Skip to main content

Begraafplaatsen


Geschreven: 07 augustus 2009
Aangepast: 01 november 2018
Auteur: René ten Dam
Categorie: Noord-Holland

 

Dit artikel is in bewerking (red.)

 

 

 


Geschreven: 01 augustus 2009
Aangepast: 10 januari 2022
Auteur: Leon Bok
Categorie: Fryslân

 

Het armenkerkhof van Opende

Voor veel gemeenten in Nederland veranderde er na 1829 niet zo veel op het gebied van begraven. Er mocht dan wel niet meer in de kerk worden begraven, maar het kerkhof of de wijze van begraven veranderde niet of nauwelijks. Gemeenten waar dit het geval was, zullen in de meerderheid zijn geweest want Nederland telde er toen ruim 1.200. Na 10 april 1869 werd dat voor alle toen bestaande gemeenten (ruim 1.100) wel anders. In de vanaf die datum geldende Wet tot vaststelling van bepalingen omtrent het begraven van lijken, de begraafplaatsen en de begrafenisregten was namelijk opgenomen dat elke gemeente tenminste over één algemene begraafplaats diende te beschikken. Daarmee startte voor grote en kleine gemeenten een traject van plannen, organiseren en aanleggen van begraafplaatsen. Sommige gemeenten interpreteerden de wet zodanig dat ze over algemene graven konden beschikken op een bestaande begraafplaats, maar waar dat niet mogelijk was, moest daadwerkelijk een nieuwe begraafplaats worden aangelegd. Zo ging het ook in de gemeente Grootegast in de provincie Groningen.

 

Grootegast

Op 16 maart 1870 vergaderden B&W van de gemeente Grootegast over de aankoop van een perceel. Dat perceel, 26 are en 40 centiare, was gelegen tussen het dorp Opende en het gehucht Topweer, langs de weg naar Surhuisterveen. Het stuk grond kon gekocht worden voor 200 gulden en zou geschikt zijn om een begraafplaats aan te leggen. Alleen de raad moest er nog zijn goedkeuring aan geven. Die raad kwam op 4 april van dat jaar bijeen en besliste dat het stuk grond geschikt was voor een algemene begraafplaats, voldoende groot was en de prijs niet bovenmatig. Onder voorbehoud van goedkeuring door Gedeputeerde Staten (GS) ging de raad akkoord met de aankoop van het perceel en de aanleg van de begraafplaats.

Op 17 februari 1871 is de begraafplaats kennelijk al aangelegd, want een inwoner van Opende maakte bezwaar tegen de aanleg bij GS. Die laatste informeerde namelijk met een brief van die datum bij de gemeente naar de situatie rond de begraafplaats. Kennelijk bestond er onduidelijkheid over de 50 meter grens tot de bebouwde kom. Het lijkt erop dat GS snel besloten hebben, want al op 3 maart 1871 stond ze de oprichting toe. De bezwaarmaker richtte zich vervolgens tot de Raad van State, maar kennelijk is alles in den minne geschikt want er werd daarna gewoon gebruik gemaakt van de begraafplaats.

 


Geschreven: 25 juli 2009
Aangepast: 25 december 2020
Auteur: Leon Bok
Categorie: Utrecht

 

Heel toepasselijk ligt de gemeentelijke begraafplaats Rusthof aan de Dodeweg. De naam van deze oude weg lijkt te verwijzen naar de route die men met de doden nam op weg naar het kerkhof, maar de naam slaat feitelijk op een doodlopende weg.


Geschreven: 25 juli 2006
Aangepast: 25 december 2020
Auteur: Brigitte Giesen-Geurts en Leon Bok
Categorie: Utrecht

 

In 2005 liet de gemeente Amerongen (sinds 1 januari 2006 opgegaan in Utrechtse Heuvelrug) een interessant rapport het licht zien: het Plan voor Instandhouding en Ontwikkeling (PIOBB) van de oude algemene begraafplaats in Amerongen. Het gaat hier om een karakteristieke negentiende-eeuwse dorpsbegraafplaats die zeer gaaf bewaard is en daarmee bijzonder in zijn soort. Dat laatste aspect komt ook tot uiting in de aanwijzing van de begraafplaats tot rijksmonument in 1998.


Geschreven: 25 juli 2009
Aangepast: 10 januari 2022
Auteur: R.P.M. Rhoen
Categorie: Utrecht

 

Vereniging Johannes-Stichting

In 1887 werd in Nieuwveen bij Alphen aan den Rijn de "Vereeniging 'Johannes Stichting' Christelijk Toevluchtsoord" opgericht. In de eerste drie artikelen van de statuten uit 1887 worden het doel en de grondslag van de vereniging geformuleerd: (1) "Het doel der Vereeniging is, zich het lot van verstootene, onverzorgde, hulpbehoevende, oude, zwakke of gebrekkige personen, hetzij gehuwd of ongehuwd, aan te trekken." (2) "Haar doel tracht zij te bereiken door hen, die aan haar toevertrouwd worden, op te nemen in hare gestichten, hen geheel te verzorgen en te leiden in Christelijke liefde en barmhartigheid, overeenkomstig Gods onfeilbaar Woord." (3) "De Vereeniging staat ten opzichte der Heilige Schrift, op het standpunt van de officieele belijdenissen uit de dagen der reformatie." Op den duur ging men zich vooral richten op de verzorging van zwakzinnigen. Maar ook zwaksocialen, epileptici, randpsychiatrische mensen, soms ook alcoholici, ongehuwde moeders, zwervers of mensen met een 'vreemd' gedrag vonden er onderdak. In 1990 werd de vereniging omgezet in een stichting.

 

Sterrenberg

Deel monument ter herinnering aan de doden  (foto René ten Dam 2002)In 1917 kocht de Vereniging Johannes Stichting van de Bouw- en Exploitatiemaatschappij 'Primrose' te Amsterdam een terrein van 18 ha gelegen aan de zuidzijde van de Amersfoortseweg in Huis ter Heide. Huis ter Heide is een buurtschap in de gemeente Zeist. In het kadaster wordt het terrein omschreven als: 'laan, hakhout, heide en dennenbos'. Het aangekochte terrein behoorde vroeger tot de buitenplaats Sterrenberg. Men had de grond gekocht met het doel er een nieuw gesticht voor zwakzinnigen te bouwen. Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog werden de nieuwbouwplannen vertraagd en duurde het tot 1926 voordat men met bouwen kon beginnen. In 1928 had de opening van de nieuwe inrichting aan de bordje_gedenkplaatsAmersfoortseweg in het buurtschap Huis ter Heide plaats. Het gebouw was een ontwerp van de Amsterdamse architect Tjeerd Kuipers. Het nieuwe gebouw bood plaats aan driehonderd verpleegden.
De naam van de inrichting werd in 1973 in het kader van de modernisering in de zwakzinnigenzorg, maar ook omdat de Johannes Stichting vaak verward werd met een gelijksoortige instelling in Rotterdam met een haast gelijkluidende naam, veranderd in Sterrenberg. Die nieuwe naam herinnerde aan de oude buitenplaats. Na een fusie draagt het christelijke centrum voor geestelijk gehandicapten sinds 1998 de naam 'Abrona'.

 


Geschreven: 25 juli 2002
Aangepast: 08 juni 2024
Auteur: René ten Dam
Categorie: Utrecht

Wie vanaf het gemeentehuis van Utrecht de Choorstraat inloopt, ziet na een kleine honderd meter in het trottoir de contouren van de vroegere buitenmuren van de Buurkerk. In het trottoir aan de rechterzijde een steen met de tekst: 'Zuster Bertken leefde hier als kluizenares ingemetseld in een muurnis in het koor van de Buurkerk 1457-1514'. Onderaan de licht uitgesleten steen een plattegrond van het koor van de kerk met een goudkleurige strip op de plek waar de kluis van Suster Bertken zich moet hebben bevonden. De gedenksteen werd op 4 september 1990 in de bestrating van de Utrechtse Choorstraat aangebracht.


Geschreven: 25 juli 2009
Aangepast: 10 januari 2022
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Groningen

 

Inleiding

In de beroemde kroniek van Emo (1175-1237), eerste abt van het klooster Bloemhof te Wittewierum (Gr), wordt gewag gemaakt van het Minderbroederklooster Domus Sancti Pauli in de stad Groningen. Er is dan strijd tussen de stad en de ommelanden. Het klooster deed dienst als militair steunpunt.
Aangezien het de Minderbroeders (=Franciscanen) niet lukte het klooster in goede staat te houden, ging het in 1469 over naar de Congregatio Hollandiae. Deze congregatie was een hervormingsbeweging van de orde der Dominicanen, die verslapping in de eigen gelederen wilde tegengaan. Deze hervormingsbeweging begon in een van hun kloosters te Rotterdam. Officieel werd de Congregatio Hollandiae (Hollandse Congregatie) opgericht in 1464 te Rijssel (Lille) en heeft bestaan tot ongeveer 1515.
Wat de Congregatie voor ogen stond, was betere verzorging van de liturgie, strengere levenswijze en toeleg op de studie van de theologie. De veranderingen op kerkelijk gebied door de Reformatie betekenden echter voor het klooster en de kloosterkerk toewijzing door het stadsbestuur van Groningen aan de hervormden. Met enkele illustratie: uitsnede uit de kaart van Egbert Haubois ca. 1640tussenpozen, waarin de kerk gebruikt werd voor de katholieke eredienst, bleef zij jaren in handen van de hervormden. Bij de oprichting van de Academie in 1614 werd de kerk Academiekerk. In het complex werd onderwijs gegeven en was de Universiteitsbibliotheek gevestigd. Zoals te doen gebruikelijk, zal bij het klooster in het verre verleden een kerkhof zijn gesticht, belangrijke figuren echter vonden een laatste rustplaats in de kerk. Was het oude kloosterkerkhof te klein geworden? In elk geval werd een aantal jaren na de ingebruikneming van de Broerkerk als Academiekerk in de ruimte tussen kerk en klooster het Academiekerkhof aangelegd. Op dit kerkhof konden uiteraard zij worden begraven, die behoorden tot de Groninger Academie als hoogleraar, curator of verwant waren aan een van deze ambtsdragers.

 


Geschreven: 25 juli 2009
Aangepast: 10 januari 2022
Auteur: R.P.M. Rhoen
Categorie: Utrecht

 

Behalve op het kerkhof rondom de kerk aan de Dorpsstraat waar al in de middeleeuwen werd begraven en sinds 1747 op de begraafplaats van de Evangelische Broedergemeente, werden in Zeist nog op twee plaatsen doden begraven. Het was een schande om op die plekken begraven te worden en hiermee bedoelen wij de galgenvelden onder Zeist.

 

Lokalisering

In Zeist stonden twee galgen. Een was van het Provinciale Hof van Utrecht en de ander van de hoge heerlijkheid Zeist. Beide galgen lagen ten noorden van de oude postweg van Utrecht op Arnhem. De provinciale galg stond ongeveer ter hoogte van Ma Retraite aan de Oude Arnhemseweg en werd aangeduid met 'op het Zeijster Zand' Daarbij moet worden bedacht dat de Oude Arnhemseweg ter hoogte van Ma Retraite en Veldheim niet meer het oude tracé volgt. In 1833 werd door Gedeputeerde Staten aan de eigenaar van de buitenplaats Ma Retraite toestemming verleend deze weg in noordelijke richting te verleggen.
Prof. W. van Iterson lokaliseert in zijn publicatie 'Heerlijke rechten in het algemeen en de heerlijkheid Zeist in het bijzonder' (Zeist 1958) het galgenveld op het terrein van het Christelijk Sanatorium, maar hierin vergist hij zich.
De galg van de hoge heerlijkheid Zeist stond aan de Arnhemse Bovenweg ter hoogte van de buitenplaats Kerckebosch; tegenwoordig Hotel Kasteel 't Kerckebosch genaamd.

 


Geschreven: 25 juli 2009
Aangepast: 10 januari 2022
Auteur: Rutger Loenen
Categorie: Utrecht

 

deelkaart van Austerlitz uit 1861Op de deelkaart van Austerlitz uit 1861 wordt de ligging van een begraafplaats aangegeven. We herkennen de Oude Postweg, komend van linksboven; daaronder de Austerlitzseweg die bij punt 39 op eerstgenoemde weg aansloot. In de loop van de tijd is er een wijziging in deze aansluiting aangebracht: de Oude Postweg buigt nu iets meer naar links naar het zuiden en bereikt de Austerlitzseweg ongeveer waar het dunnere lijntje naar het zuiden loopt. Onder het toenmalige aansluitpunt is een huis ingetekend en direct daaronder staat: 'Begraafplaats.' Het is een kaartje dat ons bij nadere beschouwing voor raadsels plaatst. De begraafplaats Austerlitz bevindt zich op dit moment meer naar het oosten, waar een X is ingetekend ter plaatsbepaling. Een eerste ingeving is dat de tekenaar zich vergist heeft. Dat is niet het geval: de huidige begraafplaats (X) werd op verzoek van de Hervormde inwoners van Austerlitz pas begin 1871, dus tien jaar nadat bovenstaand kaartje werd gemaakt, in gebruik genomen. Een tweede ingeving is, dat het hier de plek betreft, waar de eerste eigenaar van Heidelanden, François A. Hubert, in 1827 van de burgemeester van Zeist een familiegraf mocht aanleggen. Hierop wordt nog teruggekomen.
Zijn er nog meer oplossingen van dit merkwaardige gegeven?
De bewoners van het voormalige Frans-Bataafse kamp, zowel militairen als burgers, werden of in Zeist of in Driebergen begraven, zoals de kerkelijke registers duidelijk uitwijzen. Een begraafplaats op deze plek gedurende de actieve kampperiode (1804-1808) is ook meer dan onwaarschijnlijk: het zou midden in het kamp hebben gelegen, op slechts ruim honderd meter van een loods voor kampementsgoederen en op nog kortere afstand van een gebouw, genaamd 'de Comedie' en gebruikt voor optredens van allerlei artiesten. Ook deze mogelijkheid moet afgewezen worden.

 


Geschreven: 24 juli 2009
Aangepast: 03 juni 2024
Auteur: Leon Bok
Categorie: Fryslân

Eeuwenlang heeft men in Leeuwarden begraven op de plek waar ook de eerste mensen in deze omgeving kwamen wonen. Dat die eerste mensen hier in de eerste eeuw na Christus zijn komen wonen, is vastgesteld bij het laatste archeologische onderzoek dat hier plaatsvond. Dit onderzoek vond plaats omdat op deze plek een grote ondergrondse parkeergarage wordt gebouwd. Zonder twijfel kan het Oldehoofsterkerkhof worden aangeduid als de oudste en belangrijkste begraafplaats van Leeuwarden. Meer dan 1000 jaar is hier begraven, terwijl nog meer dan anderhalve eeuw daarna de doden (min of meer) op deze plek rusten.