De funeraire plek van...

De funeraire plek van... Anna Kroon

 

Elf jaar lang mocht ik voor De Begraafplaats, het ledenblad van de LOB, ‘’bekende en minder bekende Nederlanders’’ interviewen over hun begraafplaatsgevoel. De interviews maken duidelijk op hoeveel verschillende manieren begraafplaatsen een bijzondere plek in het leven van mensen innemen. Niet in de laatste plaats als plek van liefde. Dit was het laatste jaar en deze maand verschijnt een bundeling met een keuze uit die interviews. Het blad verschijnt zes keer per jaar. Elf keer zes is zesenzestig. Zesenzestig gesprekken die ik bij voorkeur hield op de meest aangewezen plek: een begraafplaats. Hier komt, zo ervaarde ik, een gesprek al snel tot de kern. De geïnterviewden kozen ‘’hun’’ begraafplaats en zo leerde ik tot mijn grote plezier veel Nederlandse begraafplaatsen kennen.

Tot 2009 bezocht ik ook wel begraafplaatsen, maar vooral voor begrafenissen en soms – meestal op vakanties – bezocht ik een enkele mooi gelegen Zuid-Europese begraafplaats met statige cipressen eromheen, of een pittoreske Franse. Plekken die ik niet bewust opzocht, maar waar ik min of meer toevallig tegenaan liep. In Nederland wilde ik nog wel eens een klein, oud en het liefst een beetje vervallen kerkhofje in een mooi dorp oplopen.

Bij elk interview was ik niet alleen benieuwd naar het verhaal van de degene die ik zou spreken, maar ook naar de begraafplaats die ik zou leren kennen. Hoe zag ie eruit, wat was mijn begraafplaatsgevoel op de bewuste plek? En wat een prachtige begraafplaatsen heb ik gezien. De interviews waren voor mij dus ook een ontdekkingsreis langs een paar van de mooiste begraafplaatsen in Nederland (en een in België). En dan heb ik misschien de fraaiste nog voor de boeg, want parels als Moscowa in Arnhem en Kleverlaan in Haarlem werden weliswaar vaak genoemd als ‘mooiste van Nederland’, maar helaas nooit als locatie voor een interview gekozen. Ik heb er dus nog een paar tegoed.

RK begraafplaats Buitenveldert AmsterdamWat is mijn funeraire plek? Dat is R.K. Begraafplaats Buitenveldert in Amsterdam. Hier werd in 1990 mijn man, nog maar 37 jaar oud, begraven. Ik werd er kind aan huis. De begraafplaats is vlakbij mijn woning, de bezoeken hoefde ik niet echt te plannen, en zeker in de eerste jaren na zijn dood kwam ik er vaak. Het werd een vaste plek om te komen, voor altijd aan hem verbonden. Ik vond er op een moeilijk te omschrijven manier troost, troost omdat het zijn plek was, een plek waar ik voor kon zorgen, een plek die een soort onveranderlijkheid heeft, een vast gegeven. Ik leerde de namen kennen van de mensen die om hem heen liggen en ook daarmee werd het gevoel van thuiskomen bij zijn graf versterkt.

De omgeving van de begraafplaats is de laatste dertig jaar ingrijpend veranderd. Eromheen verrees de Zuidas, met veel hoogbouw die ook goed zichtbaar is vanaf de begraafplaats. Vanuit de lucht gezien is het een bescheiden groene oase tussen het grijs van wegen en bebouwing. Misschien is het daarmee wel de meest ingebouwde begraafplaats van Nederland. De begraafplaats zelf veranderde ook. De voormalige ingang aan de Amstelveenseweg werd verplaatst naar de veel rustigere en verkeersluwe Fred Roeskestraat. Helaas werd er toen ook voor gekozen het kerkje dat bij de oude ingang stond af te breken. Bij de nieuwe ingang zijn de kantoren, een nieuwe kapel, de afscheidsruimtes en tegenwoordig een goed lopende brasserie. Er worden plantjes verkocht die de konijnen niet lusten. Het is een prettige entree waar je bij het binnengaan van de begraafplaats je welkom voelt. En dat is wat elke begraafplaats zou moeten uitstralen: hier mag u zijn, u bent welkom.

 

Anna Kroon is auteur van het zojuist verschenen boek 'Het begraafplaatsgevoel'.


© 2021 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.