Utrecht

Utrecht - 'Een vreeselijk ongeluk'

 

Soestbergen, de oudste gemeentelijke begraafplaats van Utrecht, is een bron van vele grote en kleine verhalen. In de negentiende eeuw was het de belangrijkste begraafplaats van de stad Utrecht. Aangelegd door de befaamde landschapsarchitect Jan David Zocher jr. kent de begraafplaats met haar verschillende uitbreidingen vele verborgen hoekjes. Gedurende elk seizoen openbaart de begraafplaats zich op een andere wijze, waarbij in de lente en zomer graven worden omsloten door het groen en ze in het najaar en de winter weer zichtbaar worden.

Men kan er jaren langs lopen, de twee zwarte granieten zerken op roef op grafvak 8, zonder dat ze echt opvallen. De graven liggen niet echt langs een looproute en doordat ze ook nog eens onder de bomen liggen, valt de tekst meestal niet op. Maar wie even stilstaat bij de twee grafmonumenten zal het wel opvallen: ‘ten gevolge zijner menschlievende poging ter redding eener drenkeling’ staat op het linker grafmonument. En wat blijkt, op het naastgelegen grafmonument dezelfde tekst. Het betreft de broers Hendrik (*1873) in graf 51 en in graf 52 Hans IJnzo IJnzonides (*1874), beiden overleden op zaterdag 12 augustus 1899.

Grafmonumenten voor de gebroeders IJnzonides en hun ouders.Grafmonumenten voor de gebroeders IJnzonides en hun ouders.

Het eerste krantenbericht over de gebeurtenis waarbij de broers verdronken, is te vinden in het Utrechtsch Nieuwsblad van 15 augustus 1899, drie dagen na hun dood. In de tuin van het ‘Restaurant van Rooijen aan de Nieuwe brug’ was een klein gezelschap bijeen. Hans IJnzo IJnzonides, werkzaam bij de Utrechtse ‘firma v. K.’ met zijn verloofde mej. B. en zijn broer Hendrik en ‘twee zusters’. Hendrik studeerde theologie aan de Groningse universiteit in navolging van zijn vader die predikant was in Stedum. De aanleiding voor de bijeenkomst is onbekend.

‘Plots vloog mej. B. den tuin uit en sprong in de Singelgracht. Welke redenen haar tot deze verschrikkelijke daad brachten, is een raadsel en zal hoogstwaarschijnlijk wel altijd een raadsel blijven. Sommigen schrijven het toe aan een twist, die tusschen beide gelieven zou zijn ontstaan, doch daaromtrent kan niemand zekerheid geven, want, dit is zeker, dat als een twist de aanleidende oorzaak van dit ontzettende ongeluk is geweest, deze twist toch zoo zacht gevoerd is, dat zelfs de naastaanzittenden daarvan niets gemerkt hebben’, aldus de krant.

Er wordt in het bericht ook gerept dat de jonge vrouw ‘somtijds aan vlagen van zwaarmoedigheid leed, die het ten uitvoer brengen van eene dergelijke daad zeer zeker zouden verklaren’. De beide broers moeten direct na haar het water in zijn gesprongen. Over het feit of de broers wel of niet, of in ieder geval een van beiden, konden zwemmen, verschilt de berichtgeving. Vast stond wel dat even daarvoor de grote schutsluizen buiten de Weerd waren geopend, waardoor er zo’n sterke stroming was dat de drie drenkelingen snel onder water verdwenen, reddingspogingen in de duisternis ten spijt. Een poging met een roeibootje bij de drenkelingen te komen werd gestaakt nadat deze omsloeg en de opvarenden zich ter nauwer nood aan de rand van het bootje konden vasthouden. De ruiten van het nabijgelegen brugwachtershuisje werden door omstanders ingeslagen om met de beschikbare reddingsmiddelen de drenkelingen te helpen, maar de touwen waren dusdanig verward dat het te lang duurde voordat ze de drenkelingen konden worden toegeworpen. Pas na een uur lukte het de omstanders de drie uit het water te halen, maar het was toen al te laat.

Bericht uit het Nieuwsblad van het Noorden 17 augustus 1899.Bericht uit het Nieuwsblad van het Noorden 17 augustus 1899.

Dinsdag 15 augustus arriveerde de vader van de twee verdronken broers vanuit het verre Stedum. Hij had het overlijden van zijn zoons te horen gekregen terwijl hij zondag op de kansel stond. Op de woensdag bleek dat het niet de verloofde van Hans IJnzo was die zo jammerlijk met hem was verdronken, maar haar zuster Anna Jantje Beukers. Haar tragische dood was terdege ingegeven door haar zwaarmoedigheid, daar bestond volgens de kranten geen twijfel meer over.

De begrafenis

Op woensdagochtend 16 augustus werd het drietal begraven op Soestbergen (sommige krantenberichten spreken van de 17de). De dood van de drie jongelingen was groot nieuws, getuige ook het uitgebreide verslag van de begrafenis in het Utrechtsch Nieuwsblad. Vanuit het huis van de familie Beukers aan de Oudegracht werd het drietal begraven. Woningen en winkels tussen de Gaarbrug en de brug naar de Twijnstraat waren gesloten uit deelneming aan de nabestaanden. Met drie lijkwagens en volgkoetsen werd de laatste tocht gemaakt naar de begraafplaats aan de Gansstraat. Bij de ingang werden de lijkbaren neergezet, waarna de kist van Anna Beukers naar het graf werd gebracht en neergelaten zonder dat er werd gesproken. Vervolgens werden de kisten van de beide broers naar hun graf gebracht en neergelaten. Eerst sprak een bevriende collega van de vader van de broers, daarna nam dominee IJnzonides zelf het woord. Opvallend genoeg richtte hij zich ook tot de kranten die na de dood van het drietal bericht hadden.

‘De berichten in de dagbladen hielden onware en leugenachtige dingen in. Ik dacht voortdurend aan de hardheid van de wereld en toen moest ik ondervinden, dat die zelfde harde wereld mij nog dolksteken bovendien toebracht, hoe zwaar ik ook reeds gewond was. Waarom niet eerst de zaak grondig onderzocht. De berichtgevers konden dat toch licht hebben gedaan, vooral die van de te Utrecht verschijnende bladen. Ik raad de menschen, die dat hebben neergeschreven, niet op dezen weg voort te gaan, op in ’t vervolg niet weer zulke diepen wonden zullen worden geslagen.’

Waarschijnlijk doelde hij op de geruchten dat er een ruzie aan de tragische dood van de drie was voorafgegaan, maar wellicht ook dat daarbij melding werd gemaakt van het overlijden van de verloofde van zijn zoon in plaats van haar zuster. Veel kranten namen de oorspronkelijke onjuiste berichtgeving van de Utrechtse kranten over, met alle gevolgen van dien.

Aan het einde van de bijeenkomst sprak de derde zoon van IJnzonides. Hij groette zijn broers met een emotioneel laatste vaarwel.

Dominee Hans IJnzo IJnzonides overleed in januari 1920 in Baarn, waar hij na zijn emeritaat met zijn vrouw was gaan wonen. Hij werd begraven in het graf van zijn gelijknamige zoon. In het graf van Hendrik is zijn moeder Louisa Petronella de Haart na haar overlijden in 1921 begraven. Waarschijnlijk zijn rond die tijd ook de granieten zerken op de graven geplaatst.

Het graf van Anna Jantje Beukers, zonder grafmonument.Het graf van Anna Jantje Beukers, zonder grafmonument.

Het graf van Anna Jantje Beukers bestaat ook nog (5-361), maar het heeft geen grafmonument meer.

 

Bronnen

  • Administratie begraafplaatsen Utrecht
  • Het Utrechts Archief
  • Delpher
    • Utrechts Nieuwsblad 15-08-1899
    • Utrechts Nieuwsblad 16-08-1899
    • Utrechts Nieuwsblad 17-08-1899
    • Leeuwarder Courant 18-08-1899
    • Utrechts Nieuwsblad 18-08-1899
    • De Amsterdammer 24-01-1920

 


© 2022 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.