Utrecht

Utrecht - Graven in de Dom

 

De benedictijner monnik Willibrord was de bouwer van twee kapittelkerken in Utrecht: de Dom of St. Maartenskerk en de St. Salvator of Oudmunster. Van deze laatste kerk zijn slechts nog enkele merktekens te zien in het plaveisel op het Domplein.
Aan een kapittelkerk was een groep geestelijken verbonden: de kanunniken. Aan de Dom waren circa 40 kanunniken verbonden. Tot 1580 werden, op enkele uitzonderingen na, slechts bisschoppen en kanunniken begraven in de Dom. Ook na 1580 werden voornamelijk kanunikken begraven in de Domkerk. Wel waren die graven voortaan familiegraven.

 

Begraven in de Sint-Maartensdoms tot 1580

Door het bijzonder karakter van de Domkerk, zijn er in die tijd relatief gezien niet zo veel mensen begraven. Dat recht was voorbehouden aan bisschoppen, prelaten, kanunniken en een enkele vicaris. Door de talrijke godsdiensttwisten en politieke geschillen en bij verschillende restauraties zijn veel grafzerken beschadigd, verhakt, verplaatst en zelfs verdwenen. Toch zijn er nog genoeg sporen uit het verleden terug te vinden.

De zogenoemde 'keizerssteentjes'In de middeleeuwen was het niet uitzonderlijk als een hoogeplaatst persoon meerdere grafzerken had. In de Dom liggen de ingewanden begraven van keizer Koenraad II die in 1039 in Utrecht overleed, en ook de ingewanden van keizer Hendrik V (1125) liggen in de Dom. Waarschijnlijk heeft er voor beiden een keizerstombe gestaan in de Dom, maar in de tweede helft van de 15e eeuw heeft men de kistjes met de ingewanden verplaatst naar het hoogkoor. Men kan daar nu nog de steentjes zien die men als merktekens heeft aangebracht.

Detail graftombe Guy van AvesnesVlak bij deze keizerssteentjes ligt nog een steentje, verwijzend naar bisschop Floris van Wevelichoven, gestorven in 1393. Van de meeste graftombes en zerken van de bisschoppen die in de loop der tijd zijn begraven is geen spoor meer te vinden. Hun aantal is niet precies bekend, maar lag waarschijnlijk tussen de drieëntwintig en achtentwintig.
Het oudste grafmonument dat nog in de Dom te zien is de graftombe van bisschop Guy van Avesnes (1317). De gebeeldhouwde treurbeeldjes hebben tijdens de Reformatie wel hun hoofd verloren.

 

Begraven in de Dom na 1580

Ook na 1580 werden er weinig mensen begraven in de Dom. Het is heel moeilijk na te gaan welke personen van meestal adelijke families nog in de Dom zijn begraven. Er zijn grafstenen verdwenen, sommige zijn opnieuw gebruikt en van de overgeblevene zijn vele opschriften weggesleten. Bovendien verwijzen de nog zichtbare opschriften grotendeels naar de 16e eeuw; een enkele zerk is wat vroeger of later gedateerd.
In de 17e en 18e eeuw ging het Domkapittel ook grafsteden en grafkelders verkopen aan voorname burgers. Nog ingewikkelder zijn de zaken geworden door vererving, waardoor zelfs een achtste deel van een grafkelder kon worden toegewezen.
In de tweede helft van de 18e eeuw nam het begraven in de Domkerk (en op het aan de noordzijde van het koor gelegen Domkerkhof) gestaag toe.

Grafmonument Van Ghendt Een opvallende graftombe is die van admiraal Willem Joseph van Ghendt, zeeheld en lid van het Domkapittel.

Daarnaast zijn er nog enkele grafmonumenten te zien van onder andere gravin Anna Elisabeth van Solms en van Hendrik van Nellesteyn.

Bij het opknappen van de kerk in de loop der tijd zal niet in de eerste plaats aan het behoud van de grafkelders zijn gedacht. Enige families hebben nog lang hun familiegraven onderhouden, maar in de loop van de 20e eeuw zijn langzamerhand alle graven geruimd bij het onder de vloer aanleggen van leidingen en dergelijke. Alleen het hoogkoor heeft men met rust gelaten. Wat de bezoeker nu nog aantreft zijn de overblijfselen van de graftekenen van voorname mensen in een voorname kerk.

 

De graven en zerken in de Dom

De gemetselde bakstenen grafkelders hebben voor het merendeel een gemetselde bovenkant. Daarboven lag een laag zand. De zerk diende dan niet als afdekplaat. Het gevolg was dat de zerken verplaatst kon worden, wat regelmatig is gebeurd.

Tijdens de laatste restauratie trof men behalve gave kelders nog enige, gedeeltelijk ingestorte kelders aan met een aantal ingezakte en vermolmde kisten. De gevonden stoffelijke resten heeft men verzameld en deze beenderen rusten nu in de grote kelder van Taets van Amerongen. Grafkelders die nog in goede staat verkeerden, zijn bij de laatste restauratie niet volgestort met zand. De toegang tot de grafkelders heeft men wel dichtgemetseld.

Het merendeel van de zerken vindt men in het transept en de kooromgang. Tijdens de laatste restauratie heeft men hier een aantal zerken neergelegd die daar nooit gelegen hebben. Voor 1580 werd daar zelden of nooit begraven. In de 17e en 18e eeuw zijn er ook een paar grafkelders gebouwd. In het verdwenen schip werd uiteraard ook begraven. Daarover is echter weinig bekend. (2002)

 

 

Literatuur

  • P. Borst, A. de Groot, J.G. Jonker-Klijn, R. Roks, Graven en begraven in de Dom van Utrecht (Bunnik, 1997)

 

 


© 2020 Stichting Dodenakkers.nl | Alle rechten voorbehouden.Website ontwikkeld door Webcase.