Skip to main content

Utrecht


Geschreven: 15 januari 2010
Aangepast: 21 april 2024
Auteur: R.P.M. Rhoen
Categorie: Utrecht

Op 7 januari 1828 diende het gemeentebestuur van Zeist bij de koning een verzoekschrift in, waarbij verzocht werd ontheffing te verlenen van het Koninklijk besluit van 24 mei 1825, nummer 162, op grond waarvan Willem I het decreet van de Fransen feitelijk weer had geeffectueerd en waardoor het verboden werd in plaatsen met meer dan duizend inwoners na 1 januari 1829 de doden te begraven op kerkhoven of begraafplaatsen gelegen binnen de bebouwde kom.


Geschreven: 15 januari 2010
Aangepast: 21 april 2024
Auteur: R.P.M. Rhoen
Categorie: Utrecht

De oudste sporen

Op de natuurlijke heuvel gelegen op de grens van de Dorpsstraat en de Utrechtseweg werd in 1180 een tufstenen kerk gebouwd. Daarvoor moet op die plek al een houten kerk hebben gestaan. Op deze kerkheuvel werd ook begraven. Tussen augustus 1964 en maart 1965 werd de kerk gerestaureerd en Dr. H. Halbertsma, conservator van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) te Amersfoort, werd in de gelegenheid gesteld kort archeologisch onderzoek uit te voeren. Er werden onder de vloer van de kerk in het zand restanten van graven van voor de bouw van de stenen kerk gevonden.


Geschreven: 12 januari 2010
Aangepast: 24 april 2024
Auteur: René ten Dam
Categorie: Utrecht

Vianen kent een Joodse geschiedenis die ongeveer driehonderd jaar terug gaat. Hoewel in archiefstukken ook melding wordt gemaakt van enkele Portugese Joden, was het merendeel van de joden in Vianen van Hoogduitse oorsprong. Over het algemeen waren zij minder kapitaalkrachtig dan hun Zuid-Europese geloofsgenoten. 


Geschreven: 11 januari 2010
Aangepast: 11 mei 2024
Auteur: Leon Bok en René ten Dam
Categorie: Utrecht

Geschiedenis

Rond de eeuwwisseling van de achttiende en negentiende eeuw kregen de katholieken in Nederland weer de mogelijkheid hun geloof zonder restricties te belijden. Het voorrecht van de protestantse kerk werd in 1796 opgeheven. De katholieken van Utrecht moesten hun doden tot dan toe noodgedwongen begraven in en om protestantse kerken, zoals de Domkerk, Geertekerk en Nicolaïkerk. Die praktijk hield na 1796 niet onmiddellijk op.


Geschreven: 11 januari 2010
Aangepast: 10 september 2016
Auteur: René ten Dam
Categorie: Utrecht

 

Dit artikel is in bewerking

 

 

 

 


Geschreven: 10 januari 2010
Aangepast: 12 mei 2024
Auteur: Leon Bok
Categorie: Utrecht

Historische ontwikkeling van de plaats Soest

Van de vroegste ontwikkelingen rond Soest is weinig bekend. Bij archeologisch onderzoek heeft men sporen ontdekt die aantonen dat rond 11.000 jaar voor Christus groepen jagers deze streek bevolkten. In de duinen bij Soest zijn verder werktuigjes gevonden van ongeveer 8.000 jaar voor Christus. Wat tastbaarder zijn de verschillende grafheuvels die dateren van plus minus 2.000 jaar voor Christus. Een van die grafheuvels, het Enghenbergje genaamd, is te vinden op de Eng, temidden van de bouwlanden.


Geschreven: 08 november 2009
Aangepast: 21 april 2024
Auteur: René ten Dam
Categorie: Utrecht

Nieuwegein is gevormd rond de dorpskernen van Jutphaas en Vreeswijk. Het is een nog jonge gemeente, ontstaan in de jaren zeventig van de vorige eeuw en vooral bedoeld als groeikern voor het naburige Utrecht. In 1971 telde Nieuwegein 13.000 inwoners. Ruim vijftig jaar later zijn dat er meer dan 65.000. De nieuwe generatie begraaft of cremeert zijn doden op het naoorlogse Noorderveld, gelegen bij een industrieterrein. Oudere inwoners begraven hun doden vaak nog op een van de vier dorpskerkhoven die de gemeente rijk is.


Geschreven: 08 november 2009
Aangepast: 25 december 2020
Auteur: J.H. Sagel
Categorie: Utrecht

 

Beschrijving

Laan met kastanjes richting aulaDe vanaf 1929 aangelegde algemene begraafplaats bestaat uit een langwerpig, schuin ten opzichte van de Vecht gelegen perceel, dat niet overal even diep is. In de zuidelijke hoek bevindt zich de achtzijdige, van een koepeldak voorziene, aula. Van daaruit lopen drie brede met kastanjes beplante lanen. Tussen de lanen bevinden zich een aantal gebogen paden. Meer naar het noordwesten, de uitbreidingen van na 1930, is er sprake van een rechthoekige aanleg in perken, gescheiden door hagen. De begraafplaats is bereikbaar vanaf de Straatweg en vanaf de in het zuiden gelegen parkeerplaats. De twee ingangen zijn met elkaar verbonden door middel van een gebogen laan die langs de aula voert. Naast de reeds genoemde kastanjes langs de lanen is het belangrijkste geboomte een groep treurbeuken nabij de aula. De begraafplaats is verder beplant met diverse andere bomen en struiken, waaronder veel groenblijvende heesters. De paden zijn voorzien van grind of asfalt. Op de grens met de R.K. begraafplaats staat het sobere bakstenen baarhuis (1930), voorzien van een met pannen gedekt tentdak.

 

Graftekens

Het oudste aangetroffen grafteken is van 1930. Verschillende graven nabij de ingang worden gesierd door een beeld, o.a. dat van de huisarts, dokter Hartog. Verder zijn er graven van oorlogsslachtoffers: een rij van zes grafstenen opgenomen in een decoratieve muur. Op deze muur staat: "Zij vielen voor vrijheid en recht, Maarssen 5 mei 1945". De namen van de gevallenen zijn: Alexander Constantijn Lindhout, Paulus Theofilus Lindhout, Willy Henrica Hems, Jaap v.d. Bosch, Willem Cornelis de Kruyf en Bertus Heus.

OorlogsgravenVlakbij dit bescheiden monument bevindt zich een houten herdenkingskruis met een ronde, metalen plaquette, met het opschrift: "Hier vielen de drie K.P.ers Joh. Been, Joh. Altena en Joh. C. van Mourik, 16 april 1945". Deze tekst is enigszins misleidend omdat de exacte plaats van de noodlottige schietpartij waarbij zij omkwamen elders was. De drie K.P.ers vervoerden op dat moment wapens en munitie van een dropping met een vrachtauto naar Utrecht. Per abuis is door een RAP-vliegtuig het transport op de Amsterdamse Straatweg nabij de kininefabriek beschoten. Eerder stond het herdenkingskruis dan ook op die plaats.

Verzetsman Willem van der Kooij overleed bij gevechtshandelingen op 5 mei in Maarsseveen en ligt begraven bij de NH Dorpskerk in Maarssen.

 

Toegangen

De twee ingangen bestaan uit een brug over een duiker in de sloot die de begraafplaats omgeeft. Ze zijn afsluitbaar met sobere, ijzeren hekken. De gemetselde zijmuren hebben natuursteen dekplaten en in het midden, ter hoogte van de hekken, pijlers. Door de verspringende hoogtes van de muren hebben de bruggen een expressief karakter.

 

Aula

Zicht op de aulaDe vrijstaande aula, aanvankelijk in de archiefstukken altijd het ontvangstgebouw genoemd, is in 1930 gebouwd. Het bakstenen gebouw is opgetrokken op een achthoekige plattegrond en telt één bouwlaag onder een met leien, in maasdekking, gedekt koepeldak.

De aula waarvan, de door gemeentearchitect C. van Beusekom gemaakte bouwtekeningen zich in het gemeentearchief bevinden, is verwant aan een exemplaar uit 1927 op de algemene begraafplaats van Bilthoven. Het bouwwerkje daar werd ontworpen door de architect P.J. Vermaak. Overigens is het niet zo verwonderlijk dat het Maarssense gebouwtje op dat in Bilthoven lijkt, want in 1928, toen de Maarssense algemene begraafplaats nog aangelegd moest worden, bezocht een delegatie waarin o.a. burgemeester Eggink en de gemeentearchitect waren opgenomen ter oriëntatie de begraafplaatsen van de plaatsen Bilthoven en Woudenberg. Ook een medewerker van de firma Copijn (parkaanleg) maakte deel uit van het gezelschap.
De gevels van de aula zijn uitgevoerd met een trasraam van grauwe baksteen en zijn daarboven opgetrokken in rode steen in kruisverband. In de verdiept liggende gevelvelden zijn liggende glas-in-loodvensters aangebracht. Deze vensters zijn in het midden uitgevoerd met een kruismotief. De voorgevel met de entree, aan de Vechtzijde, is voorzien van een dubbele deur. Alternerend is in het koepeldak een viertal dakkapellen aangebracht. Aan de achterzijde bevindt zich een moderne aanbouw van hout en glas. Het interieur is uitgevoerd met houten banken met verticale hoekelementen. De oorspronkelijke, houten kapconstructie is door een later aangebracht plafond aan het zicht onttrokken.

 

Parkaanleg

Ten behoeve van het gebruik als begraafplaats werd de grond opgehoogd met een fors zandpakket. De firma H. Copijn uit Groenekan verzorgde voor een bedrag van omstreeks fl. 7.000 de parkaanleg. Qua stijl kan deze aanleg van Copijn formeel ge- noemd worden.

 

Historische gegevens

In Maarssen bevinden zich een aantal begraafplaatsen. De algemene begraafplaats is vrij laat, pas in 1929, aangelegd en in 1930 in gebruik genomen. Tot die tijd betaalde de gemeente Maarssen huur aan de Nederlands Hervormde kerk om te mogen begraven op het kerkhof naast deze kerk. Volgens de vereniging 'De Laatste Eer' was dat, gezien de beperkte ruimte en de daarmee gepaard gaande onhygiënische toestand, een onwenselijke situatie. Op 25 februari 1925 richtte de 'De Laatste Eer' dan ook een adres aan de gemeenteraad om te komen tot de aanleg van een algemene begraafplaats. De gemeenteraad besloot op 20 januari 1928 "... tot de stichting van een gemeentelijke begraafplaats aan den Rijksstraatweg (heet nu StraatWeg) in de nabijheid der begraafplaats der roomskatholieke gemeente". Deze, nu nog steeds bestaande rooms-katholieke begraafplaats, werd al in 1828 aangelegd achter de rooms-katholieke kerk, toen gevestigd in de voormalige buitenplaats 'Berenstijn'. Voor de grond betaalde de gemeente fl. 29.916,43 en aannemer Johannes Michael Brinkhof bleek bij de aanbesteding in augustus 1929 bereid voor een bedrag van fl. 5.477 de twee bruggen en het ontvangstgebouw te bouwen. In deze aanneemsom was overigens niet het schilderwerk en het zetten van het glas inbegrepen. Dat werd aan een ander Maarssens bedrijf gegund. Ook de bouw van de bergplaats, ook wel het baarhuisje genoemd, op de grens van de algemene en de rooms-katholieke begraafplaats, werd apart aanbesteed. Dit werd na overleg tussen de gemeente en het katholiek kerkbestuur voor Graftrommelgezamenlijke rekening en gebruik ook door Brinhof gebouwd. De bouwkosten voor dit gebouwtje bedroegen 1885 gulden. Al vrij snel blijkt de begraafplaats aan de krappe kant waardoor o.a. in 1943 en 1955 uitbreidingen moeten worden gerealiseerd. Aan de uitbreiding van 1955 gaat in een raadscommissie, die zich bezighoudt met de naoorlogse uitbouw van Maarssen, een discussie vooraf. Volgens de stukken uit 1954 zijn er dan twee mogelijkheden, n.l. uitbreiding van de bestaande begraafplaats of de aanleg van een nieuwe, tweede begraafplaats in 'De Kuil' aan de Diependaalsedijk. De Kuil, ontstaan door de winning van klei voor de steenfabricage, is het weiland - gelegen in de punt tussen de Diependaalsedijk en het Zandpad - direct naast de buitenplaats 'Vechtoever'. Een van de raadsleden in de commissie is bepaald geen voorstander van een nieuwe begraafplaats, het lijkt hem geen goed idee wanneer alle belangrijke toegangswegen van Maarssen voorzien zouden worden van begraafplaatsen.

 

Bescherming

Tegenwoordig lijkt er wat meer waardering voor de begraafplaats te bestaan. De algemene begraafplaats en aula worden cultuurhistorisch bezien belangrijk gevonden. Zo is er enige tijd terug bepleit dat de gehele begraafplaats deel uit zou moeten maken van het beschermd dorpsgezicht Maarssen en werd zeer recent de procedure opgestart om de aula, thans al een officieel gemeentelijk monument, met uitzondering van de houten aanbouw, de status van rijksmonument te geven. (2002)

 

Literatuur & bronnen

  • Inventarisatie Cultuurbezit Maarssen, Anita van Breugel en Marie-Thérese van Thoor (1985)
  • Inventarisatierapport t.b.v. Gemeentelijke Monumentenlijst, drs. Jan C. van het Hof (1994)
  • Monumenten Inventarisatie Project "Veenweidegebied", T.G. Peenstra, R.S.F.M. Horbach en M. Laman (1992)
  • Monumenten Selectie Project Prov. Utrecht, Objectnr: MAS216, april 1999
  • Maarssen 1940-1945, Drs. V. Smits, 1990
  • Diverse stukken gemeentearchief Maarssen

 

 

 


Geschreven: 08 november 2009
Aangepast: 25 december 2020
Auteur: J.H. Sagel
Categorie: Utrecht

 

Historische gegevens

ToegangDe huidige R.K. begraafplaats aan de Straatweg tussen Maarssen en Breukelen dateert uit 1828. Voor die tijd kende Maarssen slechts één kerkhof waar alle inwoners, katholiek of protestant, begraven werden. Deze begraafplaats was rond de huidige Nederlands Hervormde kerk gesitueerd.

Bij Koninklijk Besluit van 22 augustus 1827 werd het begraven in kerken met ingang van 1 januari 1829 verboden. Tevens werd bepaald dat in elke gemeente een begraafplaats van tenminste 25 bij 25 meter moest worden ingericht, gelegen buiten de bebouwde kom. In dorpen met minder dan 1000 zielen mocht echter de bestaande begraafplaats in gebruik blijven. In Maarssen bleef dan ook het kerkhof naast de kerk de enige begraafplaats.
Dat duurde niet lang. Onder pastoor G. van Nooy werd een eigen R.K. begraafplaats aangelegd achter de kerk op Beresteyn (gebouwd in de jaren 1755-1759 en dienst gedaan tot 1885). In 1879 liet pastoor Essink het kerkhof vergroten naar de Oostzijde aan de Vecht. Later volgden nog diverse uitbreidingen.

 

Ariënsmonument

Eén van de meest markante onderdelen van de begraafplaats is het graf van Dr. Alphons Ariëns. Een sober grafmonument met de inscriptie "Ariëns Priester" siert Graf Alphons Ariënszijn laatste rustplaats. Aanvankelijk bestond het monument uit een kleine kapel die om het graf was gebouwd. In 1969 werd dit monument vervangen door een nieuw monument, bekostigd door het NKV.

Alphons Ariëns was pastoor in Maarssen van 1908 tot 1928. Hij was grondlegger van de katholieke arbeidersbeweging, stuwende kracht in de katholieke drankbestrijding en één van diegenen die aan de basis stonden van de katholieke vrouwenbeweging. (2002)

 

Literatuur

  • Een eeuw Heilig Hart Parochie Maarssen, I. van Veldhuizen (1985)

 

 


Geschreven: 26 oktober 2001
Aangepast: 25 december 2020
Auteur: Leon Bok en René ten Dam
Categorie: Utrecht

 

De huidige rooms-katholieke begraafplaats van Rijsenburg maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de geschiedenis van dit Utrechtse dorp. De begraafplaats dateert van 1872 maar niet ver uit de buurt ligt nog een restant van het eerste katholieke kerkhof. Op dat kerkhof, bij het kerkje uit 1810, werd de toon gezet door de adellijke families die in en rond Driebergen en Rijsenburg grote buitenplaatsen lieten bouwen.