Utrecht

Bunschoten - Begraafplaats Memento Mori II

 

Een plaats waar we zo nu en dan allemaal komen. Vaak is een droevige gebeurtenis de aanleiding. We hebben het over de begraafplaats Memento Mori. Een plaats die we allemaal kennen maar waar we eigenlijk niet zoveel over weten. Als we er moeten of willen zijn, zijn we met onze gedachten vaak bij andere onderwerpen. Dan hebben we geen oog voor het geheel. Nu tegenwoordig veel aandacht wordt geschonken aan de inrichting van begraafplaatsen, de aanleg van de nieuwe begraafplaats De Akker is daar een voorbeeld van, is het goed eens bij deze begraafplaats stil te staan.

Luchtfoto van de begraafplaats met de molen in 2014 (foto Arie ter Beek)Donderdagmorgen 6 mei 2004 neem ik even een kijkje op de begraafplaats. Het is nog maar een week of vijf geleden dat ik hier onder heel andere omstandigheden was. Precies op de dag dat prinses Juliana werd bijgezet, moesten we mijn moeder begraven. Natuurlijk keer ik even terug naar die plaats. Het kost even wat moeite om de juiste plek te vinden, maar eigenlijk is het heel eenvoudig. Het is helemaal in de zuidoostelijke hoek, maar dat valt me nu pas op. Je kunt zien dat het graf nog maar onlangs is geopend, al begint de beplanting al weer langzaam te groeien.

Onderweg bedenk ik dat dit nieuwe deel van de begraafplaats toch heel anders is dan het oorspronkelijke gedeelte. Daar is het niet moeilijk de weg te vinden. Door de hoge hagen en de indeling in allerlei kleine perkjes, is het wat onoverzichtelijk. Jammer genoeg beginnen juist op dat moment een paar tuinmannen het gras te maaien waardoor de stilte die bij een begraafplaats hoort, wreed wordt verstoord. Ik loop daarom maar terug naar het oude deel.

De naam

De officiële naam van de begraafplaats is Memento Mori. Dat is Latijns voor ‘Gedenkt te sterven’. De betekenis van de naam is wellicht bekender dan de naam zelf. Vaak immers wordt in de volksmond gesproken over het kerkhof. Een naam die helemaal geen recht doet aan de situatie. Letterlijk is een kerkhof immers een begraafplaats bij een kerk. Daarvan is op Memento Mori geen sprake. Maar wellicht dateert die naam uit de tijd van het kerkhof achter de Nederlandse Hervormde Kerk. Dat de naam in het vergeetboek is geraakt, is niet zo vreemd. Zolang er maar een plaats in de gemeente is waar begraven kan worden, is een naam niet nodig. Bovendien is er geen enkel bord met de naam.

De oude ingang van de begraafplaats met de teksten op de palen (foto Arie ter Beek)Alleen op een van de betonnen palen bij het toegangshek bij de oude ingang, komt de naam voor. Toch kun je daar de naam niet uit afleiden. Op de linkerpaal staat immers ‘Resurrecturis’ (Voor hen die weer zullen opstaan). Mogelijk is bij het ontwerpen van het hek bedacht dat op beide palen iets moest staan maar daardoor is de naam niet duidelijk geworden.

Het hek is tegenwoordig weer goed zichtbaar. Lange tijd werd het door grote struiken aan het zicht onttrokken waardoor er helemaal geen zicht was op de begraafplaats. Dat was jammer want een begraafplaats hoeft immers niet weggestopt te worden.

Uit mijn jeugd kan ik me nog herinneren dat er voor de ingang ook nog palen stonden met kettingen daartussen. In die tijd was er geen aula en vonden vrijwel alle begrafenissen plaats vanuit een kerk. Vaak genoeg zag je als kleine jongen hoe die begrafenisstoeten bij de begraafplaats aankwamen. De stoet werd voorafgegaan door een stuk of wat of zwarte wagens. Grote sleeën van Amerikaanse makelij van de plaatselijke taxiondernemers. Zodra de kist uit de auto was gehaald en de mensen waren uitgestapt, reden de wagens naar de Vaartweg die in die tijd nog aan de stadsgracht begon. De chauffeur van de lijkwagen stopte daar even om de vlaggetjes van zijn auto te verwisselen en reed dan weg. De andere auto’s keerden op die plaats en reden terug naar de ingang. Het wegrijden van die ene auto had altijd iets definitiefs. Er is iemand weggebracht en die komt in dit leven nooit meer terug. En zo is het natuurlijk nog altijd.

Het oude deel

Grafzerk voor Arend van de Kolk (foto Leon Bok)

Het oudste deel van de begraafplaats dateert uit 1908. De oudste graven liggen aan weerszijden van het pad achter de oude ingang. Opvallend is dat op dat oudste stuk een grote liggende grafzerken aanwezig zijn. Ook zijn er enkele wat pompeus aandoende ‘grafmonumenten’. Toch zijn dat er maar een paar. De meeste gedenkstenen zijn gewoon verticale stenen. Op het rechter stuk zijn bijna alle graven voorzien van een steen terwijl dat aan de linker kant een stuk minder is. Dat is ook op andere delen van de begraafplaats het geval. In vergelijking met het nieuwe deel van de begraafplaats, is het opvallend hoe dicht de graven hier op elkaar liggen. Het oude deel is overzichtelijk met een paar rechte paden er door heen. Toch kun je niet overal gemakkelijk bij komen zonder over andere graven te moeten stappen. Dat is op nieuwe gedeelte niet meer het geval.

De mensen van wie de namen op de stenen zijn uitgehouwen, zijn over het algemeen al lang vergeten. Alleen hun stenen herinneren nog aan hun leven. En soms hun daden maar dan moet je wel bekend zijn met de plaatselijke geschiedenis en degenen die een rol speelden in het dagelijks leven. Als je je daarin al jarenlang hebt verdiept, dan komen verschillende namen je bekend voor. Namen van mensen die je niet hebt gekend en die jou niet hebben kunnen kennen.

Zoals bijvoorbeeld Arend van de Kolk. Geboren in 1852 en overleden in 1919. Een man die in 1901 een punt weiland verkocht aan de N.V. Stoomzuivelfabriek De Kleine Pol aan wat toen de Oostbuitenburgwal werd genoemd. Een stuk weiland van een paar duizend meter waarop een zuivelfabriek werd gebouwd. Een zuivelfabriek waarvan de naam voort leeft in de straat De Kleine Pol.

Grafzerk voor de familie Twillert (foto Leon Bok)Op zich niet zo’n opvallend gegeven. Opvallender, of beter gezegd tragischer is dat in de onmiddellijke nabijheid van zijn graf zijn beide dochters, Roelofje en Wijmpje begraven liggen. Beiden, kort na elkaar, overleden als gevolg van de Spaanse griep in 1918. In het graf van Roelofje ligt ook haar dochter Rikje van 15 maanden die een paar dagen voor haar moeder kwam te overlijden. En binnen het jaar overleed ook haar man Zeger van Twillert op 27-jarige leeftijd. Wat een tragiek gaat daar achter schuil!

Zeger van Twillert was de drijvende kracht achter de oprichting van Coöperatieve Vereniging Eemlandia die een andere zuivelfabriek stichtte. Daarvan kennen we ook Tjeerd Hoogkamp die tot zijn overlijden in 1953 directeur was van deze fabriek. Verder Klaas van Amerongen waarnaar een school is genoemd nadat hij een stuk grond voor de bouw van deze school had geschonken. En ook Teunis Visser, gedurende 34 jaar ‘onderwijzend hoofd christelijke school Eemdijk’ zoals we lezen op zijn grafsteen. Daarbij troostende woorden die van geloof getuigen: ‘Welzalig de oprechten van wandel’. Of van Wouter Bos, onderwijzer aan de Eemdijk die op een tragische wijze kwam te overlijden nadat tijdens het lesgeven een blokje in een van zijn longen terecht kwam. Tot slot nog J.E. van Rossum, in leven directeur van de Muziekvereniging Excelsior. Een oom van mijn moeder die ze altijd ‘oomen’ noemde.

Natuurlijk zijn er zo nog veel meer. Veel bekende en nog meer onbekende mensen. Sinds 1908 zijn hier al gauw twee, drie of meer generaties begraven. Ook mijn voorouders liggen er. Dat klinkt veel, maar als ik het later na ga, zijn het er tien. De vele anderen zijn begraven in of achter de voormalige Nederlandse Hervormde Kerk.

Begraven in de kerk

Kleine zerk voor predikant Cremer (foto Leon Bok)Als we nagaan dat er al meer dan 700 jaar mensen in deze omgeving wonen, kun je je afvragen waar die in de loop van de tijd zijn begraven. Zoals gezegd veel in de oude dorpskerk. De vele grafzerken in de kerk getuigen daarvan tot op deze dag. De jaartallen gaan zelfs terug tot medio 1620. Uit dat jaar dateert de zerk van Beerent Jansz ter Beeck. Het laatste jaartal is 1808 toen in de kerk de jong overleden predikant E.P.G. Cremer werd begraven.

Het kerkgebouw ontwikkelde zich zo tot één grote begraafplaats waar in alle uithoeken graven werden gemaakt. In de tweede helft van de achttiende eeuw kwamen vooral van de zijde van artsen en predikanten steeds meer hygiënische en ethische bezwaren tegen het begraven in de kerk. Klachten over stinkende dampen en uitwasemingen, verzakkende zerken en het onzorgvuldig begraven van de doden, zorgden voor steeds meer protesten. Ook werd het begraven in kerken gezien als oorzaak van kinderziekten en epidemieën. De op medische gronden gebaseerde protesten werden ook gesteund door predikanten, die regelmatig met de nadelige gevolgen in aanraking kwamen. Herhaaldelijk vielen mensen flauw in de kerk vanwege de stank. 

Waar ooit het kerkhof lag, parkeert men nu auto's (foto Leon Bok)

De roep om buiten de stadsmuren begraafplaatsen aan te leggen, werd steeds luider. In Parijs had men al in 1765 besloten om alle begraafplaatsen in de bebouwde kom te sluiten. Maar een verbod leek in ons land moeilijk tot stand te brengen. In 1825 kwam een door koning Willem I ingestelde commissie op geneeskundige gronden tot een onvoorwaardelijke afkeuring van het begraven in kerken. Het duurde tot 1827 voor een Koninklijk Besluit van kracht werd, waarbij met ingang van 1829 alle steden en dorpen met meer dan 1.000 inwoners buiten de bebouwde kom een begraafplaats moesten aanleggen.

Kerkhof

De twee zerken die afkomstig zijn van het oude kerkhof (foto Leon Bok)Bunschoten telde in die tijd nog geen 1.000 inwoners en zo kon er in de bebouwde kom worden begraven op het kerkhof ten noorden en oosten van het kerkgebouw. Een plaats waar in onze tijd een parkeerplaats is aangelegd. Bij het ruimen van de begraafplaats is alleen de bovenste meter grond weggehaald. Onder het huidige straatwerk liggen nog grote hoeveelheden beenderen. Bij het afgraven is geprobeerd zoveel mogelijk beenderen te verzamelen. Veel is daarvan niet terecht gekomen. De afgegraven aarde is op verschillende plaatsen in de gemeente terecht gekomen en daarin trof men regelmatig wat overblijfselen aan. Ongelooflijk dat er met zo weinig eerbied is geruimd. De beenderen die wel verzameld zijn, hebben een plaats gekregen op de begraafplaats. Een klein heuveltje is de getuige van de plaats waar deze zijn herbegraven. Het is te herkennen aan de plaats waar de twee grafzerken liggen die afkomstig zijn van het oude kerkhof. Het zijn stenen met de namen van dominee Gerrit van Goor en burgemeester Wouterus Beukers.

Oorlogsgraven

Het oorlogsmonument dat voorzien is van een graftrommel (foto Leon Bok)Het is net vier mei geweest. Bij die gelegenheid zijn bij de graven van de oorlogsslachtoffers kransen en bloemen gelegd. Deze kransen zijn nu de stille getuigen van het gegeven dat we zoveel jaar na de oorlog nog altijd stilstaan bij het grootste offer dat deze mensen voor de vrijheid moesten brengen. Het staat met weinig woorden op de grote gedenkzuil: ‘Voor Neerlands onafhankelijkheid vielen Jan Baas, gesneuveld te Bleiswijk - Dirk Koelewijn, gesneuveld te Zutfen’. Op de andere kant staan de woorden: ‘Een laatste hulde aan onze gevallen helden. Mijn vaderland getrouwe blijf ik tot in den doet’. Baas en Koelewijn sneuvelden allebei op 10 mei 1940. Dat was dus al op de eerste dag dat de Duitsers ons land binnen vielen. De andere vijf graven die er liggen, zijn van mensen die bij oorlogshandelingen om het leven kwamen. Dat zijn overigens niet alle oorlogsslachtoffers. Een aantal is op andere plaatsen begraven. Juist als ik daar loop, informeren een paar vrouwen naar het graf van enkele leerlingen van de Bavinckschool die aan het einde van de oorlog zijn omgekomen. Ik kan ze de plaats aanwijzen. Daar blijft het bij want ik vind het, hoe jammer het ook is, niet de gelegenheid en de plaats om ze aan te spreken naar het waarom van hun vraag.

Grafmonument voor de slachtoffers van de beschietingen op Bunschoten in april 1945 (foto Leon Bok)

Het is inmiddels tijd om te gaan. Klokken luiden ten teken dat er een begrafenis gaat plaatsvinden. Dat hoort bij het leven, maar dat is te gemakkelijk gezegd. Memento Mori is een plaats waar de gedachten van velen heel vaak naar afdwalen. Dat blijft zo totdat het Resurrecturis (voor hen die weer zullen opstaan) op de jongste dag werkelijkheid wordt.

 

Voor hét nieuwsblad van de gemeente Bunschoten, De Bunschoter schreef Arie ter Beek meer dan honderd Sprokkelingen uit Eemland. Nummer 72 ging over Memento Mori, de begraafplaats van Bunschoten-Spakenburg. Voor Dodenakkers.nl werd het artikel enigszins aangepast.


© 2021 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.