grafmonument voor erkende oorlogsslachtoffers die geplaatst worden door de Nederlandse Oorlogsgravenstichting (OGS). Arij kwam op 10 mei 1940 om in fort Westervoort, waar verwoed werd gevochten om de bruggen over de IJssel. Ook Willem de Boer (1918-1940) sneuvelde bij oorlogshandelingen in de eerste dagen van de oorlog. Op zijn grafmonument staat dat hij op 12 mei omkwam als matroos bij de Koninklijke Marine aan boord van de mijnenlichter Hr.Ms. Bulgia in Vlissingen. Het schip werd in de haven gebombardeerd door een Duits vliegtuig en zonk met dertien bemanningsleden die allen verdronken. Op 31 juli werd het schip gelicht en werden de lichamen overgebracht naar de erebegraafplaats in Vlissingen. De Boer is uiteindelijk in Sint Maartensbrug begraven.

Het grafmonument voor Willem de Boer valt nauwelijks op maar herbergt een bijzonder verhaal.Het grafmonument voor Willem de Boer valt nauwelijks op maar herbergt een bijzonder verhaal.

Als slachtoffer van de oorlog staat Hermann Gerhard Wilhelm Stöve (1861-1943) aangemerkt. Het grafmonument is een typisch voorbeeld van een granieten stèle met daarop een zespuntige ster in een stralenkrans. Van dergelijke stèles zijn er verschillende varianten te vinden op de begraafplaats. Maar hoewel Stöve staat vermeldt als slachtoffer van de oorlog, was hij dat niet. Hij was een geboren Duitser die zich al jong vestigde in de Zijpe als koopman en winkelier. Andere familieleden en dorpelingen uit de streek waar hij vandaan kwam, waren al eerder aanwezig in de Zijpe. Stöve liet zich naturaliseren en trouwde hier in 1888 met Wilhelmina Niestadt. Zij stierf in 1924 en werd als eerste begraven in het graf. Stöve verhuisde eerst in 1939 naar Schiedam en eind van dat jaar ging hij naar Dalvers in Duitsland, naar een zieke broer. Hij nam daar het beheer van diens boerderij over. Stöve stierf daar, mogelijk in een ziekenhuis, op 82-jarige leeftijd. Diens zoon was in de Tweede Wereldoorlog Schout bij Nacht in Nederlands-Indië en werd later bevorderd tot Viceadmiraal van  de  Nederlandse  Marine. Hij was verantwoordelijk voor het overbrengen van de stoffelijke resten van zijn vader naar Sint Maartensburg om hem te begraven bij zijn moeder.

Zoals al aangegeven komen er op de begraafplaats meer granieten grafmonumenten voor met fraaie symbolen en uitvoeringen die tonen dat het begin twintigste eeuw lang niet slecht ging in de Zijpe. Er is al met al een grote tegenstelling te zien met het dorp Sint Maarten waar in dezelfde tijd veel minder uitvoerig bewerkte grafmonumenten geplaatst werden.

 

Literatuur

  • Bok, Leon en Dam, René ten; Canon van het Nederlands funerair erfgoed, IJsselstein 2020
  • Bloys van Treslong Prins, mr. P.C. en mr. J. Belonje; Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Holland, Utrecht 1930.
  • Stenvert, Ronald e.a.; Monumenten in Nederland: Noord-Holland, Zwolle 2006.
  • Monumenten Inventarisatie Project, Zijpe. Gemeentebeschrijving, herziene versie, juni 1989. Haarlem 1992

 

Internet:

 

Archieven:

  • Regionaal Archief Alkmaar: ingang 0645, map 940: Inventaris van het archief van de gemeente Zijpe, (1811) 1812-1939 (1974). Stukken betreffende het beheer van de oude en nieuwe begraafplaats te Sint Maartensbrug. 1828-1831, 1840, 1847.
  • Archief van de Oorlogsgravenstichting - Toegang: 2.19.255.01, inventarisnummer: 149294A

 


© 2022 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.