Utrecht

Zeist - De offerblokken op de Oude Begraafplaats aan de Bergweg

 

Om de Oude Begraafplaats aan de Bergweg te betreden moet men het poortgebouw passeren. Het uit 1829 stammende gebouw werd in 1884/1885 door de architect Albert Nijland verbouwd in neoclassicistische stijl. De hoofdingang kreeg hierbij het huidige monumentale karakter. De doorgang van het poortgebouw is sober. Het ijzeren hek dat de ingang afsluit werd in 1829 in Amsterdam gekocht en is waarschijnlijk 18e eeuws. Het is een eenvoudig spijlenhek van ambachtelijk smeedwerk, maar het valt beslist niet op door prachtig siersmeedwerk. Het enige dat verder nog aandacht vraagt in de doorgang zijn de hardstenen offerblokken van drie armencolleges in de rechter muur. Op het linker offerblok staat in Gotische letters 'NED. HERV. DIACONIE'. Het andere offerblok is een dubbel. Op de linkerhelft van het dubbele offerblok staat in Romeinse kapitalen 'ALGEM: ARMEN' en op de rechterhelft 'DIAC: GER: KERK' vermeld. De letters zijn in bas-reliëf aangebracht. De offerblokken herinneren aan de tijd dat er grote armoede heerste en dat deze diaconale en burgerlijke steunverlenende instellingen het leed probeerden te verzachten. Zij zijn stille getuigen van een stuk sociale geschiedenis. 

Plaatsen van collectebussen

Offerblokken anno 2018 (foto René ten Dam)Meestal wordt aangenomen dat de offerblokken er sinds de bouw zitten, maar dat is onjuist. Over het aanbrengen van deze offerblokken is niet veel bekend. In dit artikel wordt geprobeerd de sluier van de geschiedenis op te lichten. Het begon met het plaatsen van collectebussen. In de vergadering van 4 november 1892 van het college van burgemeester en wethouders stelde wethouder Johan Meerdink (1835-1904), die de zieke burgemeester Gerrit Costerman (1834-1894), burgemeester van Zeist van 1882 tot 1894, verving, het verzoek van de diaconie van de Gereformeerde Kerk om een collectebus, te mogen plaatsen aan de ingang van de begraafplaats aan de orde. De Gereformeerde Kerk in Zeist is in 1887 opgericht. In de brief wordt gesproken over 'een bus voor de armen'. Voorts werd gevraagd, indien toestemming zou worden verleend, de plaats aan te geven waar de bus zou moeten hangen. Het verzoek was al op 8 mei 1891 (!) geschreven, maar nog niet eerder door burgemeester en wethouders besproken. Het college ging akkoord met het plaatsen van een bus, onder voorwaarde dat die van gelijke afmetingen zou zijn als die van de Nederlands Hervormde diaconie.

Wanneer aan de diaconie van de Ned.-Herv. gemeente toestemming werd verleend tot het plaatsen van een collectebus op de begraafplaats, is niet bekend. In de jaarrekening over 1863 van de hervormde diaconie wordt voor het eerst melding gemaakt over de opbrengst van de 'Begrafenisbus'. Men mag daaruit afleiden dat de bus in dat jaar voor het eerst hing. De volgende keer dat melding gemaakt wordt van een bus, was in de jaarrekening 1868. Daarin staat: 'Bus op het kerkhof'. De opbrengst in het eerste jaar bedroeg 39,50 gld.

In de vergadering op 14 april 1893 van de Algemene Armencommissie stelde het lid Mr. Johan Jacob Clotterbooke Patijn van Kloetinge (1859-1922), burgemeester van Zeist van 1894 tot 1919, voor om aan het gemeentebestuur toestemming te vragen tot het plaatsen van een collectebus bij de ingang van de begraafplaats. Zijn voorstel zal verband hebben gehouden met de toestemming die een jaar eerder aan de diaconie van de Gereformeerde Kerk werd verleend. Het bestuurslid Willem Jan Reesink (1848-1928) was het niet eens met het voorstel. Hij was van mening dat de katholieke armen daardoor zouden worden bevoordeeld ten koste van de protestantse diaconie. Patijn vond dat geen bezwaar, want zo zei hij, 'daar arm, hetzij protestantsch, hetzij roomsch' voor hem geen verschil maakte. Het voorstel werd daarna met zes voor en één stem tegen aangenomen. In het archief van het gemeentebestuur is niets terug te vinden over een verzoek van de Algemene Armencommissie. In het archief van de Algemene Armencommissie zitten echter wel twee stukken die duidelijkheid verschaffen over het ophangen van een bus. Bij de jaarrekening over het boekjaar 1893-1894 van de Algemene Armencommissie - het boekjaar liep van 1 april tot en met 31 maart - zit een nota van de smid Willem Steggewentz (1846-1917) voor: 'een nieuwe bus aan de begraafplaats f 5,50; een schijvenslitje met 2 sleutels f 2,00; de zinke lijsten erop f 3,00; de bus aangemaakt een bout a 22 ½ f 0,45' en van de huisschilder Johan Meerdink (1835-1904) voor: 'De ijzeren kerkhofbus geschilderd f 0,90'. Deze kosten, in totaal 11,85 gld., zullen ook ongeveer zoveel hebben bedragen voor de diaconie Gereformeerde Kerk. Uit de nota's blijkt dat de bus op 16 mei 1893 gemaakt werd en op 3 juni d.o.v. opgehangen en geschilderd werd. In de jaarrekening 1894-1895 wordt een opbrengst van 42,00 gld. vermeld. Hoogst waarschijnlijk is het verzoek van de Algemene Armencommissie mondeling overgebracht en werd de toestemming ook mondeling verleend. De voorzitter van de Algemene Armencommissie was immers burgemeester Costerman. Uit een aantekening op de brief van 8 mei 1891 van de diaconie van de Gereformeerde Kerk blijkt dat aan de genoemde diaconie ook mondeling toestemming verleend werd. Het verzoek van de diaconie van de Ned.-Herv. gemeente zal op dezelfde wijze afgedaan zijn. 

Diefstal op de begraafplaats

In de Weekbode van 4 juni 1904 stond het volgende artikel: 'Gistermorgen vond men de armenbus der Ned. Herv. Gemeente, geplaatst aan den ingang van de algem. begraafplaats, opengebroken en de inhoud, begroot op ongeveer ƒ 35,- verdwenen. […]' Het ging om de giften van na 31 maart. In 1903 zat 54,20 gld. in de collectebus, in 1904 12,42 gld. en in 1905 39,84 gld. Uit dat krantenartikel blijkt dat de bussen toen nog niet vervangen waren door offerblokken. In vergadering van de kerkenraad van de Ned.-Herv. gemeente op 7 juli 1904 werd mededeling van het voorval gedaan. 'De bus op het kerkhof is helaas door een dief geledigd. Er zijn maatregelen genomen, dat dit niet meer geschieden kan. Bovendien zullen diakenen bij belangrijke begrafenissen met een zakje bij den ingang gaan staan.', aldus de notulen. In de kerkenraadnotulen wordt gezegd dat er maatregelen genomen waren om herhaling te voorkomen. Die maatregelen hielden in dat men de dag na de diefstal al aan het gemeentebestuur schriftelijk verzocht had om de offerbus aan de binnenkant van het baarhuis - men sprak in het verzoek van het lijkenhuis - te mogen plaatsen en daarvoor een gleuf in de muur van het baarhuis te maken. Men motiveerde het verzoek als volg: 'Reeds jaren van oordeel zijnde, dat de offerbusjes, bevestigd tegen de buitenmuur van het lijkenhuisje der Algemeene Begraafplaats, daar verleidelijk en dus zeer gevaarlijk hangen […] om het busje in dat huisje daarachter te plaatsen, ten einde het zooveel mogelijk aan 't oog der voorbijgangers te onttrekken.' Burgemeester en wethouders verleenden daartoe in hun vergadering op 14 juni 1904 toestemming.

De 'beroving' van de armenbus van de diaconie van de Ned.-Herv. gemeente vormde voor de diaconie van de Gereformeerde Kerk en het bestuur van de Algemene Armencommissie aanleiding om op 23 juni samen actie te ondernemen. Men vroeg net als de diaconie van de Ned.-Herv. gemeente aan het gemeentebestuur vergunning om een gleuf in de muur van het baarhuis te mogen maken en de bussen aan de binnenkant van het gebouwtje te plaatsen. Hun plan was om samen met de diaconie van de Ned.-Herv. gemeente een hardstenen band met drie gleuven erin te laten maken. De gevraagde toestemming werd binnen enkele dagen door het gemeentebestuur verleend.

Het plan om voor gezamenlijke rekening een hardstenen offerblok met drie gleuven te laten maken is niet verwezenlijkt. De kerkenraad van de Ned.-Herv. gemeente wilde blijkbaar de bus niet simpelweg aan de binnenkant ophangen en een gleuf in de muur maken. Men liet een afzonderlijke hardstenen offerblok aanbrengen. Daar hing wel een prijskaartje aan. In de rekeningen van de diaconie uit de periode 1901-1908 valt op dat de post 'Buitengewone uitgaven' juist in 1904 erg hoog is. De gemiddelde kosten over de jaren 1901-1903 en 1905-1908 bedroegen 130,15 gld. per jaar, terwijl in 1904 680,21 gld. werd uitgegeven. Deze cijfers geven een indicatie wat de kosten waren voor het plaatsen van het hardstenen offerblok. De gemiddelde uitgaven op de post 'Kosten van beheer' van de Algemene Armencommissie over 1901-1903 en 1905-1908 bedroegen 116,25 gld. Per jaar. In 1904 werd uit de post 174,69 gld. betaald. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat de kosten voor het rechter offerblok tussen de honderd en 125 gulden hebben bedragen. De kosten werden immers gedeeld door de Algemene Armencommissie en de diaconie van de Gereformeerde Kerk. 

Beschrijving van de offerblokken en het geldkastje

Het linker offerblok van de diaconie van de Ned.-Herv. gemeente is 26½ cm breed en 49 cm hoog. Het bestaat uit twee delen. Het onderste stuk is 20 cm hoog en het bovenste 29 cm. Het onderste deel heeft de vorm van een schaal die zich aan de onderkant versmalt, waardoor het lijkt alsof ze op een console rust. In het midden van de schaal bevindt zich een gleuf voor het geld. De doorsnede van de schaal is 20 cm. In het bovenste deel is een ronde nis aangebracht met een breedte van ruim 20 cm, een hoogte van 15½ cm en een diepte heeft van 10 cm. Boven het nisje is een tweeregelige tekst in Gotische letters aangebracht. De steen heeft als randversiering heel subtiel smalle gleufjes. Curieus is het fossiele slakje dat rechtsboven in de steen zit.

Het rechter offerblok is qua constructie goedkoper uitgevoerd. Het linker is massief en door de steenhouwer gevormd. Het rechter daarentegen bestaat uit drie delen, waarvan twee platte, die in de muur zijn ingemetseld. De twee nissen en offerschalen zijn gemetseld en niet van hardsteen. De breedte is 62 cm, behalve het middenstuk dat een breedte heeft van 70 cm. De totale hoogte bedraagt 40 cm. De onderkant wordt gevormd door een langwerpige, smalle plint, die 5½ cm hoog is. Aan de beide uiteinden is de onderzijde na 6 cm gemeten vanaf de hoek afgeschuind. Het effect is dat het lijkt alsof het offerblok op pootjes staat. Daarboven zit een deel waarvan de breedte 70 cm en de hoogte 5½ cm is. Deze steen steekt aan beide kanten enkele centimeters uit en is aan de voorkant geprofileerd. Men zou hem een schijnkraagsteen kunnen noemen. De bovenkant wordt gevormd door een plaat van ruim 5 cm dikte en met een hoogte van 27 cm, waarin twee boogvormige openingen zijn uitgespaard voor de nissen. De bogen zijn 20 cm breed en bijna 15 cm hoog. De tekst in Romeinse kapitalen is in een rondboog boven deze openingen geplaatst. De nisjes hebben een diepte van bijna 15 cm. Als versiering bezit het offerblok aan de afgeronde bovenkant twee kanteelvormige uitsteeksels van 10 cm breedte op 11 cm vanaf de uiteinden gerekend. De gleuf van het offerblok voor de Algemene Armencommissie is dichtgemaakt door de hele schaal met specie te vullen.

Het geld dat in de offerblokken gedeponeerd werd, gleed (vermoedelijk) in de bussen die bevestigd waren aan de andere kant van de muur. Nu zit op die plaats een ijzeren geldkast, die voor beide offerblokken is bedoeld.De kast werd gemaakt door 'Smederij A. de Man v/h W. Steggenwentz'. De afmetingen van de kast zijn 55 x 100 x 23 cm (h x b x d). Ze heeft drie deurtjes van 32 x 19 cm, die voorzien zijn van een slot. De kast is door houten schotjes in drieën verdeeld.
Op grond van het naamplaatje op de kast met de tekst 'Smederij A. de Man v/h W. Steggenwentz' kan gevoeglijk worden aangenomen dat het pas in de 20e eeuw werd gemaakt. De smederij werd namelijk na de dood van Willem Steggewentz op 20 december 1917, door Anthonius de Man overgenomen. 

Het legen van de bussen

In 1917 werd de Nieuwe Begraafplaats aan de Woudenbergseweg in gebruik genomen. Bij de ingang van die begraafplaats werden voor de drie charitatieve instellingen collectebussen aangebracht. [1] Daarom wordt in de jaarrekeningen van de diaconie van de Ned.-Herv. gemeente vanaf 1918 over kerkhofbussen gesproken, evenals in de jaarrekeningen van de Algemene Armencommissie (tot 1936). Vanaf 1941 worden tot 1955 de inkomsten verantwoord als 'Collecten bij begrafenissen'. Na de diefstal in 1904 was immers ingevoerd dat tijdens begrafenissen diakenen bij de ingang collecteerden voor de diaconie. In de rekening over 1956 worden de collecten plotseling weer gespecificeerd en staat er als aparte inkomstenpost vermeld: 'Bus Oude Begraafplaats'. De opbrengst in 1955 bedroeg 31,11 gld. De geldkast werd nog tot het begin van de jaren zestig door de charitatieve instellingen geleegd. Als laatste was voor de diaconie van de Ned.-Herv. gemeente diaken Willem van Kernebeek (1927-1995) daarmee belast. Na 1 december 1965 mocht op de Oude begraafplaats niet meer begraven worden. De inkomsten uit de collectebussen zullen daarmee ook opgehouden zijn. [2]

Het verdient aanbeveling de schaal van het offerblok voor de Algemene Armencommissie weer zichtbaar te maken en eventueel alleen de gleuf te dichten. Wat is er eigenlijk op tegen om die weer zichtbaar te maken? Een schildersbeurt zou de ambachtelijk gemaakte geldkast, dat nu aan de buitenkant helemaal geroest is, voor het nageslacht kunnen bewaren.

 

Noten

  1. In 1934 kregen de Gereformeerde Gemeente en de Christelijke Gereformeerde Gemeente vergunning tot het hebben van een collectebus aan de ingang van de begraafplaats aan de Woudenbergseweg; evenals de Nederlandse Protestantenbond, afdeling Zeist-Driebergen in 1941.
  2. Onderzoek over dit onderwerp in het archief van de Gereformeerde Kerk van Zeist dat zich te Utrecht bevindt in Het Utrechts Archief, bleef zonder resultaat.

 

Geraadpleegde bronnen en literatuur

  • Archief der gemeente Zeist, 1599-1905, inv.nrs. 125 (f. 124 en 124v), 128 (f. 355), 248 (ag.nr. 1817/206) en 289 (ag.nr. 713/38B); Gemeentearchief Zeist
  • Archief der Hervormde Gemeente Zeist, 1675-1964, inv.nrs. A24, E 17, E22 en E25; GAZ
  • Archief van de Algemene Armencommissie, 1850-1936; inv.nrs. 2C en 4 en niet geïnventariseerd gedeelte (jaarrekening 1893-1894 en 1901-1908); GAZ
  • Weekbode voor Zeist, Driebergen en omstreken, 1904; GAZ

 

 


© 2021 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.