Skip to main content

Begraafplaatsen


Geschreven: 29 juni 2009
Aangepast: 19 april 2022
Auteur: Leon Bok
Categorie: Begraafplaatsen

 

In Leeuwarden werd na de Tweede Wereldoorlog op de gemeentelijke Noorderbegraafplaats een Erebegraafplaats geopend met daarop de graven van een aantal Friese verzetsstrijders. Jaarlijks wordt hier bij deze begraafplaats in april stilgestaan bij de bevrijding van Friesland die zoveel slachtoffers met zich bracht. Op 4 mei vindt hier, zoals ook op vele andere plaatsen in Nederland, de Nationale dodenherdenking plaats. De Erebegraafplaats is uniek door het type gedenksteen dat hier toegepast is. 


Geschreven: 20 juni 2006
Aangepast: 10 juni 2022
Auteur: René ten Dam
Categorie: Begraafplaatsen

 

Te midden van ijs en patat consumerende toeristen ligt aan de oever van het Hollands Diep, slechts enkele meters buiten Willemstad, een sober monument voor Belgische oorlogsslachtoffers. Hier rusten meer dan 130 Belgische soldaten die op dramatische wijze het leven verloren in de laatste meidagen van 1940. 


Geschreven: 20 juni 2003
Aangepast: 25 maart 2018
Auteur: René ten Dam
Categorie: Begraafplaatsen

 

Ereveld Loenen is in meerdere opzichten geen oorlogsbegraafplaats zoals vele mensen die kennen. Men vindt er geen rijen witte kruisen of staande stenen. Bovendien gaat het niet alleen om militaire slachtoffers van een oorlog. Op het ereveld vindt men naast de graven van gesneuvelde militairen uit de Tweede Wereldoorlog vooral ook de graven van verzetsmensen, dwangarbeiders, joden, krijgsgevangenen, onderduikers en slachtoffers uit het voormalig Nederlands-Indië.


Geschreven: 28 juni 2006
Aangepast: 27 december 2020
Auteur: René ten Dam
Categorie: Begraafplaatsen

 

In de loop van de eeuwen zijn duizenden zeelui, vissers en passagiers verdronken op de zee. Veel lichamen werden nooit meer door de zee prijsgegeven en vonden hun graf in zee. Anderen spoelden aan op onze kusten. Hoeveel lichamen van drenkelingen in de loop der eeuwen op Schiermonnikoog zijn aangespoeld is niet meer na te gaan, maar vermoedelijk gaat het om honderden. De meeste lijken spoelden waarschijnlijk aan langs de kust aan de noordzijde van het eiland. Als een lichaam al in verre staat van ontbinding verkeerde, werd de dode meteen begraven. Dit gebeurde veelal achter de duinen waar het graf veilig was voor de zee. Werd een dode op het strand of vlak vóór de duinen begraven, dan was de kans namelijk groot dat de lichamelijke resten al weer snel zouden worden blootgelegd door het immer op- en afgaande water en uiteindelijk zouden wegspoelen. De doden vonden hier dus geen rust en zouden zo ook voeding geven aan tal van volksverhalen.

Het achter de duinen begraven gebeurde op Schiermonnikoog tot ver in de negentiende eeuw, totdat uiteindelijk een verbod een einde maakte aan de praktijk van het vrij begraven in de natuur. Een belangrijke overweging hierbij werd gemaakt vanuit het oogpunt van de volksgezondheid, iets wat vanaf de achttiende eeuw steeds meer aandacht kreeg en wat in de negentiende eeuw zou resulteren in een landelijke verplichting tot de aanleg van begraafplaatsen voor gemeenten met meer dan 1000 inwoners en een verbod op het begraven in kerken. Dat betekende voor Schiermonnikoog dat alle doden, ook de aangespoelde, begraven moesten worden op het dorpskerkhof. In de praktijk gebeurde dit echter niet altijd. Wanneer op geen enkele wijze de identiteit van het slachtoffer was te achterhalen, werd de dode vaak alsnog begraven aan de voet van de duinen of daarachter. Belangrijkste reden hiervoor was dat er niemand was om de kosten van de begrafenis op te verhalen. Was een dode wel bekend, maar liet de staat van het lichaam niet toe om het lichaam te vervoeren of te bewaren, dan werd de dode begraven op het zuidwestelijke deel van het dorpskerkhof. 

Het 'Zweedse kerkhof'

Aan al die doden die in de duinen werden begraven, herinnert weinig. Dat veranderde na december 1863, toen het Zweedse zeilschip "Rauta" even ten noorden van Schiermonnikoog aan de grond liep. De negenkoppige bemanning was ten dode opgeschreven. In de daarop volgende dagen spoelden ter hoogte van paal zeven naast de wrakstukken verschillende bemanningsleden aan. Hoewel de wet voorschreef dat de doden begraven moesten worden op het dorpskerkhof, gebeurde dat echter aan de voet van de duinen nabij paal zeven. Maar door stormen werd hun graven niet lang na de begrafnissen opengewoeld en dreven hun lichamen verder landinwaarts. Daar werden ze door eilanders gevonden, gewikkeld in zeildoek en herbegraven in het zogeheten Groene Glob, honderden meters de duinen in.

Zweeds kerkhofOp verschillende plekken rondom staan negen kleine metalen, oorspronkelijk wit geverfde, kruizen. Deze kleine kruizen zijn geplaatst in de tijd dat het terrein niet meer werd beweid en door koeien kort gehouden werd. Het onderhoud van de graven werd verzorgd door dorpsboer Rink de Boer. Aan het eind van de jaren zeventig van de vorige eeuw werd ter herinnering aan het drama een groot houten kruis geplaatst bij de graven.

De plek lag langs het Reddingbootpad, nu Reddingsweg, vanwaar de reddingbootwagen van paal zeven naar het dorp terugkeerde na in actie te zijn gekomen. In de loop der jaren vonden zo verschillende niet te identificeren slachtoffers van de zee hun laatste rustplaats in de nabijheid van het zogenaamde 'Zweedse kerkhof'. 

De Eerste Wereldoorlog

Gedenksteen Deutscher Soldat 1917Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog, in 1917, spoelden er met enige regelmaat drenkelingen aan op Schiermonnikoog. Als ze konden worden geïdentificeerd, werden de doden begraven op het dorpskerkhof. Totdat op een warme zomerdag een Duitse soldaat aanspoelde. Onderweg naar het kerkhof verspreidde het dode lichaam zo'n stank dat er protesten kwamen tegen het nog langer begraven van drenkelingen in het dorp. Een aantal eilanders stak de koppen bij elkaar en zocht naar een manier om het drenkelingenkerkhof langs de Reddingsweg formeel te maken. De oud-kapitein op de Zeilvaart en directeur van de Zeevaartschool in Amsterdam, Ruurd Fenenga, de boer Theunis Riekert Visser en de al eerder genoemde veehouder Rink de Boer namen het initiatief en riepen de hulp in van jachtopziener Cornelis Visser en hotelhouder Sake van der Werff. Van der Werff was de voormalig veldwachter en was ambtshalve actief betrokken geweest bij het begraven van drenkelingen. Aanvankelijk werd de aan te leggen begraafplaats aangeduid als 'Vredenoord', maar bij oprichting van de vereniging werd bepaald dat het 'Vredehof' zou worden. De vereniging kreeg de naam 'Vereniging voor het Onderhoud van Vredehof'.Van der Werff werd secretaris en zou met zijn zakelijk instinct voor de nodige inkomsten zorgen. In die jaren was het eiland nog particulier eigendom van graaf von Bernstorff. Hem werd gevraagd een stuk duingrond af te staan voor de inrichting van de begraafplaats. De graaf werkte van harte mee aan het initiatief. Een stuk grond werd geëffend en afgebakend door witte palen van een meter hoog met daartussen kippengaas. Rink de Boer groef een welput voor het benodigde water om de planten te begieten. Fenega en Thomas Faber zorgden voor het onderhoud. Normaal gesproken zou het kerkhof in de gebruikelijke oost-west richting worden aangelegd, echter in verband met de ligging in de duinen en een grondwaterprobleem werd besloten om alle graven in noord-zuid richting aan te leggen.

Van bijna alle drenkelingen uit de Eerste Wereldoorlog is de identiteit onbekend, maar mede door het speurwerk van Sake van der Werff kon de identiteit van de Duitse matroos Gerard Spiessen worden vastgesteld. Anderen bleven onbekend. Een deel van de Duitse matrozen zou zijn omgekomen bij de Skagerrakslag in mei 1916, ver van het strand waarop de lichamen aanspoelden. De stromingen op de Noordzee voerde ze uiteindelijk naar deze plek. Op een enkeling na, zijn alle slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog Duitse zeemannen.

Het is voorgekomen dat een ongeïdentificeerd slachtoffer eerst op Vredehof is begraven. Zo werd de negentienjarige Marie Mellema in 1918 na identificatie door zijn broer herbegraven op het noordwestelijke deel van het dorpskerkhof. 

Het lijkhuisje

De situatie in 1940. Het terrein is nog afgebakend door witte palen met daartussen kippengaas.

In het najaar van 1924 kwam Sake van der Werff voor het eerst serieus in actie. Hij schreef tal van bedrijven aan om in natura of in geld een bijdrage te doen aan de totstandkoming van een lijkhuisje op de begraafplaats. Als beloning zouden de financiers een vermelding krijgen op een steen aan het gebouw. Naast toezeggingen in geld kreeg de vereniging ook het benodigde materiaal kosteloos aangeboden. Echter, toen in het voorjaar van 1925 een vergunning werd aangevraagd voor de bouw van het huisje, kreeg ze van het gemeentebestuur nul op het rekest. Wel kreeg ze vergunning voor de bouw van een gedenkteken, maar voor het huisje niet. Zo nodig kon het bestuur van de vereniging een verzoek indienen bij de minister. Van der Werff stond bekend om zijn goede contacten en had ook een kennis op het ministerie, referendaris Kruis. Van der Werff nodigde hem uit op het eiland en Kruis zorgde er voor dat de minister een brief stuurde naar B&W waarin opgedragen werd de benodigde vergunning voor het lijkhuisje uit te geven.

De eerste steen van het lijkhuisje werd uiteraard gelegd door Sake van der WerffHet huisje kwam er en de reacties daarop ook. Veel kritiek kwam er op de ingemetselde gevelsteen met namen van de bedrijven die kosteloos bouwmateriaal hadden aangeleverd. Maar de protesten leiden tot niets. Een van de eilanders bedacht een stille vorm van protest en plantte een paar klimoploten in de grond voor het lijkenhuisje, zodat de gevelsteen vanzelf achter het groen zou verdwijnen.
In het lijkhuisje stond altijd een kist klaar en stond het onderhoudsgereedschap opgeslagen. 

Het levenswerk van Sake van der Werff

In de jaren dertig werd Vredehof uitgebreid met een opgehoogd deel achter het lijkhuisje. De rol van Van der Werff bij Vredehof werd steeds groter. Waar bij de anderen de aandacht verslapte voor de drenkelingenbegraafplaats, liet bij Van der Werff de gedachte van de begraafplaats als toeristische trekpleister niet meer los. Als hotelhouder had Van der Werff belang bij meer toeristen op het eiland. De begraafplaats kon hem daarbij helpen. Toen de andere initiatiefnemers van het eerste uur door ouderdom kwamen te overlijden, kon Van der Werff zijn rol vergroten. Op zijn voorstel werd de naam van Vredehof veranderd in Vredenhof. De begraafplaats werd zijn levenswerk. Maar hoewel zijn rol niet onderschat kan worden, kreeg Van der Werff steeds meer de neiging om zichzelf als initiatiefnemer te zien. De rol van de anderen mag echter niet vergeten worden. Grafsteen Sake van der WerffVan der Werff richtte een stichting op, waarmee waarschijnlijk tegelijk de vereniging werd opgeheven, waarin de voormalige eigenaar van het eiland, graaf Von Bernstorff, Van der Werff's opvolger als hotelhouder, mevrouw A. Bol en notaris Bolwijn zitting hadden in het bestuur.

Van der Werff overleed op 1 mei 1955. Samen met zijn tien dagen eerder overleden zoon, werd hij, conform zijn wens, op Vredenhof begraven. Op zijn grafsteen staat vermeld dat hier de stichter van de begraafplaats ligt begraven… Overigens was de vrouw van Sake, Anna van der Werff drie jaar eerder overleden en begraven op het dorpskerkhof. 

De Tweede Wereldoorlog

Het eiland Schiermonnikoog werd op 16 mei 1940 bezet door Duitse troepen. Gedurende de oorlog zou de Duitse bezettingsmacht bestaan uit ruim zevenhonderd soldaten, tegenover ongeveer achthonderd eilanders. Rechts het graf van de op 1 juni 1940 begraven piloot Ryan.De eerste oorlogsdode die op Vredenhof werd begraven was de Engelse piloot Michael E. Ryan. Hij stierf op 24 mei 1940 en werd op 1 juni begraven op Schiermonnikoog. In de daaropvolgende oorlogsjaren zouden nog tientallen oorlogsslachtoffers volgen.

Op 2 augustus 1940 spoelden er maar liefst achttien dode Fransen aan op het strand. De mannen waren omgekomen tijdens de vlucht van de geallieerde legers vanuit Duinkerken en waren door de stroming van de zee enkele maanden later op het strand van Schiermonnikoog aangespoeld. Ze werden allen begraven op Vredehof. Na de oorlog werden negen Fransen op verzoek van nabestaanden begraven in hun vaderland. De andere negen zouden worden begraven in Westkapelle, maar door inspanning van Sake van der Werff bleven de Fransen op Vredenhof begraven. Van der Werff werd voor zijn inspanning voor de Franse slachtoffers onderscheiden met de Médaille de Reconnaissance Française.

Tijdens de oorlogsjaren zouden zowel geallieerden als Duitsers worden begraven op Vredenhof, waarbij ook de geallieerde soldaten met militaire eer door de Duitse bezetter ter aarde werden besteld. Sake van der Werff maakte hiervan tal van foto's.

Op 28 juli 1943 werden Amerikaanse bommenwerpers boven de Waddenzee aangevallen door Duitse jagers. Ze ontdeden zich van hun lading en hierbij kwamen zeventien bommen op het eiland. Zeven bewoners kwamen om het leven en dertien gebouwen lagen in puin, waaronder de woning van de burgemeester waar ook het archief en de kas van Vredenhof werd bewaard. De burgemeester zelf kwam ook om tijdens het bombardement.

De laatste oorlogsdode werd begraven op 22 maart 1949. Het betrof hier waarschijnlijk een bemanningslid van de Halifax BB252 waarvan zes andere bemanningsleden op 12 januari 1943 waren begraven op Vredenhof. De Halifax was neergestort op 10 januari van dat jaar.  

De speurtocht naar nabestaanden

VredenhofAl tijdens de oorlog zocht Van der Werff contact met de nabestaanden om hen om de hoogte te stellen van de laatste rustplaats van hun geliefde. Velen kwamen na de oorlog zelf het graf bezoeken en onderhielden contact met Van der Werff. Jaren later nam Wyb Jan Groendijk zijn rol over. Groendijk doet tot op de dag van vandaag pogingen om nabestaanden te lokaliseren en zodoende de verschillende geschiedenissen van de doden van Vredenhof te beschrijven.

In de laatste decennia van de vorige eeuw werd een principiële discussie gevoerd met de Oorlogsgravenstichting. Het bestuur van Vredenhof was en is nog altijd van mening dat Vredenhof een drenkelingenbegraafplaats is, waar ook oorlogsslachtoffers liggen begraven. De regie over de begraafplaats hoort daarom ook bij het stichtingsbestuur van Vredenhof te liggen.

Vredenhof achterste deelNa de oorlog werden nog twee onbekende drenkelingen begraven op Vredenhof in juni 1959 en in juli 1968.

Met meer dan 100 doden geeft de drenkelingenbegraafplaats een indrukwekkende getuigenis van de kracht van de zee en, door alle oorlogsdoden, de vernietigingsdrang van de mens.

Hier rust uit zee en uit de lucht
De oogst der wrange oorlogsvrucht.

Slotregels van een gedicht van D. Sijtsma, oktober 1939. Bij het graf van Allan Wilson, eerste slachtoffer der zee tijdens de Tweede Wereldoorlog op Vredenhof ter aarde besteld.

 

 

Literatuur

  • Sietse van der Hoek, Vredenhof - Rustplaats voor drenkelingen op Schiermonnikoog, Amsterdam (2003)
  • Arend J. Maris, 'Drenkelingenkerkhof Vredenhof en wat er aan vooraf ging' in Vredenhof (begeleidend boekje bij de gelijknamige tentoonstelling, Schiermonnikoog (1998)