Skip to main content

Begraafplaatsen


Geschreven: 28 april 2015
Aangepast: 27 december 2020
Auteur: Mieke Kirkels
Categorie: Begraafplaatsen

 

Het boek “Van Alabama naar Margraten; herinneringen van Jefferson Wiggins”, is het verhaal van een van de zwarte soldaten die eind 1944 de blanke gesneuvelden begroeven. Gesneuvelden die in legertrucks naar Margraten werden gebracht.

Het boek is gebaseerd op de ervaringen van de jonge, zwarte Amerikaanse soldaat in een strikt naar ras gescheiden leger. In dit artikel ligt het accent op de herinneringen die Wiggins had aan zijn tijd op de Amerikaanse oorlogsbegraafplaats – in aanleg - in Margraten. Hij hielp er bij het begraven van ruim 20.000 gesneuvelde Amerikanen.

Colonnes trucks, volgeladen met lijken.

Luchtfoto van de omgeving van de begraafplaatsVolgeladen met lijken reden colonnes (General Motors Company) GMC- trucks af en aan naar Margraten, een boerendorp met destijds 1200 inwoners. Ze reden met een vaart van 90 km per uur door de dorpen, want anders zou de stank daar te lang blijven hangen.

Meteen na de bevrijding van Zuid-Limburg, september 1944, besloot het Amerikaanse leger daar een oorlogsbegraafplaats aan te leggen. Captain Joseph Shomon van de 611de Graves Registration Company (GRC), kreeg de opdracht om zo snel mogelijk een geschikt terrein te zoeken voor een Amerikaanse begraafplaats. Generaal William Hood Simpson had aan de soldaten van het Negende Leger beloofd dat ze niet in vijandelijke grond begraven zouden worden. Shomon koos voor de akkers in Margraten, vanwege de gunstige ligging aan de Rijksweg die dwars door Zuid-Limburg liep. Een gebied van ruim 26 hectare werd gereed gemaakt om gesneuvelden van verschillende slagvelden en noodbegraafplaatsen te begraven. Wat Shomon niet wist, was dat er in de daaropvolgende maanden ruim 20.000 gesneuvelden naar Margraten zouden worden gebracht. Stoffelijke resten van Amerikaanse soldaten, Duitse soldaten en soldaten van andere nationaliteiten, die eerder waren begraven op noodbegraafplaatsen.

De GRC trok met de Amerikaanse gevechtstroepen op zodra een confrontatie met vijandige troepen voorbereid werd. Tijdens de gevechten zochten ze alvast een plek uit voor noodbegraafplaatsen. Dat was uit respect, om hygiënische redenen, maar ook omdat het demotiverend zou zijn voor de resterende troepen om lijken langs de weg te zien liggen.

Aankomst in Margraten

De noodbegraafplaatsen bij de voormalige slagvelden werden geruimd zodra ze bereikbaar waren. De stoffelijke resten werden in 2,5 tons GMC’s en 1-tons aanhangers naar Margraten gebracht. De GMC’s werden meestal bestuurd door zwarte soldaten.
Inwoners van Margraten zagen de vrachtwagens arriveren. Ze zagen hoe de gesneuvelden waren opgestapeld als boomstammen. Stoffelijke resten van soldaten die waren omgekomen bij de slag om de Siegfriedlinie, operatie Grenade, operatie Plunder, het Duitse Aken, in het Hürtgenwald en later bij de Slag om de Ardennen.
De aanvoer van lijken ging door tot 30 maart 1946. Toen werd het laatste opgegraven stoffelijk overschot uit de gevechtsgebieden naar Margraten gebracht. De begraafplaats was, op die in het nabijgelegen Henri-Chapelle (B) na, destijds de grootste Amerikaanse oorlogsbegraafplaats van Europa.

Zwarte grafdelvers – blanke gesneuvelden

Naast genietroepen die de akkers begaanbaar maakten, had het negende leger een grote kwartiermakers dienst naar Margraten gestuurd voor het graafwerk, de 3136e Quarter Master Service Compagnie (QMSC). De 611de Grave Registration Company (GRC) werd ingezet voor de identificatie en administratie. Voor het graafwerk en allerlei ondersteunende diensten werden zwarte soldaten ingezet.
Door de onverwacht grote aanvoer van lijken, werd al snel duidelijk dat extra inzet van grafdelvers nodig was. In november 1944 werd de 960ste QMSC vanuit België naar Margraten gestuurd om te helpen met het graafwerk. Jefferson Wiggins -19 jaar oud- was een van de 260 extra grafdelvers. Bij aankomst zag hij honderden lijken op de akkers liggen. Zijn captain vertelde hem dat er verderop nog zo’n 5000 lijken wachtten om begraven te worden.

“Pas een keer eerder had ik een dode gezien, toen mijn oudere zus stierf. In 1937. Ik herinnerde me die begrafenis met huilende en rouwende mensen. Ineens stond ik in een vreemd land dat Holland heette tussen honderden dode soldaten. Ik dacht dat ik flauw viel. Ik wens zo’n ervaring niemand toe”.

Zwarte militairen begroeven hun blanke kameraden - mensen met wie ze voor vertrek naar Europa niet eens samen in een ruimte mochten zitten. Zij bewezen de gesneuvelden de laatste eer. Er was wel een priester op de begraafplaats, maar omdat het zoveel graven waren kon hij niet steeds in de buurt zijn.

Matrashoezen

Doden die ter aarde worden besteld

Jeff wachtte op de komst van lijkkisten, maar een van de blanke officieren wees hem op een grote stapel matrashoezen. Daar moesten ze het mee doen. Bij gebrek aan kisten waren stapels daarvan per schip naar de diverse oorlogsgebieden vervoerd.
Als de trucks aankwamen werden de stoffelijke resten door de zwarte soldaten op een stripping line gelegd en werden ze bedekt met teerdoek. Een voor een werden de eigendommen van de soldaten in een canvas zakje gestopt. Nadat de stoffelijke resten in een matrashoes waren gedaan, werd die aan de bovenkant dichtgemaakt met een kettinkje. Daar werd zakje met bezittingen aan vastgemaakt samen met een kartonnen plaatje met rang en legernummer. De ‘dogtags’, de ijzeren plaatjes met naam en legernummer die de soldaten droegen, bestonden uit twee delen. Een ervan werd in de mond van het lijk gestopt. Daarna werden de lijken op een brancard gelegd en naar de gedolven graven gebracht. Zodra een rij graven was gevuld, werden ze door een bulldozer in een keer met zand afgevuld. De grafdelvers werkten de graven af en plaatsten er een houten kruis bij. Het andere deel van de dogtag werd daarop gespijkerd. Voor een groot deel van de gesneuvelden was dit de tweede keer dat ze tijdelijk werden begraven.


Jeff: “Alles wat we daar deden gebeurde strikt volgens de regels. De graven moesten exact “6 feet deep, 6 feet in length and 2,5 feet in width” zijn.

Na wekenlang, dag in dag uit, lijken begraven te hebben kreeg de 960ste QMSC een nieuwe opdracht. Op 18 december 1944 verlieten ze Margraten. De slag om de Ardennen was nog in volle gang. Herinrichting begraafplaats In 1946 startte een grote remigratie operatie. Het Amerikaanse ministerie van Defensie zocht uit of nabestaanden hun familielid thuis wilden begraven of dat zij Margraten kozen als laatste rustplaats. In 1947 was de inventarisatie gereed. Bijna 10.000 Amerikaanse gesneuvelden zouden naar huis terugkeren. Gesneuvelden van andere nationaliteiten werden elders herbegraven. De ruim 3000 Duitsers werden opgegraven door Duitse krijgsgevangenen die hen op de Duitse oorlogsbegraafplaats in IJsselstein herbegroeven.

Ingang begraafplaats oktober 1945Dat was het begin van de definitieve inrichting van de begraafplaats naar het ontwerp dat sindsdien niet meer gewijzigd is. De stoffelijke resten van alle Amerikanen werden zorgvuldig schoongemaakt, geïdentificeerd, gebalsemd en in met wit satijn bekleedde kisten gelegd. 10.000 van hen keerden in 1947 per schip terug naar de Verenigde staten. De resterende 8301 gesneuvelden kregen in Margraten hun definitieve rustplaats, met het definitieve - wit marmeren- kruis.
Het beheer van de oorlogsbegraafplaats werd datzelfde jaar door het Amerikaanse ministerie van defensie overgedragen aan de American Battle Monuments Commission, de ABMC die wereldwijd de Amerikaanse oorlogsbegraafplaatsen beheert.

Gesneuvelden van een gesegregeerd leger zijn op de ABMC begraafplaatsen door elkaar heen begraven, ongeacht rang of ras. Al voor de Eerste Wereldoorlog werd bij de oprichting van de ABMC bepaald ‘dat in de dood iedereen gelijk is’. Pas in 2015, 70 jaar na de aanleg van de begraafplaats in Margraten, werd een lijst gemaakt van de Afro-Amerikanen die er zijn begraven. De lijst bevat (voorlopig) 155 namen. Op de oorspronkelijke begrafeniscertificaten stond een ras code. Voor zwarte Amerikanen was dat ‘race code 2’.
De rassenscheiding in het Amerikaanse leger werd in 1948 officieel opgeheven.

Zonder geweer geen held.

Voor zwarte Amerikaanse soldaten was er weinig gelegenheid om herinneringen aan hun tijd in Europa levend te houden. Voor hen waren er geen veteranenorganisaties. De media vertelden hun verhalen niet door. Zonder geweer geen held. Hun rol in service units, werd door historici nauwelijks onderzocht of vastgelegd. In de beeldvorming over de Tweede Wereldoorlog komen nauwelijks zwarte Amerikanen voor. Het boek bevat een aantal voorbeelden daarvan.

Akkers van Margraten

In 2008 interviewde een onderzoeksteam de laatst levende ooggetuigen over de begraafplaats voor het oral history project ‘Akkers van Margraten’. Het project was onderdeel van een groot landelijk project ‘Erfgoed van de oorlog’.

De geïnterviewden vertelden over de ‘zwarte jongens’ die destijds in Margraten werkten. Dat had veel indruk gemaakt. Voor het eerst in hun leven zagen ze zwarte mensen. Slechts een van deze zwarte jongens kon worden getraceerd en geïnterviewd, Jefferson Wiggins. Aanvankelijk aarzelde en was hij sceptisch over deelname, maar ook om herinneringen naar boven te halen aan die tijd die hij 65 jaar lang had weggestopt. Hij zag in - na een aantal telefoongesprekken - dat hij de enige van zijn unit van 260 man was, die nog kon vertellen wat ze in Margraten aan gruwelijks beleefden. De herinneringen brachten hem opnieuw nachtmerries. En ze brachten ons nieuwe inzichten over het destijds strikt naar ras gescheiden Amerikaanse leger.

Wiggins stierf op 9 januari 2013, maar tot het laatst was hij betrokken bij de redactie van het boek. Zijn weduwe, Janice Wiggins, was met kleinkinderen aanwezig bij de boekpresentatie.

900.000 Zwarte Amerikaanse bevrijders.

Jeff Wiggins 1942Degenen die de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog onderzochten en beschreven, hebben een belangrijk aspect van de verrichtingen van het Amerikaanse leger op zijn minst onvoldoende aan bod laten komen. Daar komt de laatste jaren gelukkig verandering in.

Werd de vraag wel gesteld hoe frontsoldaten konden functioneren zonder hulp van ondersteuningstroepen? Waarom is in ons land nauwelijks bekend dat er 900.000 zwarte soldaten hielpen bij de bevrijding van Europa? Al droegen ze - op enkele uitzonderingen na – geen geweren, zij waren het die zorgden voor aanvoer van munitie, voor voedseltransporten, benzinetransporten en veel andere noodzakelijke diensten. Zelfs de grote logistieke militaire operaties, zijn beschreven vanuit het perspectief van de blanke leidinggevenden.

De burgerrechten beweging

Na terugkeer was het merendeel van de afro-Amerikanen niet in staat de herinneringen aan ‘Europe’ levend te houden. Ze hadden geen toegang tot de media, hadden geen veteranenorganisaties en thuis, in hun eigen, arme regio’s was er weinig aandacht voor wat ze – ver weg in Europa- hadden meegemaakt. Ze werden bij terugkeer - in tegenstelling tot blanke veteranen - niet als helden verwelkomd.

Het meest paradoxale deel van de herinneringen van Wiggins gaat over zijn terugkeer naar de Verenigde Staten in 1945. Door ontmoetingen met blanke burgers en militairen in Europa was voor hem eens te meer bevestigd dat “The mind is the standard”. Kleur doet er niet toe. En toch kon hij in de V.S. weer achterin de bus plaatsnemen. Duitse krijgsgevangenen hadden betere faciliteiten dan de zwarte bevolking. Zij mochten wel winkels binnen waar bordjes op de deur hingen “For whites only”.

Het toegenomen zelfbewustzijn van al die teruggekeerde zwarte soldaten echter gaf een enorme impuls aan de burgerrechtenbeweging in de V.S.. De vrijheid die ze in Europa hadden ervaren, eisten ze nu ook voor zichzelf op. Uiteindelijk leidde dat tot afschaffing van de rassenscheiding in het Amerikaanse leger op 26 juli 1948.

In 1950 werd reserve officier eerste luitenant Jefferson Wiggins opgeroepen om naar Korea te gaan. Hij was hij een van de weinige zwarte officieren en gaf leiding aan blanke soldaten. Op 2 juli 1964 maakte de Civil Rights Act – althans officieel - een einde aan de rassenscheiding in de Verenigde Staten.

Boek

Boek 'Van Alabama naar Margraten'De rode draad in het boek “Van Alabama naar Margraten”wordt gevormd door de herinneringen van Jefferson Wiggins. De herinneringen aan zijn tijd in Margraten zijn geplaatst in een uitgebreid en toegankelijk historisch kader en geïllustreerd met een 60-tal foto’s.

Bestellen

Van Alabama naar Margraten; herinneringen van grafdelver Jefferson Wiggins.
Verkoopprijs € 19,95. ISBN 978-90-9028522-1

Het boek is ook online te bestellen via www.vanalabamanaarmargraten.nl.

 

Dit artikel werd eerder geplaatst in het aprilnummer van De begraafplaats (2015)


Geschreven: 28 april 2012
Aangepast: 27 december 2020
Auteur: Leon Bok
Categorie: Begraafplaatsen

 

Overal in Nederland heeft de Tweede Wereldoorlog sporen nagelaten. In de gemeente Ede zijn enkele tastbare objecten te vinden, waaronder een Canadese tank op de Langenberg. Naast herdenkingsstenen en –plaquettes is er ook een mausoleum dat herinnert aan de strijd tegen het onrecht die 44 inwoners van Ede het leven kostte.


Geschreven: 15 augustus 2010
Aangepast: 29 februari 2024
Auteur: René ten Dam
Categorie: Begraafplaatsen

Vlak na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er in het toenmalige Nederlands-Indië eenentwintig erevelden voor de slachtoffers van de oorlog. Anno 2018 zijn er nog zeven Nederlandse erevelden over.


Geschreven: 26 maart 2010
Aangepast: 27 december 2020
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Begraafplaatsen

 

Twee aan elkaar grenzende begraafplaatsen bevinden zich op wat landschappelijk gezien wel een van de mooiste plekken is op het eiland Texel, de Hoge Berg. Het is de begraafplaats van Oudeschild en de begraafplaats, die jarenlang de naam droeg van “Russenkerkhof”.


Geschreven: 27 juli 2009
Aangepast: 27 december 2020
Auteur: René ten Dam
Categorie: Begraafplaatsen

 

Russisch EreveldIn 1947 en 1948 werd een aparte begraafplaats naast Rusthof in Amersfoort aangelegd: het Russisch Ereveld.

Bij de ingang vindt men een informatiebord met een tekst zowel in het Nederlands als het Russisch:

Op dit ereveld liggen de graven van 865 Russische militairen. Van hen stierven er 101 tijdens de Duitse bezetting in of nabij Kamp Amersfoort.

Het was een berucht kamp, dat aan de Appelweg was gevestigd. sinds 2004 beschikt de stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort over een bezoekerscentrum waar uitgebreid informatie wordt gegeven over de geschiedenis van dit kamp en zijn overblijfselen.

De 101 Russen waren door het Duitse leger in Rusland krijgsgevangen gemaakt en werden in september 1941 als levend propagandamateriaal in veewagens naar Amersfoort vervoerd. Na een treinreis van veertien dagen kwamen zij uitgehongerd aan en werden daarna in optocht door de stad naar het kamp gedreven. de inwoners van Amersfoort reageerden met afgrijzen; zij kwamen uit hun huizen met water, fruit en brood, maar kregen geen kans het aan de gevangenen te geven.

Van deze Russische soldaten stierven er 24 binnen vijf maanden de hongerdood. de overlevenden werden op 9 april 1942 in groepjes van vier doodgeschoten. Bij de fusilladeplaats – in de bosrand nabij het einde van de Appelweg – staat een gedenkzuil (monument ‘koedriest’ of ‘Russenmonument’) die aan deze massaexecutie herinnert.

De andere op dit ereveld begraven Russische officieren, onderofficieren en soldaten zijn voor het merendeel overleden aan de gevolgen van uitputting en ziekte, nadat zij door het Amerikaanse leger uit Duitse krijgsgevangenschap waren bevrijd. Hun stoffelijke resten waren aanvankelijk begraven op de Amerikaanse begraafplaats in Margraten. Later zijn zij naar dit Russisch ereveld overgebracht.

Het gedenkteken is gemaakt van wit marmer uit de voormalige Sovjet Unie.


Geschreven: 09 juli 2003
Aangepast: 08 februari 2022
Auteur: Leon Bok
Categorie: Begraafplaatsen

 

Verspreid in Nederland vinden we oorlogsbegraafplaatsen. Niet vaak echter liggen twee oorlogsbegraafplaatsen direct naast elkaar. Net buiten Bergen op Zoom is dat echter het geval. Gescheiden door een smal bosperceel liggen hier de Canadian War Cemetery en de War Cemetery direct naast elkaar.


Geschreven: 09 juli 2009
Aangepast: 27 december 2020
Auteur: René ten Dam
Categorie: Begraafplaatsen

 

Nederland telt een drietal Canadese erevelden. Naast de begraafplaatsen in Bergen op Zoom en Holten ligt op een steenworp afstand van de Duitse grens in Groesbeek de grootste van de drie Canadese dodenakkers in Nederland. De locatie is destijds met zorg bepaald.


Geschreven: 08 juli 2009
Aangepast: 27 december 2020
Auteur: René ten Dam
Categorie: Begraafplaatsen

 

Achtergrond

ingang_heidetuinBij de bevrijding van Nederland speelde het Eerste Canadese Leger een belangrijke rol. Het had na de slag om Normandië de taak gekregen de kustgebieden vrij te maken en de havens aan Het Kanaal open te stellen voor de noodzakelijke bevoorrading van de troepen. Tot die tijd waren de troepen afhankelijk van de bevoorradingslijnen vanuit Normandië. Het Tweede Britse Leger had de haven van Antwerpen ingenomen, maar de Westerschelde was nog steeds in handen van de Duitsers. Veldmaarschalk Montgomery, algeheel bevelhebber van het Eerste Canadese Leger en het Tweede Britse Leger vaardigde het bevel uit om de monding van de Schelde open te leggen. Na een grimmige strijd arriveerde het eerste geallieerde konvooi op 28 november 1944 in de haven van Antwerpen.
De slag om de Schelde had een hoge tol geëist van het Eerste Canadese Leger. Tussen 1 oktober en 8 november had het bijna 13.000 slachtoffers (doden, gewonden of vermisten) te betreuren, waaronder 6.367 Canadezen. Een deel van de dodelijke slachtoffers werd begraven op begraafplaatsen in Bergen op Zoom.

Na de slag om de Schelde was het Canadese Leger tot het voorjaarsoffensief verantwoordelijk voor de verdediging van de frontlinie van Duinkerken tot aan de Duitse grens ten zuiden van Nijmegen. Het Eerste Canadese Leger kreeg als taak om het Reichswald schoon te vegen, de Siegfriedlinie te doorbreken, de verdediging van het Hochwald op te ruimen en het gebied tot aan de Rijn veilig te stellen. Op 8 februari ging het offensief van start onder de codenaam 'Veritable'.
Na een moeizaam begin werd na een bloederige slag om het Reichswald op 21 februari de Siegfriedlinie doorbroken. Het Hochwald zou spoedig volgen, maar na een maand van gevechten had het Eerste Canadese Leger met bijna 16.000 doden, gewonden of vermisten zware verliezen geleden. Wel was de weg nu vrij voor de laatste fase van de strijd in Noordwest-Europa.

Terwijl de manschappen van de Negende Canadese Infanteriebrigade, onder Brits bevel, meewerkten aan de aanval over de Rijn, richting Duitsland, was het de taak van het Eerste Canadese Leger om de aanvoerroute naar het noorden via Arnhem open te leggen en daarna het bevrijden van het noordoostelijk deel van Nederland en de kuststreek van Duitsland naar het oosten in de richting van de Elbe. Deze taak werd toebedeeld aan het Tweede Canadese Korps. Het Eerste Canadese Korps had als taak om af te ww2-114rekenen met de Duitsers in het westen van Nederland, waar de bewoners door de hongerwinter aan het eind van hun krachten waren. Eind april was het de Canadezen gelukt de Duitsers terug te dringen tot achter de Grebbelinie. Op 28 april werd een tijdelijke wapenstilstand gesloten, waarop na enkele dagen de voedseltransporten richting het westen op gang kwamen.

De opmars van het Tweede Canadese Korps naar het noorden van Nederland verliep vlot. Op 5 april werd Almelo bevrijd door de Vierde Canadese Pantserdivisie, dat vervolgens Duitsland introk. De Tweede Canadese Divisie stak de Schipbeek over en trok in een nagenoeg rechte lijn op naar Groningen. De Derde Canadese Divisie nam de linkerflank voor z'n rekening en was verantwoordelijk voor de bevrijding van onder meer Zutphen, Deventer, Zwolle en Leeuwarden.

 

De doden

In totaal kwamen meer dan 42.000 Canadezen om tijdens de Tweede Wereldoorlog. De 5.706 in Nederland gesneuvelde Canadezen zijn voornamelijk begraven op zeven Commonwealth War Cemeteries of worden herdacht op het monument op de begraafplaats in Groesbeek. In Holten liggen 1.355 Canadezen begraven. Bijna allemaal kwamen ze om het leven bij de bevrijding van Nederland of tijdens de opmars van het Tweede Canadese Korps in Duitsland.

Holten02Tijdens de opmars naar het noorden van Nederland passeerde het Tweede Canadese Korps Holten. De Commandant, Lt. Generaal G.G. Simonds leek het gebied op de Holterberg een passende laatste rustplaats voor zijn gevallen landgenoten. De burgemeester van Holten, Mr. W.H. Enklaar, deed wat in zijn macht lag om de begraafplaats te realiseren. Het Ministerie van Oorlog zorgde uiteindelijk dat het stuk land geschonken werd aan het Canadese Gouvernement. Nog steeds is de begraafplaats Canadees grondgebied.

Holten03De begraafplaats werd door Canadese soldaten, die moesten wachten op hun repatriëring naar hun vaderland, aangelegd volgens de richtlijnen van de Commonwealth War Graves Commission (C.W.G.C.). Ze egaliseerden het terrein en legden terrassen aan. De eerste soldaten die er werden begraven waren Canadese soldaten die waren omgekomen in de omgeving van Holten. Hun graven liggen in het eerste vak links van de ingang.

cross_of_sacrificeTot de zomer van 1946 werden de lichamen van Canadese soldaten die waren omgekomen in Nederland of Noord-Duitsland in Holten begraven. Bijna 1.400 in totaal. Achteraf bleek het geplande terrein te groot. Het voorste deel van de begraafplaats werd daarom ingericht als heidetuin.
Tot 1970 werden de begraafplaats en de heidetuin onderhouden door de Engelse veteraan Reeves. Hij diende in het Royal Hampshire Regiment. Daarna werd de begraafplaats onderhouden door Holtenaar H. Krieger. Tegenwoordig zorgt de zogenaamde Mobile Group van het C.W.G.C. voor het onderhoud.

Centraal op de begraafplaats staat het 'Cross of Sacrifice' van de C.W.G.C., naar een ontwerp van Sir Reginal Blomfield. Het offerkruis staat enerzijds symbool voor het geloof van het merendeel van de doden en door het bronzen zwaard maakt het een vergelijking naar het militaire karakter van de begraafplaats. Vooraan op de begraafplaats, direct na de ingang, staat de stone-of-remembrance'Stone of Remembrance', een herdenkingssteen van forse omvang met het uiterlijk van een altaar, naar een ontwerp van Sir Edwin Luytens. Op de steen de tekst 'Their Name Liveth For Evermore'. Op elk graf staat een identieke steen met het nationale symbool van Canada, de Maple Leaf.

overzichtIn totaal werden 1.355 Canadezen begraven op het Canadese ereveld. Daarnaast liggen er zesendertig Britten, twee Australiërs en een Belg begraven.

Sinds de jaren '90 branden kinderen jaarlijks een kaars op de graven, ter herinnering aan diegenen die er op 24 december 1945 zijn begraven. De korte ceremonie wordt ingeleid door de klanken van een midwinterhoorn en de tonen van een doedelzak.
Het initiatief werd destijds genomen door mevrouw Leena van Dam. De van oorsprong Finse traditie wordt momenteel voortgezet door de Holtense Stichting "Welcome Again Veterans".

Ook op 4 mei is er een jaarlijkse dodenherdenking op de begraafplaats. (2006)

 

Literatuur

  • The Canadian Sacrifice - Historische Uitgave Nr 2 Bevrijdingsmuseum 1944, Groesbeek 1990
  • Canada - Netherlands/Pay-bas/Nederland, Remembrance Series, Veterans Affairs Canada, 2005
  • Philip Longworth, The Unending Vigil - A history of the Commonwealth War Graves Commission 1917-1967; London, 1967

 

Internet

 


Geschreven: 08 juli 2003
Aangepast: 27 december 2020
Auteur: René ten Dam
Categorie: Begraafplaatsen

 

Pas vanaf de Tweede Wereldoorlog kent Nederland specifieke militaire begraafplaatsen. In het buitenland verschenen grote militaire erevelden drie decennia eerder, ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Daarvoor was het in Europa eigenlijk een onbekend verschijnsel. Gesneuvelden bleven lang liggen op het slagveld en verdwenen uiteindelijk in anonieme massagraven die vaak al snel werden vergeten.


Geschreven: 08 juli 2002
Aangepast: 27 december 2020
Auteur: René ten Dam
Categorie: Begraafplaatsen

 

Vrijwel meteen na de bevrijding in mei 1945 werd een aanvang gemaakt met het opgraven van de lichamen van honderden verzetsmensen die in de Kennemer Duinen bij Bloemendaal door de Duitse bezetter waren begraven. Meer dan driehonderd stoffelijke resten waren afkomstig van verzetsmensen die elders in Noord-Holland waren gefusilleerd. In de Kennemer Duinen zelf waren gedurende de oorlogsjaren ruim honderd verzetsmensen gefusilleerd. In het duingebied zijn in totaal 422 lichamen terug gevonden op 45 locaties.